ROCKIN' IN THE FREE WORLD: NEIL YOUNG

Wie tuk is op statistieken heeft aan de website setlist.fm een hele kluif. Die houdt, op basis van door toeschouwers ingediende lijstjes, al decennialang bij welke songs een artiest of band er tijdens een optreden zo allemaal doorheen jaagt. Een kleine duizend setlists staan er van Pearl Jam geregistreerd, van de allereerste (op 22 oktober 1990 opgetekend in Seattle) tot het recentste (misschien wel die van gisteren, ongeacht wanneer u dit leest). Wat blijkt? Dat van alle artiesten die Pearl Jam met een cover heeft geprezen Neil Young absoluut de kroon spant: bij meer dan een derde van zijn concerten gooide Pearl Jam er een song van de kranige Canadees tussen. Meestal Rockin' in the Free World, als loeiende uitsmijter. Naar het waarom moet men niet ver zoeken. Young is voor Pearl Jam niets minder dan een mentor: hij heeft de verschroeiende gitaarrock zowat eigenhandig uitgevonden, doet al meer dan veertig jaar koppig zijn eigen zin, en neemt zo een onaantastbare positie in het muzikale landschap in. Nogal wiedes dat Pearl Jam met de man de hort op ging, nadat beide partijen in 1995 Youngs plaat Mirrorball hadden ingeblikt. De lijst met covers van Neil Young is dan ook de langste. Niet onlogisch dat zowat alles van Mirrorball ooit al wel eens de revue is gepasseerd. Maar daar stopt de adoratie niet: Fuckin' Up, Harvest Moon, The Needle and the Damage Done, Hey Hey My My (Into the Black), Cinnamon Girl, Cortez the Killer, Walk with Me, Tonight's the Night, Powderfinger, Down by the River... Enfin, u hebt het door.
...

Wie tuk is op statistieken heeft aan de website setlist.fm een hele kluif. Die houdt, op basis van door toeschouwers ingediende lijstjes, al decennialang bij welke songs een artiest of band er tijdens een optreden zo allemaal doorheen jaagt. Een kleine duizend setlists staan er van Pearl Jam geregistreerd, van de allereerste (op 22 oktober 1990 opgetekend in Seattle) tot het recentste (misschien wel die van gisteren, ongeacht wanneer u dit leest). Wat blijkt? Dat van alle artiesten die Pearl Jam met een cover heeft geprezen Neil Young absoluut de kroon spant: bij meer dan een derde van zijn concerten gooide Pearl Jam er een song van de kranige Canadees tussen. Meestal Rockin' in the Free World, als loeiende uitsmijter. Naar het waarom moet men niet ver zoeken. Young is voor Pearl Jam niets minder dan een mentor: hij heeft de verschroeiende gitaarrock zowat eigenhandig uitgevonden, doet al meer dan veertig jaar koppig zijn eigen zin, en neemt zo een onaantastbare positie in het muzikale landschap in. Nogal wiedes dat Pearl Jam met de man de hort op ging, nadat beide partijen in 1995 Youngs plaat Mirrorball hadden ingeblikt. De lijst met covers van Neil Young is dan ook de langste. Niet onlogisch dat zowat alles van Mirrorball ooit al wel eens de revue is gepasseerd. Maar daar stopt de adoratie niet: Fuckin' Up, Harvest Moon, The Needle and the Damage Done, Hey Hey My My (Into the Black), Cinnamon Girl, Cortez the Killer, Walk with Me, Tonight's the Night, Powderfinger, Down by the River... Enfin, u hebt het door. 'Ik zou nooit een gitaar hebben vastgepakt als Ace Frehley er niet was geweest.' 'Mijn solo in Alive is gebaseerd op She.' 'Voor mij waren ze The Beatles.' Breek Mike McCready de bek niet open over Kiss. Onlangs outte de gitarist in Rolling Stone ook enkele andere Pearl Jammers als fans - met name drummer Matt Cameron en bassist Jeff Ament. 'Er loopt een rode Kiss-draad door heel wat muziek die uit Seattle is gekomen, hoewel daar nooit veel ruchtbaarheid aan gegeven is', weet McCready. Schaamte, wellicht. Want natuurlijk was Kiss meer marktkraam dan rockband: merchandisetroep slijten was even belangrijk als platen maken. Toch heeft McCready een punt. Wie oren aan zijn hoofd heeft, moet erkennen dat de geschminkte stoethaspels een rist gretige powerpopsongs bij elkaar hebben geschreven, waarvan Black Diamond er onmiskenbaar een is. Tussen haakjes: wat kan er fout wezen aan een nummer dat in de jaren tachtig nog door de onverdachte Replacements op plaat is gezet? Pearl Jam speelde Black Diamond onder meer tijdens een concert in het New Yorkse Madison Square Garden in 2008, en trok daarvoor Ace Frehley zelf aan de mouw. Voor datzelfde nummer dook Frehley later eveneens op bij McCready's coverband Flight to Mars, die dan weer gewijd is aan de Britse hardrockers UFO. Nog meer potsierlijke spreidstanden vallen bij Pearl Jam te aanschouwen wanneer het Van Halens Eruption onder handen neemt. Een band ontdekt door Gene Simmons van... u raadt het. Van big dumb fun naar de intimistische beschouwing van wat ons mensen maakt. Naast Rockin' in the Free World en Baba O'Riley van The Who vervolmaakt Crazy Mary van Victoria Williams de top drie van vaakst door Pearl Jam geïnterpreteerde liedjes. Toch blijft de ietwat excentrieke, in Louisiana grootgebrachte americanazangeres voor het leeuwendeel van het Pearl Jam-legioen een nobele onbekende. Daar leek anno 1993 even verandering in te komen. Nadat bij Williams multiple sclerose was vastgesteld, sprongen artiesten met Namen zoals Lou Reed, Maria McKee, Buffalo Tom en ook Pearl Jam in de bres met de benefietplaat Sweet Relief, waarvan de opbrengsten dienden om Williams' torenhoge hospitalisatiekosten te betalen. Eddie Vedder en co. kozen toen Crazy Mary uit haar repertoire: een song groots in zijn kleinheid, over de melancholie die gewone lieden op ordinaire weekdagen bedruipt, een existentieel moment naast de opgetaste vaat. Het is verleidelijk om in Crazy Mary de aanzet te ontwaren tot een van Pearl Jams schilderachtigste songtitels, Elderly Woman behind the Counter in a Small Town. Vaststaat dat Vedder doorheen de hele carrière van de groep geregeld pakkende humane portretten heeft geborsteld: de dakloze (Even Flow), de gedoemde geliefden (Hail, Hail), de werkloze (Unemployable), de drugsgebruiker (Severed Hand), de door het leven beurs geslagen tooghanger (Speed of Sound). Zouden lieden die Pearl Jam omstreeks 1991, 1992 vaak aan het werk hebben gezien zich ooit hebben afgevraagd waar Eddie Vedder plots die verontrustende, a capella gezongen tekst vandaan haalde, waarmee de band in die periode menige song inleidde? En wat had die beschrijving van een verkrachting in feite te maken met grunge, het snoepgoed van die tijd? Antwoorden: Fugazi, en principes. Fugazi: strenge voorvechters van het do it yourself-idee, hardliners van de straight edge (in de persoon van zanger-gitarist Ian MacKaye), bewakers van de hardcore-ethiek. Een baken van integriteit, kortom, waaraan Pearl Jam zich amechtig spiegelde toen het moest knokken om zélf overeind te blijven terwijl de tornado van populariteit over de groep heen raasde. En dus weigerde Pearl Jam vanaf zijn tweede plaat Vs. (1993) jarenlang video's te maken - fuck MTV. Tijdens de tournee voor Vitalogy speelde de groep node in afgelegen zalen en verlopen racebanen, omdat het de machtige concertorganisator Ticketmaster een proces aan de pantalon had gesmeerd. Vruchteloos, zou later blijken. Inmiddels waren de spanningen binnen de groep wel door het dak gegaan: drummer Dave Abbruzzese kreeg - lach niet - om 'politieke meningsverschillen' zijn ontslag. En toen negen toeschouwers het leven lieten tijdens het optreden van Pearl Jam op het Deense Roskildefestival in 2000, bleef de band zes jaar lang van lucratieve festivals weg. Principes, dus. Al is Eddie Vedder de eerste om toe te geven dat die een beetje vreemd ogen bij een rockgroep die ruim zestig miljoen platen heeft verpatst. Mede dankzij de samenwerking met Ticketmaster, overigens. 'In vergelijking met Fugazi zijn wij Mariah Carey.' Politiek, het woord viel al. Net als R.E.M. indertijd behoort Pearl Jam tot de categorie van rockreuzen die niet beschroomd zijn om klaar en duidelijk onvrede te uiten over de maatschappelijke koers die the powers that be dicteren. Dat luidkeelse engagement heeft zich uiteraard ook vaak gemanifesteerd in de coverkeuzes. In 2003 gooide het vijftal om de haverklap Fortunate Son in zijn set, een nummer waarin John Fogerty van CCR eind jaren zestig de politieke en financiële elite aankloeg, die weliswaar een hele natie in de Vietnamoorlog had gestort, maar het eigen nageslacht veilig aan de sierhaard hield. Gevonden vreten voor Pearl Jam om er de door George W. Bush (zelf zo'n fils à papa) verordonneerde invasie van Irak mee te adresseren. Andere openlijk politieke songs waarnaar de Pareljammers in die periode gedegouteerd hebben gegrepen, zijn I Am a Patriot (Little Steven), Know Your Rights (The Clash), Masters of War (Bob Dylan) en Gimme Some Truth (John Lennon). En als de omstandigheden erom vroegen, pakte de band uit met andere melodische traktaten zoals People Have the Power (Patti Smith), War (Edwin Starr) of Here's to the State (Phil Ochs). Eddie Vedder over de macht van de muzikant: 'Je in dezelfde ruimte bevinden als een massa mensen die over een bepaald iets in volkomen overeenstemming verkeren, is enorm krachtig. Dat kun je kanaliseren.' De Bonoschool dus. Maar zonder rode zonnebril. Punk. Als een goed gefundeerd betoog geen bergen verzet, dan wel het zuiverende lawaai van nietsontziende, rudimentaire rockklanken. In dat opzicht zijn die van Pearl Jam pure kinderen van de eighties: het ordewoord van eind jaren zeventig, dat punkers en hardrockers dagdagelijks elkaars moeder moesten beledigen, kon hen worst wezen. Het was geen belediging voor de stam als je zowel aan Aerosmith als aan Dead Kennedys verknocht was, of aan poseurs als Whitesnake én aan de postpunk van PiL (van wie Pearl Jam op Rock Werchter 2010 én 2012 trouwens Public Image de weide op slingerde). Op de vorig jaar verschenen, tiende langspeler Lightning Bolt valt goed te horen hoe de bloedlijn naar oude seventies- en eightiespunk nog lang niet is verdund. Net voor grunge uit de voegen barstte, lag Seattle volop in de invloedssfeer van het zuidelijker nabij dezelfde kustlijn gelegen Los Angeles. Vandaar de duidelijke LA-stempel op Pearl Jams punkcovers door de jaren heen: The Avengers, The Germs, X. Maar iets van de Ramones of een vaak terugkerende stormram als Sonic Reducer van Dead Boys, uit Cleveland, Ohio, ontlaadt evengoed. Tot slot: geen band houdt het meer dan twintig jaar vol op het hoogste niveau als die zijn publiek niet af en toe wat donzige dekens aanreikt, de zitkussens opklopt en wat marshmellows op een twijg spietst. 'Wij zijn het kampvuur waar mensen omheen kunnen zitten', zo vat Eddie Vedder showtime samen. De furie, de boodschap, de ontroering: het mag en moet allemaal, maar zonder de liefde is het plaatje niet compleet. De liefde voor pure, schaamteloze, goedgemaakte, tijdloze pop met name. Vandaar: Driven to Tears van The Police, Timeless Melody van The La's, I Got You van Split Enz of You've Got to Hide Your Love Away van The Beatles. Oldies charmeren ook altijd: Soldier of Love van Arthur Alexander bijvoorbeeld. Of Last Kiss, een hups wijsje uit 1961 van Wayne Cochran, waarin de blanke soulzanger met de spectaculaire pompadour een toonbeeld van tienerdramatiek neerzet: jongen neemt meisje mee op een date, rijdt zijn auto in het decor, en kan haar nog één ultieme kus geven voor ze voorgoed de ogen sluit. Een snik waar je het desondanks warm van krijgt. Wilde u overigens nog weten waarom Pearl Jam nooit iets van pakweg Public Enemy zal behandelen? Eddie Vedder: 'Ik wil de pijn uit iemands hoofd zien vloeien terwijl hij zingt en gitaar speelt tegelijk.' Gezellig! Toch maar allen naar Werchter, die zaterdag. VOLGENDE WEEK TAXIWARSDOOR KURT BLONDEEL