Twelve Angry Men (1957) ****

Sidney Lumets bioscoopdebuut na een jarenlange training als regisseur van live televisiedrama's was meteen raak: een uitmuntend rechtbankdrama dat zich volledig ontrolt in het oververhitte zaaltje waar twaalf gezworenen moeten beslissen over het lot van een jonge latino , beschuldigd van roofmoord. Voor elf van hen is hij guilty as hell, maar één jurylid (Henry Fonda als de incarnatie van een rechtschapen, ruimdenkend Amerika) twijfelt en brengt de zekerheden en vooroordelen van zijn collega's aan het wankelen.
...

Sidney Lumets bioscoopdebuut na een jarenlange training als regisseur van live televisiedrama's was meteen raak: een uitmuntend rechtbankdrama dat zich volledig ontrolt in het oververhitte zaaltje waar twaalf gezworenen moeten beslissen over het lot van een jonge latino , beschuldigd van roofmoord. Voor elf van hen is hij guilty as hell, maar één jurylid (Henry Fonda als de incarnatie van een rechtschapen, ruimdenkend Amerika) twijfelt en brengt de zekerheden en vooroordelen van zijn collega's aan het wankelen. Sean Connery is de bendeleider die een ingenieuze kraak pleegt door alle flats van een luxueus pand aan Fifth Avenue leeg te roven. De toon van deze heistfilm is luchtig en karikaturaal, maar er sluipt ook een paranoïde dimensie in die typerend is voor het onbehagen uit het Nixontijdperk. Het wemelt van de bewakingscamera's en iedereen wordt voortdurend door geheime organisaties afgeluisterd. Een van de zeldzame Britse excursies van deze New Yorkse regisseur bij uitstek, met als mistroostig decor een grijs Engels stadje waar een maniak zich aan kleine meisjes vergrijpt. Sean Connery is de vermoeide politie-inspecteur die in zijn confrontatie met de verdachte (Ian Bannen) met zijn spiegelbeeld wordt geconfronteerd. Wat de film zo krachtig maakt, is dat het verhaal niet chronologisch en objectief wordt verteld, maar we ons integendeel opgesloten voelen in de psyche van de gefolterde politieman. Al Pacino speelt een undercoverpolitieman die de corruptie van het korps aan de kaak stelt en zelf van naïeveling tot messiaanse hippie evolueert. De echt bestaande Frank Serpico groeide dankzij Pacino's begeesterde vertolking tot een anti-establishmenticoon uit. Superluxueuze Agatha Christieverfilming met een betwistbare Albert Finney als de beroemde Belgische speurder. Hercule Poirot moet tijdens een treinreis van Istanbul naar Calais een moordraadsel ontrafelen en een breed assortiment verdachte Hollywoodsterren aan de tand voelen (Lauren Bacall, Ingrid Bergman, Jacqueline Bisset, Sean Connery, John Gielgud, Anthony Perkins, Vanessa Redgrave, Richard Widmark, Michael York). De galante atmosfeer, de sterrenparade en de somptueuze reconstructie van de thirties maken er een Grand Hotel op wielen van. Nog een iconische vertolking van Al Pacino, deze keer als een arme drommel die een bank overvalt om de geslachtsoperatie van zijn minnaar te kunnen bekostigen. Deze tragikomische reconstructie van een waargebeurde hold-up moet het hebben van het grappige contrast tussen het geklungel van de dieven tijdens de gijzelneming en het waanzinnige circus van media, politie en FBI dat hen omsingelt. Richard Burton is de vertwijfelde psychiater die probeert te achterhalen waarom een zeventienjarige stalknecht (Peter Firth) zes paarden de ogen uitstak. Lumet maakt de fatale vergissing om die schokkende feiten uit Peter Shaffers toneelstuk 'realistisch' te tonen, wat dit gekunstelde steekspel niet verdraagt. Lumet is op zijn best als zijn aanpak documentair-realistisch is, lichtvoetigheid en pure fantasie zijn niet zijn ding. Zijn poging om in deze update van de onsterfelijke klassieker The Wizard of Oz (1939) het echte Manhattan tot een Oz-achtige wereld te transformeren, is dan ook desastreus. Een spectaculair fout gecaste Diana Ross maakt de ramp compleet. Prince of the City heeft veel weg van een uitpuilend dossier vol uit het (straat)leven gegrepen menselijke drama's, intrigerende details, duistere transacties en ethische discussies. Centraal staat de door schuldgevoel overmande inspecteur Danny Ciello (Treat Williams in de rol van zijn leven), de undercoveragent bij de New Yorkse narcoticabrigade die uit de biecht klapt. Langzaam, maar onafwendbaar wordt Ciello in een hoek gedreven tot hij niet anders kan dan de code breken dat hij nooit ofte nimmer zijn partners zou verraden. Zowel dramatisch als stilistisch een krachttoer. Onderhoudende filmversie van een spitsvondig moordmysterie waarmee Ira Levin een Broadwayhit scoorde. Michael Caine en Christopher Reeve zijn prima gecast als een thrillerschrijver en zijn privésecretaris die ons twee uur lang meeslepen in hun diabolische manipulaties. Lumet doet geen enkele poging om de theatraliteit en kunstmatigheid te camoufleren: hij legt het er integendeel duimendik op. Een aan lagerwal geraakte steradvocaat met een drankprobleem (Paul Newman) komt als ambulance chaser aan de kost, maar herpakt zich en gaat onversaagd het gevecht aan tegen het machtige advocatenkantoor van het bisdom van Boston. Het is de goede oude David-en-Goliath-routine, maar dan in een juridisch jasje gegoten en somber en plechtig in scène gezet - fotografieleider Andrzej Bartkowiak inspireerde zich op de clair-obscurtechniek van Caravaggio. Sean Connery, Dustin Hoffman en Matthew Broderick spelen respectievelijk grootvader, vader en kleinzoon in deze schalkse komedie over een dievendynastie uit Hell's Kitchen. Het lijkt wel een geforceerd goedgemutst doorslagje van de zwaarmoedige familiedrama's waarvan Lumet zijn huisspecialiteit heeft gemaakt. Een taai politiedrama dat je doet begrijpen waaraan Lumet zijn bijnaam 'de Dickens van het moderne New York' dankt. Met een ongelofelijke rijkdom aan onthullende details beschrijft hij de etnische spanningen in de metropool van misdaad en verderf. Nick Nolte is hallucinant als de corrupte Ierse detective die met zijn opgekropte haat geen blijf weet. In een van de sterkste scènes laat de officier van justitie van Manhattan (Ron Leibman) al zijn medewerkers in de gang verzamelen, springt hij op een haastig aangerukte werktafel en trakteert hij de toehoorders op een scheldpartij vol verwijten en etnische beledigingen. Het is een typische Lumetscène: luid, intens, verbaal en met de confrontatie op de spits gedreven. Ook hier berijdt de regisseur zijn stokpaardje van corruptie bij New Yorks finest en als vanouds handelt hij niet in zwart-wittegenstellingen - wat hem interesseert, zijn de grijze zones. Met deze zwarte komedie die zich volledig op de afdeling intensieve zorgen van een New Yorks ziekenhuis afspeelt, neemt Lumet de commercialisering van de Amerikaanse gezondheidszorg op de korrel. Helaas gebeurt dit in een onwennige mix van realisme, absurde humor en surrealisme. Op zijn 84e tekende Lumet voor zijn afscheidsfilm, tevens zijn bitterste en donkerste prent: een schrijnend fatalistisch familiedrama vol rancune, wraak en afrekeningen met het verleden. Hij doet het onverkwikkelijke zaakje uit de doeken in een solide flashbackstructuur met wisselend vertelperspectief en zorgt ervoor dat topacteurs als Philip Seymour Hoffman, Ethan Hawke en Albert Finney zichzelf overtreffen. PATRICK DUYNSLAEGHER