Onlangs werd een Groenlandse haai uit de zee gevist die de gezegende leeftijd van 392 jaar had bereikt. Terwijl Napoleon nog in zijn luiers van een keizerrijk droomde, zwom dat prehistorisch monster al lustig rondjes in de Noorse Zee. 'Monster' is wel degelijk het juiste woord: hij vreet alles op wat op zijn pad komt, in zijn ogen leven lichtgevende parasieten, hij kan vijf meter lang worden, weegt makkelijk een ton en, o ja, hij is giftig. Wie per se van zijn vlees wil eten, dat naar urine ruikt, moet het eerst begraven zodat het kan ontgiften. Rauw veroorzaakt het verlamming. Er is dus geen enkele reden om dat...

Onlangs werd een Groenlandse haai uit de zee gevist die de gezegende leeftijd van 392 jaar had bereikt. Terwijl Napoleon nog in zijn luiers van een keizerrijk droomde, zwom dat prehistorisch monster al lustig rondjes in de Noorse Zee. 'Monster' is wel degelijk het juiste woord: hij vreet alles op wat op zijn pad komt, in zijn ogen leven lichtgevende parasieten, hij kan vijf meter lang worden, weegt makkelijk een ton en, o ja, hij is giftig. Wie per se van zijn vlees wil eten, dat naar urine ruikt, moet het eerst begraven zodat het kan ontgiften. Rauw veroorzaakt het verlamming. Er is dus geen enkele reden om dat beest boven te halen. En net dat willen de twee vrienden Morten Strøksnes en Hugo Aasjord doen. Op een rubberbootje. Met een ordinaire vislijn. Klinkt als een strak plan. Ieder zijn taak, dus Strøksnes mag het bos in op zoek naar een rottend kadaver van een Schotse hooglander - lekker aas - terwijl Aasjord hun zodiak in orde brengt. Hoewel beiden kunstenaars zijn, beantwoorden ze niet aan het cliché van wereldvreemde onhandigaards. Strøksnes is een schrijver die in het mondaine Berlijn woont en Aasjord is een landschapschilder die in een klein dorp in de Lofoten een oud buurthuis probeert op te knappen. Dat is nodig om de sociale cohesie te behouden want nu de olie-industrie de traditionele visserij heeft verdreven, dreigt het dorp leeg te lopen. Ook de opwarming van de zee heeft gevolgen, net als de toenemende vervuiling. Voor Strøksnes is de vangst van een legendarische haai de ideale aanleiding om allerlei wetenschappelijke weetjes op te dissen en onze aandacht te vestigen op onze nefaste invloed op de zeeën. Dat doet hij gelukkig zonder prekerig te worden, en evenmin schetst hij apocalyptische toekomstbeelden die ons zouden moeten bekeren tot een groen gedachtegoed. Hij geeft het gewoon mee en wisselt met gemak tussen wetenschap en mythe, tussen Noorse zeemansverhalen en hedendaagse literatuur. Voor de meeste landbewoners is de zee gewoon een hele hoop water, maar het is verrassend te lezen hoe weinig de wetenschap eigenlijk van de oceaan weet en hoeveel er nog ontdekt moet worden. In een wereld die almaar kleiner en saaier lijkt te worden, vormt de zee het laatste grote mysterie, en Strøksnes licht een tipje van de zilte sluier. Ondertussen volg je met spanning hun avontuur. Hoe in Neptunus' naam gaan ze een spartelend dier van een ton aan boord van een opblaasboot krijgen? En wat dan? Naast een naar Moby Dick lonkende queeste is Haaienkoorts ook het relaas van een mannenvriendschap. Ze zitten tenslotte de godganse dag op een koud rubberbootje te wachten tot die haai zich verwaardigd om in hun aas te bijten. Dat loopt wel eens uit op ruzie én ontboezemingen. Strøksnes schrijft het eerlijk op, zonder te etaleren of er een autobiografisch melodrama van te maken, op zich al een uitzonderlijke daad in deze door emotie getiranniseerde tijden. Haaienkoorts ***** Morten A. Strøksnes, Atlas Contact (originele titel: Havboka), 288 blz., ? 24,99. Roderik SixCentrale zinnen In de oceaan kan de vijand van alle kanten komen, op elk moment.