1. 'Er is de voorbije halve eeuw wellicht geen album geweest dat zo breed is gemaakt', meldt het persbericht.

Een heel mooi compliment. Alleen dat van die halve eeuw is wellicht wat overdreven. (lachje) Al die invloeden in mijn muziek komen heel spontaan. Wat ik thuis heb liggen, gaat van experimentele klassieke muziek over Italiaanse schlagers tot zware rootsdub. Die invloeden had je ook al bij TC Matic, al werd ik toen vastgepind op mijn harde gitaarriffs. Ik speelde nochtans evengoed tango en andere dingen.
...

Een heel mooi compliment. Alleen dat van die halve eeuw is wellicht wat overdreven. (lachje) Al die invloeden in mijn muziek komen heel spontaan. Wat ik thuis heb liggen, gaat van experimentele klassieke muziek over Italiaanse schlagers tot zware rootsdub. Die invloeden had je ook al bij TC Matic, al werd ik toen vastgepind op mijn harde gitaarriffs. Ik speelde nochtans evengoed tango en andere dingen. Het is natuurlijk niet zo vreemd: Tikiman is van het Caraïbische eiland Domenica en Angelique Willkie is Jamaicaanse. De bassist en de drummer zijn Frans. DNA is Nederlander en houdt ook wel van een muzikale cocktail. Voor mij is het logisch. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in muziek waar zon in zit: dubreggae, latino, Griekse en Italiaanse muziek. Ik zou er moeten over nadenken, maar in elk geval ben ik binnenkort producer voor de Franse groep Jesus Volt. Ze komen uit de hardcore blues, met invloeden van Jon Spencer, maar ook van de vroege Stones. De muziek moet voor mij altijd avontuurlijk zijn. Blues sijpelt altijd in mijn muziek door, ja. Dat is niet te vermijden, want elke muziekcultuur heeft zijn blues. Fado, flamenco: dat is allemaal blues, op hun manier. Het is een gevoel, 'le cafard' zoals het in het Frans heet. In de flamenco heb je de 'duende', een onbestemd mengsel van verdriet en blijdschap. Iedereen kent dat. Dat is heel ambigu. Voor we beginnen te repeteren voor optredens sta ik altijd stijf van de zenuwen. Maar zodra je op het podium staat en voor een publiek speelt, denk je 'Waw, dit is toch wel geweldig'. Maar in de studio spelen, doe ik gewoon heel graag. Een geluid helemaal goed krijgen, geeft een kick. Ik heb de indruk dat er heel veel gebeurt. Volgens mij zijn er veel artiesten bezig waar we nog niets van hebben gehoord, die hun kans nog moeten krijgen. In vergelijking met 15, 20 jaar geleden - de hoogdagen van TC Matic - zijn er veel meer jonge muzikanten. Ze krijgen veel meer informatie, horen de muziek van hun ouders. Muziek spelen is veel natuurlijker geworden. Urban Dance Squad bij hun eerste cd. Toen voelde ik dat er iets gaande was in de studio. Ik kreeg er kippenvel van. Al die ideeën bij elkaar, dat was straf. Je voelde dat er iets speciaals was. Hun tweede cd hebben ze zelf geproducet. Maar zo werkt het niet. Zelfs David Bowie heeft een producer nodig. Electric Lady Land van Jimi Hendrix. De dubbele verzamel-cd van Marino Marini, een Napelse schlagerzanger die ik al van kindsbeen af ken. Lee Scratch Perry, zonder één titel uit zijn oeuvre te kiezen. De soundtrack bij de film over bokser Jack Johnson door Miles Davis, met gitarist John McLaughlin. House of the blues van John Lee Hooker. Maar ik zou natuurlijk een hele rist blueshelden kunnen opnoemen. Alles wat met elektrische gitaar te maken had: Hendrix, Clapton - vooral dan in de beginperiode van Cream. Dat heeft me een flash gegeven. Wat me altijd geïntrigeerd heeft, is de power van iets. Misschien zeggen ze daarom altijd dat ik zo luid speel. Mocht hij op een dag aan mijn deur staan en voorstellen om samen een nummer te maken, doe ik het meteen. Ik heb dat altijd graag gedaan. Of het nog zou klikken? Als je met zijn tweeën bezig bent met een gitaar, dan lukt dat. Muziek overstijgt alles. door Dominique Soenens