Vrijdag 26 oktober, HETPALEIS. Als een losgelaten stier galoppeert Rik Verheye door de kamer. Zijn trui vliegt de ene kant op, met zijn broek en onderbroek op zijn schoenen belandt hij op de metalen bureaukast in de hoek. Stef Aerts - met kinderlijk brilletje op de neus en afgezakte, zwarte panty's op de enkels - kijkt toe, terwijl Bart Hollanders het met melancholische puppyogen aanziet.
...

Vrijdag 26 oktober, HETPALEIS. Als een losgelaten stier galoppeert Rik Verheye door de kamer. Zijn trui vliegt de ene kant op, met zijn broek en onderbroek op zijn schoenen belandt hij op de metalen bureaukast in de hoek. Stef Aerts - met kinderlijk brilletje op de neus en afgezakte, zwarte panty's op de enkels - kijkt toe, terwijl Bart Hollanders het met melancholische puppyogen aanziet. Hier wordt theater gemaakt. Op vraag van HETPALEIS werken enkele jonge goden van het Vlaamse toneel (Aerts, Joé Hollanders en Joé Agemans van FC Bergman, aangevuld met Verheye en Greg Timmermans) aan een stuk voor 15-jarigen, over het vuilste én meest menselijke gevoel dat er bestaat: jaloezie. 'Als puber word je voor het eerst verliefd en krijg je te maken met misschien wel de meest heftige, bittere jaloezie uit je leven', zegt Aerts. 'Oorspronkelijk was ons gevraagd iets te maken voor twaalfjarigen, maar hoe meer we ons verdiepten in het thema 'jaloezie' en stukken daarover lazen, hoe meer we beseften: hier moet je iets ouder voor zijn.' De titel van hun worp: De gehoornden, een knipoog naar Le cocu magnifique (De magnifieke hoorndrager) van Fernand Crommelynck, een farce uit 1920 die als basis diende voor hun voorstelling. Daarin voert Crommelynck de vreemde poëet Bruno op, gelukkig getrouwd met de bloem van het dorp, Stella. De kost verdient hij met het op bestelling schrijven van liefdesbrieven. Zijn leven oogt ideaal, alleen beeldt hij zich alsmaar meer in dat zijn geliefde vreemdgaat. De gedachte drijft hem tot waanzin: hij beveelt zijn Stella in bed te duiken met zijn beste vriend Petrus, omdat hij, naar eigen zeggen, pas kan geloven dat zijn Stella hem trouw is als ze om hem te behagen ontrouw wil zijn. Zo geschiede. Het hek is helemaal van de dam als Bruno haar, na de wip met Petrus, beveelt om met alle mannen uit het dorp in de bedstee te duiken... STEF AERTS: De Cocu is echt een klucht die uitsluitend over de jaloezie gaat. Het is een puur, absurd en grotesk theaterportret van de jaloezie. JOÉ AGEMANS: Neen. We lazen verschillende bewerkingen en vertalingen, waaronder het oorspronkelijke stuk, de bewerking die Marc Didden in 1991 maakte voor de Blauwe Maandag Compagnie en de versie die Pjeroo Roobjee in 1998 maakte voor Tom Van Dycks versie in het Toneelhuis. Maar we vonden die teksten te letterlijk, te weinig verbeeldingsprikkelend. Op aangeven van onze coach Jan Bijvoet hebben we dan zelf een bewerking gemaakt. JAN BIJVOET: Via een tachtigtal tussenversies. (lacht) We zijn geëindigd bij een bijna-monoloog. Dat is de beste manier om de absurde, haast paranoïde wereld die jaloezie in iemands hoofd zaait te laten zien. Alle personages rond Bruno zijn ook bijna 'non-mensen', wezens die hij bij elkaar fantaseert om zijn overdreven jaloersheid te voeden. RIK VERHEYE: Ik houd van dit personage omdat het zich als een kamikaze in het verderf stort. Soms, heel soms, ben ik ook jaloers, maar een seconde later realiseer ik me dat dat eigenlijk debiel is. Dat debiele gevoel vergroot ik in mijn rol, zonder van Bruno een ongeloofwaardige zot te maken. Dat is hij niet. Zijn liefde voor Stella is gewoon zo groot dat hij die liefde alleen maar kan verkloten. Dat de andere personages eerder 'non-mensen' zijn, blijkt uit de kostuums waarin de spelers door de repetitieruimte banjeren. Van onder Aerts' broek piepen zwarte panty's, de imposante Hollanders ziet er vooral zielig uit door de epauletten onder zijn blazer, Agemans oogt als een boswachter die zijn bos mist en dan maar met een kettingzaag stoeit en Timmermans staat erbij als een doodbrave ambtenaar. Te midden van dat zootje ligt een hertenkop. VERHEYE: Die vertolkt momenteel de rol van Estrugo, Bruno's steun en toeverlaat. Ik heb geen idee of dat zo blijft. Soms wordt Estrugo ook vertolkt door de opgezette uil, omdat dat een wijs dier is. Het achterliggende idee is dat Bruno veel triester overkomt als hij tegen een opgezet beest zijn hart lucht in plaats van tegen een persoon. AERTS: Die hertenkop is niet bewust op een rommelmarkt gekocht of zo. Toen we begonnen te repeteren, hebben we wat gerief verzameld om mee te spelen. Het brilletje dat ik draag, bijvoorbeeld, helpt me om Stella te spelen. Het heiligenbeeld heeft geen betekenis, het draagt simpelweg het hertengewei waarmee Stella graag rondhuppelt. HOLLANDERS: De koffiemachine en de stoelen zijn wél bewust. We voeren het stuk op in een transitruimte, die je in elke luchthaven of station vindt. Een soort niemandsland waar iedereen zich al eens bevindt, net zoals iedereen al eens jaloers is. AERTS: Neen, omdat we geen rekening houden met wat jongeren denken. We maken de voorstelling die we willen maken, waarvan we geloven dat ze iedereen vanaf vijftien jaar kan boeien. HOLLANDERS: We zeggen minstens tien keer per dag dat we geen 'kindertoneel' willen maken. Dat is niet pejoratief bedoeld: we willen vooral vermijden dat we een kinderachtig, al te illustrerend toneeltje brengen. BIJVOET: Als jullie spelen, dan zíjn jullie. Als Greg toekijkt hoe Rik zijn 'Stella' vernedert, dan legt hij geen extra pathos in zijn blik. Net die soberheid in het spelen, dat rustige maar beredeneerde spel maakt dat ik - als toeschouwer - geprikkeld word om te fantaseren. Wat veel leuker is. Ook voor de jongeren die komen kijken. VERHEYE: Vroeger wilde ik clown of priester worden. Dat laatste vooral omdat mijn grootmoeder me graag als priester zag. Maar de theatermicrobe zit in mijn bloed, net zoals ze in mijn vaders bloed zat. Hij stierf toen ik acht was. Dat verlies maakte hem nog meer tot mijn held en zorgde ervoor dat ik nog meer opging in mijn passie voor clowns, circussen en kermissen. Voor alles wat flikkerende lichtjes had, eigenlijk. Soms reden mijn moeder en ik helemaal naar Duitsland om er een circusvoorstelling te zien. AERTS: Ik ging ook vaak met mijn moeder naar het theater. En al sinds mijn zevende verzin ik verhalen. Ik maakte zowel toneeltjes als tekeningen. Dat ik acteur geworden ben, vloeit vooral voort uit mijn verlangen theatermaker te worden, omdat je dan zowel auteur, acteur, decorontwerper als regisseur kunt zijn. Ik schreef me in aan de toneelschool, Conservatorium Antwerpen, omdat daar theatermakers schoolliepen die ik bewonder. Zoals Luk Perceval, Frank Focketyn of Lucas Vandervost. HOLLANDERS: Ik heb de theatermicrobe van mijn ouders geërfd. Omdat ik niet wist wat ik anders zou worden, schreef ik me, na lang talmen, net ná het sluitingsuur van de laatste inschrijfdag bij Studio Herman Teirlinck in. Daar ontmoette ik mijn klasgenoten die nu de andere leden van FC Bergman zijn. TIMMERMANS: Sinds mijn veertiende ga ik vaak naar het theater. Ik was een verlegen kind en ontdekte dat ik achter een masker of met een pruik meer durfde. Ik speelde Gaston en Leo na en registreerde dat op video. Na de kunsthumaniora en een omzwerving langs de filmopleiding in het Brusselse Sint-Lukas verzeilde ik op het Rits. AGEMANS: Ja, ik ben opgeleid als orthopedisch technieker, en ik heb ook een poosje dat beroep uitgeoefend. Maar omdat ik steeds meer naar het theater ging en die wereld bewonderde, heb ik mijn job opgegeven om theatertechnieker te worden. En zo ben ik FC Bergman binnengerold. AERTS: De laatste Bergmanvoorstelling, de Terminator Trilogie. Een woordeloze monoloog die een oudere acteur zou spelen, maar die uiteindelijk in mijn schoot terechtkwam. Het vergde erg veel, maar het is gelukt om dat personage te vertolken zoals we het bedacht hebben. TIMMERMANS: Mijn stage bij De kussenman van Theater Zuidpool. Fantastisch, stage lopen in het theater waar ik als jonge toeschouwer zo vaak kwam. Maar ook de avonturen met FC Bergman of Hof van Eede zijn telkens zalig. HOLLANDERS: Mijn rol als Teddy in ons afstudeerproject De thuiskomst. Ik besefte niet goed dat ik zou afstuderen om dan, samen met de anderen, FC Bergman op te richten. VERHEYE: Ook voor mij is dat De thuiskomst, waarin ik Lenny speelde. De cohesie van onze groep was fantastisch. Dat we nadien met dat stuk op tournee mochten, maakte het nog onvergetelijker. Op reis - voor het eerst in onze carrière - met een zalige bende die elkaar op én naast de scène loeren legden. AERTS: Ik heb het weinig rustgevende geluk dat zowat al mijn kinderdromen zijn uitgekomen. Ik droom er dus van dat het leven blijft zoals het is, dat ik mijn passies kan blijven combineren en dat FC Bergman kan blijven groeien. TIMMERMANS: Ik hoop ook dat het verdergaat zoals nu. Met veel afwisselend acteerwerk en mensen die ik graag heb. En ik hoop ooit in Scandinavië te werken en te wonen. VERHEYE: Ik droom van mijn eigen televisiereeks, De biechtvaders, die ik momenteel schrijf. En verder wil ik blijven afwisselen tussen rollen in theater, film, televisie en de reclamewereld. HOLLANDERS: Ik droom van een leven waarin ik kan blijven dromen. Voor ik de repetitieruimte verlaat, zie ik hoe Verheye een fulminerende monoloog - 'Duivelin! Heks!' - uitspuwt. Rond hem cirkelen Aerts en Hollanders. Aerts danst als 'ballerina Stella', met Hollanders als een meedansende Petrus, achter hem aan. In dezelfde cadans. Als twee stille, geile toreadors. Net een droom. DE GEHOORNDEN Tot 14/12 in HETPALEIS, première op 16/11. Voor iedereen vanaf 15 jaar, hetpaleis.be DOOR ELS VAN STEENBERGHE - FOTO'S PIET GOETHALSStef Aerts: 'ALS PUBER WORD JE VOOR HET EERST VERLIEFD EN WORD JE HEFTIGER JALOERS DAN JE OOIT NOG ZULT ZIJN.'