'Dominique, Jasper van Knack Focus hier. L'Avenue is dicht', sms ik op een zachte wintermaandag. 'We komen eraan, dan kunnen we samen elders gaan', luidt het antwoord.
...

'Dominique, Jasper van Knack Focus hier. L'Avenue is dicht', sms ik op een zachte wintermaandag. 'We komen eraan, dan kunnen we samen elders gaan', luidt het antwoord. Voor wie nooit op de VRT komt: L'Avenue moet zowat het enige deftige café in de buurt van de Reyerstoren zijn. 'Elders' wordt zo al snel de bus naar Brussel-Centraal. Die wordt wat elke locatie wordt zodra Joris Hessels en Dominique Van Malder er binnenkomen: een warm bad van ongeveinsde interesse in het diertje mens. De chauffeur krijgt een opgewekte bonjour, de passagiers naast ons worden minzaam toegeknikt en nog voor ik maar één vraag kan stellen, zitten de twee mij uit te horen over dingen waar geen enkele lezer een boodschap aan heeft. De keuze valt op Brasserie de la Madeleine, zo'n volkscafé dat je aan elk station vindt en dat ook in de namiddag stampvol zit, maar waar geen enkele pendelaar oog voor heeft. De kerstversiering hangt er nog. Nieuwjaarskussen gaan over en weer wanneer de waardin koffie en rosé brengt. Geen slechte omstandigheden voor een gesprek dat onvermijdelijk over menselijke warmte zal gaan én over drukte. Beide acteurs/televisiemakers hebben namelijk een hectisch jaar achter de rug. Joris Hessels was het afgelopen jaar te zien in Geub, verhuisde naar Gentbrugge en draaide een gelijknamige human-interestreeks over zijn kersverse buren (sinds vorige week te zien op Canvas). Zijn spitsbroer Dominique Van Malder, onlangs nog te zien in De twaalf, woont sinds kort wat verderop, in Sint-Amandsberg, en wijdde het afgelopen jaar aan theater en bijrollen in films als Muidhond en All of Us, maar vooral aan Albatros, een tragikomische reeks over tien obesitaspatiënten, die dit najaar op Canvas komt. Van Malder speelt daarin zelf een van de hoofdrollen, naast onder anderen Benny Claessens en Ruth Beeckmans. Niet dat de wegen van de 'Koen en Kris Wauters van Canvas' - Van Malders woorden - ooit écht scheiden. Hessels speelt in Albatros een physical coach en samen waren ze onlangs nog te zien in Tussen oorlog en leven, waarin ze met Rudi Vranckx naar de puinhopen van Irak trokken. Intussen krijgen ze tig keer per dag de vraag of Radio Gaga ooit weer begint. Goed nieuws voor wie graag ondergestopt werd onder het knuffelzachte tv-dekentje van 'Dompie' en 'Hessie': het kriebelt weer. Tekst gaat verder onder de foto.Joris Hessels:Drie jaar geleden waren we rond met Radio Gaga. Dáchten we. Maar intussen zijn de tijden alweer veranderd en zijn mensen nog harder met elkaar gaan omgaan. Dominique Van Malder: Toen was racisme nog verdoken, nu niet meer. Ook de regering speelt open kaart: in de zachte sectoren investeert ze niet meer en wat ze vertelt hoeft niet wetenschappelijk te kloppen. Ja, hallo?! Hessels: Ik ontmoet mensen die echt bezorgd zijn over vluchtelingen die huizen kopen met hun kindergeld. Waar zouden jullie naartoe gaan met Radio Gaga 4?Hessels: Het kantoor van de N-VA? (lacht) We wilden onze caravan heel graag opstellen bij Defensie, maar zonder Tom Waes is dat een no-go. De hoerenbuurt zou kunnen. De forensische psychiatrie. Caterpillar, een bedrijf dat duizenden mensen heeft moeten laten gaan, stond ook lang op onze lijst. Hadden jullie niet ooit het plan om Radio Gaga op de parking van de VRT te maken?Van Malder: Daar is ook een sociaal bloedbad op komst, dus dat idee is weer bruikbaar. Ik heb voor Kerstmis een bril in de vorm van een zwart censuurbalkje gekregen. Dat kunnen we gebruiken voor de BV's. (grimlacht)Hessels: Gentbrugge past gelukkig perfect in de Vlaamse identiteit, maar ik ben wel benieuwd of we straks nog zullen kunnen maken wat we willen maken. Bij Canvas kregen we nog de tijd om te groeien, zonder druk van de kijkcijfers. Daar benijden ze ons voor in de buurlanden. Van Malder: Ik maak met Studio Orka al vijftien jaar familietheater. Met succes, trouwens. Onze voorstelling Craquelé was in de Vooruit twee keer zo snel uitverkocht als de lezing van chef-kok Ottolenghi: hij in zes minuten, wij in drie. En toch kunnen we dat stuk minder hernemen dan we zouden willen, omdat er geen geld is. In Antwerpen zijn vijftien voorstellingen geschrapt. Hoe meer succes we hebben, hoe harder we moeten knokken. Zo wordt het ons wel heel moeilijk gemaakt om de moed niet te verliezen. Hessels: We moeten niet allemaal met elkaar in bed duiken - dat mag, hè (lacht) - maar er is toch niets verkeerd met een beetje zachtheid toe te laten en voor je mensen te zorgen? Van Malder: Het gekke is dat de mensen die daar verantwoordelijk voor zijn ons wel appreciëren. Wij hebben ooit voor Kom op tegen Kanker een miniversie van Radio Gaga gemaakt. Geert Bourgeois noemde dat toen een warm programma en is ons achteraf komen feliciteren. Maar zijn partij is ondertussen wel met een heel koud programma voor dit arme Vlaanderen bezig. Dat is alsof een klimaatontkenner tegen Greta Thunberg zegt: 'Prachtig wat jij allemaal doet.' Wie of wat heeft jullie cultureel gevormd?Van Malder: Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn cultuur was Radio 2, een paar platen van Elvis en Urbanus, de Nederlandse tv en slecht schooltoneel met pluchen poppen. Op de toneelschool ging een nieuwe wereld voor mij open. Maar ik hou nog steeds zowel van Bach als van Helmut Lotti. In alles wat wij maken, zit het lasagne-idee: populair, maar met een diepere laag. Hessels: Als student was ik fan van Olympique Dramatique (theatergezelschap van onder anderen Geert Van Rampelberg en Stijn Van Opstal, nvdr.). Maar ook Dominique heeft mij gevormd. Hij is wat ouder dan ik, hè. Ik was al fan van hem toen we samen op school zaten. Per toeval was het eerste stuk waarin ik na mijn studies speelde De gebroeders Leeuwenhart, met Dompie en een paar mannen van Olympique Dramatique. Tot op vandaag pluk ik daar de vruchten van. *** 'Mag ik even zeggen dat ik grote fan van jullie ben?' Een jong koppel houdt halt bij ons tafeltje. Hessels en Van Malder glimlachen. Het is niet de eerste keer die dag dat ze worden aangesproken. 'Op de trein vertellen mensen mij over hun zieke vader of over hun financiële problemen', vertelt Hessels. 'Ik probeer die verhalen op afstand te houden, maar ik heb daar nog geen manier voor gevonden. En toch moet het, anders kom je elke dag thuis als een vod, met het leed van de hele wereld op je schouders.' Van Malder: Maar als je iets doet, wil je het goed doen, niet half zijn gat. Wij zouden elke dag een ander goed doel kunnen steunen dat ons heeft gevraagd, maar dat gaat gewoon niet. Dan vergeet je je naasten. Hessels: Dat doen we nu al. Door Gentbrugge te maken ken ik mijn buren stilaan goed, maar ik kan enkel hopen dat mijn lief het me vergeeft. Van Malder: Die mannen die plezant doen op een ander, maar geen tijd hebben om thuis plezant te zijn: dat zijn wij. Hoe vaak horen jullie elkaar wanneer jullie elk met andere projecten bezig zijn?Hessels: We bellen bijna dagelijks. De voorbije weken hebben we elkaar bijna uitsluitend via het antwoordapparaat gehoord. Wij lullen elkaars voicemail vol, tot het biepje gaat. We tappen moppen, zingen liedjes... Van Malder: Af en toe een huilbui... Hessels: Of nieuws over een gemeenschappelijke kennis die trouwt of gestorven is. Van Malder: Een gesproken dagblad eigenlijk. Hessels: Tegenwoordig sluit hij altijd af met: 'Tot snellekens, Placide Smellekens', naar Urbanus' personage uit Koko Flanel. Oef. Niet elk beetje smalltalk met jullie mondt dus uit in een existentieel gesprek.Hessels: In onze caravan ging het vaak genoeg over seks, of over hoe schoon de vrouwen zijn. Het is zo dat je in de diepte kunt gaan. Van Malder: Als je de mensen kunt laten lachen, kun je ze ook laten wenen. Niet omgekeerd. Tussen oorlog en leven was heftig, maar als je een vlieg op de muur had kunnen zijn ná de opnames, wanneer Rudi Vranckx zich ontspant... Hessels: Dan praat hij plat Leuvens en leutert hij mee over wat er in de boekskes staat. Hoe kijken jullie naar elkaars werk?Van Malder: Altijd met veel liefde, maar zonder alles goed te vinden. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik het meestal wel goed vind, omdat wij dezelfde blik delen. Wij hechten allebei veel belang aan speelsheid. Hessels: Maar Geub vond je niet goed. Van Malder: Dat is toch niet waar! (lacht luid) Qua flauwiteit was dat een tienpunter en het pretendeerde vooral ook niet meer te zijn. Wij maken meestal diepe, intense en emotionele dingen. Dan mogen we godverdomme af en toe eens een joker inzetten ook. Heb jij al een joker ingezet, Dominique?Hessels: Heb jij Verborgen verlangen niet gezien, Jasper? (lacht)Van Malder: Producer Dirk Impens belde mij: 'Ik wil een film maken waar iedereen naar komt kijken. Ik moet er wel bij vertellen dat het met Astrid Bryan is.' Maar het was ook met Maarten Moerkerke, een goede regisseur en een superfijne kerel. Het is een licht scenario, ik weet het, maar tegelijk denk ik: fuck it. En Astrid is een topwijf, punt. Toen ik de perstekst van Gentbrugge las, dacht ik: een typisch Joris Hessels-programma. Vrezen jullie in een hokje te worden gestopt?Hessels: Dat is hoe het werkt, hè. Ze gaan mij niet vragen The Voice te presenteren, ook al zou ik dat misschien nog graag doen. Ik heb een enorme bewondering voor Koen Wauters, moet je weten. Dat heb ik al eens gezegd, half als grap, maar eigenlijk meen ik dat. Ik heb het voordeel dat ik ook nog acteer, waardoor ik in iets atypisch als Geub kan terechtkomen. Van Malder: We hebben het geluk gehad dat we vroeger veel hebben kunnen uitproberen. (buigt zich naar de recorder) Met dank aan de projectsubsidies, waardoor we nu heel goed weten wat we willen maken en de luxe hebben om te kiezen. Als ik een aanbieding krijg om voor veel geld het uithangbord te worden van een saus, kan ik dat weigeren. Maar we hebben niet zitten wachten tot ze belden. We hebben zelf dingen gemaakt. Toneel met psychiatrische patiënten bijvoorbeeld, vijftien jaar lang. Zonder die vlieguren was er geen Radio Gaga. Na Radio Gaga kwamen Taboe, Down the Road, Eenzaam en Over winnaars, te veel om het nog een trend te noemen: jullie hebben tv in Vlaanderen veranderd.Van Malder: Ik wil niet stoefen, maar wij voelden toen wel dat er nood was aan wat we maakten. Aan kwetsbaarheid in plaats van cynische tv. Uiteindelijk is iedereen kwetsbaar. Hessels: Ik heb als kind te weinig volwassenen horen zeggen: wij proberen ook maar wat. Dat zeg ik nu wel tegen mijn kinderen en dat laten we zelf ook zien. Wij zijn ook maar twee vrienden in een caravan die een plaatje opleggen als we geen woorden meer hebben. Van Malder: Mensen wensen elkaar vaak sterkte toe, maar eigenlijk mag je ook eens zeggen: ik wens je zwakte toe. Laat u maar ne keer gaan.Ik ging jullie net vragen, zoals in Radio Gaga, wat ik jullie mocht wensen. Een andere vraag dan maar: wat zouden jullie doen als het morgen oorlog wordt in België?Van Malder: Hetzelfde als veel mensen: vluchten. Ik wil niet dat mijn kinderen opgroeien op een plaats waar het levensgevaarlijk is om naar de bakker te gaan. Hessels: Ik zou spelend ten onder gaan, denk ik. Zoals de vader in La vita è bella. Van Malder: Dat moet. In tijden van oorlog bloeien de theaters en bioscopen. We hebben nood aan schone verhalen om het leed in dit leven aan te kunnen.