Jarhead ****

SAM MENDES
...

SAM MENDES MET JAKE GYLLENHAAL, JAMIE FOXX, PETER SARSGAARD, CHRIS COOPER Of ze hebben geen smaak. Of ze snappen het niet. Andere verklaringen waarom dit revisionistische komische drama over de eerste Golfoorlog door het Amerikaanse publiek lauw werd onthaald, hebben we niet. Dit is één van de beste films van de jongste maanden: strak gestileerd, alsof de geest van Kubrick over de zanderige set waarde, uitmuntend vertolkt, met dank aan acteursregisseur Sam Mendes én pervers plagerig, met zijn grimmige satire en zijn strategische gebrek aan gevechtsscènes. Vooral dat laatste zorgde overzees voor nogal wat wenkbrauwengefrons. 'Wat is de zin van een oorlogsfilm zonder oorlogsscènes?', klonk het unisono. Het antwoord van Anthony Swofford, de Desert Storm-veteraan op wiens memoires deze film is gebaseerd, is nochtans duidelijk. Om van een oorlog te kunnen spreken, zo suggereert hij, heb je eerst een vijand nodig. En die valt in de Irakese zandbak kennelijk nergens te bespeuren. Het sarcasme gutst dan ook van het zongebleekte scherm - het is alsof cameraman Roger Deakins zijn pellicule in bleekwater heeft gesopt - wanneer de jarheads (bijnaam voor de kaalgeschoren mariniers) elkaars geweer uit handen rukken als ze eindelijk een Irakees in het vizier krijgen. Komt ervan als je maandenlang onder een loden zon bivakkeert, eindeloos rondjes ploegt door de woestijn, soldaatje speelt op verzoek van CNN en enkel friendly fire te verduren krijgt. Voor de slechte verstaanders: de pointe van Jarhead is dat Jarhead geen pointe hééft, waarmee Mendes de futiliteit van de Golfoorlog blootlegt zonder politieke slogans. Dit is dus geen traditionele oorlogsprent, met weidse spektakelscènes zoals de helikopterraid uit Apocalypse Now of bloederige pathos à la Platoon, wel een postmoderne, als genrefilm gecamoufleerde meditatie over zijn en niet-zijn in tijden van een hightech oorlog. Twee uur lang laveert Jarhead listig tussen realisme en absurdisme, afstandelijkheid en engagement, opwinding en frustratie. En dat terwijl enkel de proloog van de oorlog - soldaten die worden getraind, gedrild en gek gemaakt - wordt herhaald, tot de zenuwen het begeven en de stoppen doorslaan. Of: hoe het sarcastische motto van de US Marines - Welcome to the suck - dodelijk precies blijkt. Vervelende cinema levert dat plagerige spel met genreconventies en -citaten (uit Full Metal Jacket, The Deer Hunter, Apocalypse Now...) beslist niet op. Mendes voert een in topvorm verkerend elitekorps aan, met Jamie Foxx als machiavellistische sergeant, Peter Sarsgaard als cynische redneck én Jake Gyllenhaal, imponerend als Tony Swofford. Bovendien wordt ook visueel het grove geschut bovengehaald, vooral op het einde. Zo is het slikken als Swoffs peloton onder een koolzwarte hemel door de brandende olievelden trekt of als het de smeulende snelweg tussen Koeweit en Bagdad oversteekt, een apocalyptisch kerkhof van autowrakken en verkoolde lijken. Ondanks de wrange humor en de messcherpe voice-over - die Mendes ook al gebruikte in American Beauty en Road to Perdition - is Jarhead in zijn duistere slotact bewust dubbelzinnig. Dit is geen pamflet over de Golfoorlog, wel een confronterend referendum, tot aan de dankzij Bush junior tot tragisch ironie verschrompelde slotzin: 'Fortunately we never have to come to this shithole again.'Dave Mestdach