Inside Man ***

SPIKE LEE

MET DENZEL WASHINGTON, CLIVE OWEN, JODIE FOSTER, CHIWETEL OJIOFOR, WILLEM DAFOE

Verandering van spijs doet eten, wil het gezegde, en met zijn nieuwste film was Spike Lee duidelijk aan popcorn toe. Na het debacle van She Hate Me (2004) - een lauwe dweil van een seksuele komedie - zaten er voor Spike Lee eigenlijk maar twee dingen op. Ofwel mikte de maker van Do the Right Thing, Jungle Fever en Clockers eindelijk nog eens een splinterbommetje richting Hollywood, ofwel ging hij nog eens voor een kaskraker à la Malcolm X, desnoods met een genrefilm in opdracht van een grote studio. Het werd dat laatste. Lee kreeg vanuit de boardroom van Universal een scenario aangereikt, trommelde een bataljon sterren op en zette geen van de betrokkenen, zichzelf incluis, voor lul: met Inside Man levert hij een oerdegelijke, viriele heist movie af.

Het verhaaltje over de ingenieuze bankoverval die uitloopt op een gijzelingsactie vormt echter niet meer dan een commercieel deklaagje. Belangrijker zijn het psychologische machtsspel tussen Clive Owen en Denzel Washington (respectievelijk het criminele meesterbrein en de haantjesflik die tot onderhandelaar wordt gebombardeerd), de sociale terzijdes die Lee om de hoofdplot drapeert, de cinefiele knipogen en het dollen met het verwachtingspatroon van de kijker. Zo geeft Lee je al na een kwartier de afloop van de gijzeling mee door de chronologie te doorbreken, een slimmigheidje waardoor je extra aandachtig gaat speuren naar aanwijzingen hoe de overvallers er in godsnaam zullen in slagen te ontsnappen. Terwijl de actie en de oneliners over het doek flitsen - ook uw aandachtsgestoorde kroost zal voldoende geprikkeld worden om bij de les te blijven - weet Lee handig de aandacht af te leiden. Enerzijds door politieke commentaren en een klad etnische vaudeville in de mix te gooien (post-9/11-paranoia, de politiek van Bush en raciale spanningen zijn nooit veraf); anderzijds door een stevige scheut humor en zelfspot toe te voegen. 'C'mon. You saw Dog Day Afternoon. You're stalling!', gromt Washington tot zijn antagonist, verwijzend naar de iconische gijzelingsthriller uit 1975 waarnaar Inside Man duidelijk is gemodelleerd. Lee beleeft ook zichtbaar lol aan het jongleren met de conventies van het genre en vergeet de film niet te voorzien van zijn trademark-ingrediënten: sociale hangijzers, flamboyante kleuren en energieke beeldwissels.

Toegegeven: sommige subplots worden nogal lomp op de intrige gedropt en als vanouds pakt Lee uit met statische personages die in een mythisch Hollywood-verleden thuishoren. Zo is Washington het eigenwijze achterneefje van John Shaft, terwijl de schimmige grootbankier van dienst (Christopher Plummer) de halfbroer had kunnen zijn van die witharige nazi-tandarts uit Marathon Man. Maar meer klachten kunnen we niet verzinnen. Lee levert hier het bewijs dat je zelfs in een uitgewoond genre nog spits en spannend uit de hoek kunt komen. Al wat het vergt, is talent. Welcome back, Spike.

Dave Mestdach