1. Je boek is een caleidoscoop die allerlei facetten van de eenzaamheid toont, maar niet per se een verklaring wil geven. Waarom koos je voor die aanpak?
...

1. Je boek is een caleidoscoop die allerlei facetten van de eenzaamheid toont, maar niet per se een verklaring wil geven. Waarom koos je voor die aanpak? Joris van Casteren: Omdat ik wel non-fictie schrijf, maar toch vooral een literair schrijver ben. Zoals Guy Talese zei, een voorman van het New Journalism: 'Ik wil zo over mensen schrijven dat mijn tekst een kort verhaal wordt met echte personages.' Ik wilde absoluut geen handboek tegen de eenzaamheid of een sociologische uiteenzetting schrijven. Ik wilde de eenzaamheid tonen, en het moest een sleutelboek worden dat toont waarom ik in het verleden bepaalde onderwerpen koos. Die eenzaamheid loopt als een rode draad door mijn oeuvre. 2. Je haalt de vier miljoen Japanse hikikomori aan, jongeren die het huis niet meer uitgaan en in volstrekte eenzaamheid leven. Gaan we met z'n allen die kant op, denk je? Van Casteren: Het hoeft niet per se zo extreem te zijn, maar toch ben ik bang van wel. Anderhalve eeuw geleden leefden we nog in kleine gemeenschappen. De technologie heeft dat onmogelijk gemaakt. We leven nu veel individueler, wat aan de ene kant natuurlijk een grote winst is omdat je niet langer de ideologische gevangene van je gemeenschap bent, maar we zijn daardoor ook eenzamer geworden. Telegraaf, telefoon en internet hebben ons in tegenstelling tot wat je zou verwachten niet bij elkaar gebracht. Alle non-verbale communicatie is erdoor verloren gegaan, en een weg terug is er niet. 3. Je boek speelt deels in Brussel en je schreef het daar ook voor een stuk. Is Brussel een eenzame stad? Van Casteren: Ik heb het idee van wel. Amsterdam is cultureel heel divers, maar Brussel nog veel meer, en die versnippering komt de verbondenheid niet altijd ten goede. Het is een stad die de lelijkheid van de wereld toont doordat de politieke macht er niet is om die te verdoezelen, zoals dat bijvoorbeeld in Amsterdam wel gebeurt. Vorige week liep ik met mijn vriendin door de prostitutiebuurt aan Brussel-Noord. Ondanks corona gaan de zaken er gewoon door. Er wordt openlijk getippeld, terwijl het op de Amsterdamse Wallen toch beter op orde lijkt. In Brussel is het allemaal wat rauwer. En de ongelijkheid is er groter. Soms sta ik wel eens versteld dat dat niet tot rellen leidt.