In zijn intens melancholische liefdesballade uit 2000 zoekt en vindt Wong Kar-Wai troost in de schoonheid. Die drapeert hij overdadig en in zijn gekende lyrische stijl over meneer Chow (Tony Leung) en mevrouw Chan (Maggie Cheung), twee b...

In zijn intens melancholische liefdesballade uit 2000 zoekt en vindt Wong Kar-Wai troost in de schoonheid. Die drapeert hij overdadig en in zijn gekende lyrische stijl over meneer Chow (Tony Leung) en mevrouw Chan (Maggie Cheung), twee buren die in afwezigheid van hun (overspelige) partners minnaars worden in het Hongkong van 1962. De romantiek en nostalgie spatten van elk meticuleus gecomponeerd breedbeeld af, met dank ook aan Kar-Wais cameradichter Christopher Doyle. Maar onder de pelliculepracht, met zijn goudgele gloed en giftige groenen, borrelt ook wreedheid, schaamte en gemis. Ondertussen mogen krakende bossanovadeuntjes van Nat King Cole, Hongkongse sixtieshitjes en de klassieke tonen van componist Michael Galasso de complexe gevoelswereld van meneer Chow en mevrouw Chan verklanken, en word je met zachte maar dwingende hand naar een hartverscheurende climax tussen de tempelruïnes van Angkor Wat geleid. Een meesterwerk over het vervlieden van de tijd, herinneringen en passie dat je nu opnieuw kunt bewonderen in de bioscoop, in een 4k-restauratie met discrete beeld, kleur- en geluidscorrecties.