Wanneer Jennifer Egan aan het boek denkt dat haar het dierbaarst is, denkt ze niet aan Bezoek van de knokploeg (2010), waar ze een paar jaar geleden de Pulitzerprijs en de National Book Critics Circle Award voor kreeg, maar wel aan Kijk naar mij (2001), een roman die een stuk ouder is en vandaag een internationale revival beleeft (en ook opnieuw in het Nederlands verschijnt).
...

Wanneer Jennifer Egan aan het boek denkt dat haar het dierbaarst is, denkt ze niet aan Bezoek van de knokploeg (2010), waar ze een paar jaar geleden de Pulitzerprijs en de National Book Critics Circle Award voor kreeg, maar wel aan Kijk naar mij (2001), een roman die een stuk ouder is en vandaag een internationale revival beleeft (en ook opnieuw in het Nederlands verschijnt). 'Dat boek komt van heel diep en misschien ben ik er na al die jaren nog steeds niet klaar mee', zegt ze. 'Het is misschien niet zo afgelikt als Knokploeg, maar het is wel veel ambitieuzer, en voor ambitie geef ik altijd een paar punten extra. Ik wilde iets zeggen over de staat van Amerika op de overgang van de twintigste naar de eenentwintigste eeuw, hoe we steeds meer de realiteit reduceren tot het beeld dat we ervan te zien krijgen en hoe dat beeld op zijn beurt mensen verandert. We zijn allemaal als die politieman geworden die te veel naar misdaadreeksen kijkt en zich tijdens de werkuren ongewild als een acteur gaat gedragen.' Maar er is meer, want naast een verhaal over een bekend model dat een auto-ongeval krijgt en na talloze reconstructie-operaties en het aanbrengen van tachtig titanium schroeven een nieuw gezicht krijgt, is Kijk naar mij ook een boek waarin de werkelijkheid in de verdrukking komt door een realitysite en een terrorist plannen maakt om de Twin Towers op te blazen. So what, denkt u nu misschien, maar toen Egan in 1995 aan de roman begon, waren dat zaken die de modale Amerikaan zich echt nog niet kon voorstellen, en de schrijfster van Kijk naar mij evenmin. 'Ik was nog nooit online geweest', lacht Egan, 'Er was amper e-mail, laat staan sociale netwerken, en van Big Brother was nog geen sprake. Ik fantaseerde erop los en bedacht een site waarop je het leven van gewone mensen zou kunnen volgen via de teksten die zij schrijven, maar ook via foto's en zelfs een camera in hun huis. En dan was er nog het thema van het terrorisme natuurlijk. Mijn boek verscheen in de week van 9/11. Ook op dat vlak voelde ik blijkbaar aan wat er in de lucht hing. Al moet ik bekennen dat dat in feite niet zo moeilijk was. In 1993 was er al een aanslag tegen het WTC geweest (met een bomauto, nvdr.), en ik zat op dat moment maar een blok of drie verder te werken. Toen vielen er maar zes slachtoffers, dus ik kon me voorstellen dat de terroristen teleurgesteld waren en meer wilden. Dat bezorgde me trouwens hevige schuldgevoelens toen de Twin Towers daadwerkelijk tegen de vlakte gingen. Ik had de hele tijd zitten fantaseren vanuit het standpunt van mensen die met goede reden iets tegen de VS hebben, en dat ontplofte toen in mijn gezicht. Ik voelde me gecompromitteerd omdat ik me ingelaten had met gedachten die tot duizenden doden hadden geleid.' JENNIFER EGAN: Telkens als ik in een vliegtuig zit, sta ik ervan versteld hoeveel mensen er op een schermpje zitten te kijken. En jammer genoeg zitten die geen e-boeken te lezen. Een boek dat me wat dat betreft sterk beïnvloed heeft, is John Bergers Ways of Seeing (1972), net zoals Daniel Boorstins The Image trouwens. Dat laatste verscheen in 1961, dus voor de tijd van massamedia en de tv-verslaggeving over Vietnam, en analyseert heel mooi hoe beeldcultuur werkt. Hoe meer we merken dat onze ervaringen gemediatiseerd worden, hoe meer we naar authenticiteit verlangen, schrijft hij, en het zijn precies de media die ons die authenticiteit beloven. Neem reality-tv. Enerzijds belooft die ons een beeld van de realiteit, maar anderzijds is dat beeld natuurlijk volledig nep, waardoor je echte authenticiteit wilt, en de reality-tv in overdrive gaat. EGAN: We willen inderdaad bepaalde elementen zien terugkeren: opwinding, pittigheid en een ambigu maar voldoening schenkend einde. De zuivere realiteit biedt die slechts zelden, weet ik als schrijver maar al te goed. Vandaar de nood aan manipulatie en de spanning die ontstaat tussen realiteit en fictie. Ook in de journalistiek zie je dat. Amerika heeft de voorbije jaren een paar schandalen gekend door journalisten die de realiteit wilden opleuken door er een mooi, maar onwaar verhaal van te maken. Het probleem is dat authenticiteit in feite een artificieel begrip is, iets wat alleen wenselijk wordt wanneer het aan het verdwijnen is. EGAN: Volstrekt. Amerikanen zijn notoir onwetend wanneer het op geschiedenis aankomt. Zelf ben ik wel geïnteresseerd in de geschiedenis van mijn land, maar wanneer het gaat over de rol die de VS in de wereldgeschiedenis gespeeld hebben, is die interesse al veel minder. En dat geldt ook mijn landgenoten. Veel verder dan de Founding Fathers komen we niet, en die kan iedereen naar eigen goeddunken misbruiken. Wat zij hebben gezegd, is immers als de Bijbel: dat gaat alle kanten op. Bovendien moet je alles wat ze beweerden in zijn context plaatsen. Zij waren inderdaad voor vrije wapendracht, maar dat waren andere wapens dan vandaag en mensen moesten zich toen ook nog beschermen tegen wilde dieren en zo. EGAN: We hebben niet zo'n lange geschiedenis als Europa en waarschijnlijk zijn we er daarom zo weinig in geïnteresseerd. We zijn zoals jongeren van een jaar of vijftien. Die willen ook niet weten wat er gisteren is gebeurd, maar wel wat er morgen zal komen. En dat heeft ook zo zijn voordelen. Wanneer ik in Europa kom, merk ik steeds weer hoe mensen bijna bezwijken onder het gewicht van de geschiedenis en daardoor niet met een onbevangen blik naar de toekomst kunnen kijken. Amerikanen kennen dat niet. Voor hen ligt de toekomst voor het grijpen. KIJK NAAR MIJ Jennifer Egan, De Arbeiderspers (originele titel: Look at Me), 448 blz., a15.DOOR MARNIX VERPLANCKE