Eerste zinnen Botten, vlees en haar. Vooral dat laatste, heel veel haar.
...

Eerste zinnen Botten, vlees en haar. Vooral dat laatste, heel veel haar. Franz Kafka's klassieke verhaal De gedaanteverwisseling begint met hoe Gregor Samsa op een ochtend verbijsterd vaststelt dat hij veranderd is in een kever. Hoe dat in zijn werk is gegaan en wat hij daarbij dacht en voelde, kom je nooit te weten. Misschien wel doordat Kafka in een tijd leefde waarin men zich weinig vragen stelde bij lichamelijke veranderingen, dacht de Nederlandser schrijver en arts Thijs Feuth, maar vandaag ligt dat wel even anders. Vandaag putten we onze identiteit zowel uit wie we zijn als uit wat we denken. En dus schreef hij Kafka is dood, een roman waarin hij bijna tweehonderd pagina's lang een mens in een hond laat veranderen en daarbij het geestelijke menigmaal in conflict laat komen met het lichamelijke. JP woont aan de Ierse westkust, samen met de hond Kafka, die op een dag voor zijn deur zat en nooit meer is weggegaan. Zijn naam dankt Kafka aan het wat gammele geluid dat hij voortbrengt: 'kaf-kaf' in plaats van 'waf-waf'. Maar dan wordt Kafka ziek en sterft. JP is er het hart van in, slaapt een etmaal lang en wordt wakker als een ander mens. Voortaan ligt hij graag op Kafka's dekentje voor de tv en struint hij regelmatig wat wezenloos door het huis. JP wil niet langer een mens zijn omdat de mens opgesloten zit in een doorgeslagen gemeenschapszin terwijl hij net uit is op vrijheid, en dus wordt hij een hond. Al wil het lichaam aanvankelijk niet echt mee, merkt hij na het verorberen van een rauwe maaltijd die hem twee dagen koorts en misselijkheid oplevert. Feuth schrijft bijzonder melodieus en laat zijn zinnen elegant over het papier walsen, waarbij hij net zo frivool omspringt met zijn ideeën. Hij gaat aan de haal met Diogenes en Descartes, voorziet ieder hoofdstuk van een grandioos grappige uitspraak van Franz Kafka zelve en laat JP ontdekken dat er op Amazon T-shirts verkocht worden met het opschrift 'I'm a dog trapped in a human body', en dat die uitverkocht zijn. Is hij dan toch niet alleen? Kafka is dood is enerzijds een grandioze filosofische spielerei, maar het is ook een boek dat serieuze vragen stelt over wat identiteit precies is. En over de mens in de hond, natuurlijk, en omgekeerd.