JAKE EN DINOS CHAPMAN
...

JAKE EN DINOS CHAPMAN STEIDLMACK, 176 BLZ., 57,95 EURO Zonder het echt te willen, maakte Goya iets van het beste wat de kunstgeschiedenis ooit heeft voortgebracht: de Desastres de la guerra, een reeks etsen over de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog aan het begin van de negentiende eeuw. Voeg daar het kwajongenssarcasme van Jake en Dinos Chapman bij en je hebt stof voor felle discussies en een occasioneel taartgevecht. Of variaties daarop: toen ze begin april hun Goyabewerkingen voorstelden in Oxford kregen de Chapmans een paar klodders rode verf over zich heen. Roem eist zo zijn tol. Een braaf imago hebben de Britse broertjes bepaald niet en met Insult to Injury gooiden ze nog maar eens wat olie op het vuur. De onvolprezen etsen van Francisco Goya kleurden ze bij met clownskoppen, konijnenoren, nazihelmen en puntneuzen. Schande, schande. Goya maakte de tekeningen ten tijde van de inval van Napoleon in Spanje. Hij werkte verder tijdens de Spaanse onafhankelijkheidsstrijd en onder de weer in het leven geroepen inquisitie van Ferdinand VII. Met een bloedstollende zin voor compositie legde hij de grootste miserie vast: slachtpartijen, verkrachtingen, executies, weerwraak, honger, ziekte en dood. Omdat het klimaat geen kritiek verdroeg, gaf Goya de serie nooit uit. Dat gebeurde pas 35 jaar na zijn dood in 1828. Zelf gaf hij zijn werk de titel Fatale gevolgen van de bloedige oorlog in Spanje tegen Bonaparte en andere beklemmende capriolen, in 82 platen. Jake en Dinos Chapman kochten een editie en smukten de prenten op met hun gebruikelijke galgenhumor. De serie werd geselecteerd voor de jongste Turner Prize en geprezen als een subversief en spitsvondig kunstwerk tussen een ontheiliging en een hommage in. In het boek Insult to Injury staan 80 mooie reproducties (wat niet evident is, in de catalogus van de Desastres in Rotterdam zijn de prenten bijvoorbeeld te gelijkmatig en te somber weergegeven). De tekeningen van Goya zijn er door de Chapmans onder handen genomen met meticuleuze zorg en verrassend veel tederheid. Een gehangene krijgt het hoofd van een teddybeer, een meisjeslijk wordt voorzien van een pluizig muizenkopje en een gesneuveld paard krijgt een carnavalsmasker met blauwe ogen waaruit - ocharme toch - een traan opwelt. Een vergelijking leert dat Goya vooral aandacht had voor de helse situaties. Zijn helden en heldinnen blijven ondergeschikt aan de actie en worden dan ook niet als individuen gepresenteerd. Dat trachten de Chapmans te veranderen door middel van maskers en groteske maar fijnzinnig getekende karikaturen. Het resultaat is een aangrijpende, gedurfde en meeslepende reeks waarin vreselijke drama's aan een diabolische humor gekoppeld zijn. Huiveringwekkend en satirisch, maar geheel acceptabel. Tenslotte ging Goya later ook de groteske toer op en maakte hij zelf als eerste gewag van beklemmende 'capriolen'. Els Fiers Els Fiers