Eerste zinEen veelvoorkomend filmshot: iemand, meestal een vrouw, in bad, het gezicht vlak onder het wateroppervlak.
...

Eerste zinEen veelvoorkomend filmshot: iemand, meestal een vrouw, in bad, het gezicht vlak onder het wateroppervlak. In het begin van Niña Weijers tweede, fel verwachte roman Kamers antikamers haalt de vertelster een herinnering op. Voor een krant moest ze een oudere schrijfster interviewen voor wie ze niet alleen bewondering maar meteen ook liefde voelde. Al gauw ging het gesprek niet meer over de schrijfster alleen, maar ook over de vertelster, die ervan droomde een boek te schrijven over doodnormaal, dagelijks geluk. Misschien moet je eerst wat meemaken in je leven voor je een boek kunt schrijven, gaf de oudere vrouw haar raad, ervaren dat het beleven van intensiteit synoniem is voor niet weten hoe de dingen zullen aflopen. Vijf jaar geleden debuteerde Weijers met De consequenties, een roman over de grenzen tussen kunst en leven die de vraag stelde in hoeverre het een aan de oorsprong ligt van het ander en omgekeerd. Het boek sloeg in als een bom, kreeg een mandvol lof en een handvol prijzen en ging bijna met de Libris lopen. De consequenties bewandelde de gulden middenweg tussen herkenning en bevreemding, sprong speels om met zijn thematiek en vertoonde in feite maar één gebrek: concrete levenservaring. Het was een bijzonder intellectualistische roman, uit de koker van een promoverende doctorandus, zo leek het wel. Kamers antikamers is op dat vlak een stap vooruit. Dit boek gaat over de blissful ignorance van een eerste verliefdheid, de alledaagse wrijvingen van de geleefde liefde en de wrevels en het verdriet wanneer die liefde weggedeemsterd is. Intens dus, en als lezer weet je niet hoe de dingen zullen aflopen. Meer zelfs, als lezer weet je de helft van de tijd niet eens wat er aan het gebeuren is. Weijers wil in haar boek aanraken wat niet aan te raken valt en dat kan natuurlijk alleen maar tot filosofische vertwijfeling leiden. Als lezer voel je je de kat die achter het rode of groene lichtje van een laserpen aanzit en nooit iets wezenlijks te pakken krijgt. Weijers kan fantastisch mooi en melodieus schrijven. Met haar experimenteerdrang slaat ze echter veel van die schoonheid weer aan diggelen, en dat is zonde, doodzonde.