1 A Place in the Sun (1951; George Stevens)

Na jaren als kindster bij MGM onder contract te hebben gestaan, leende de studio haar uit aan Paramount voor wat haar eerste echt volwassen rol werd - ofschoon ze pas achttien was. Taylor is bloedmooi als het begeerde rijke meisje dat de belichaming vormt van poen en erotiek. Voor haar is zwakkeling Montgomery Clift bereid zijn saaie en vreugdeloze vriendin (Shelley Winters) te dumpen en zo nodig te verzuipen. Hoewel Theodore Dreisers realistische roman An American Tragedy de gepolijste Hollywoodmake-over kreeg, blijft dit een voor die jaren ongehoord scherpe aanklacht tegen het gulzig nastreven van materiële welstand. Tijdens de opnames ontstond een hechte band tussen Taylor en Monty Clift. Het werd nooit een seksuele relatie - de getourmenteerde Clift viel op mannen - maar in de beroemdste scène, de omhelzing met de reusachtige close-ups, voel je zo hoe de twee naar elkaar smachten.
...

Na jaren als kindster bij MGM onder contract te hebben gestaan, leende de studio haar uit aan Paramount voor wat haar eerste echt volwassen rol werd - ofschoon ze pas achttien was. Taylor is bloedmooi als het begeerde rijke meisje dat de belichaming vormt van poen en erotiek. Voor haar is zwakkeling Montgomery Clift bereid zijn saaie en vreugdeloze vriendin (Shelley Winters) te dumpen en zo nodig te verzuipen. Hoewel Theodore Dreisers realistische roman An American Tragedy de gepolijste Hollywoodmake-over kreeg, blijft dit een voor die jaren ongehoord scherpe aanklacht tegen het gulzig nastreven van materiële welstand. Tijdens de opnames ontstond een hechte band tussen Taylor en Monty Clift. Het werd nooit een seksuele relatie - de getourmenteerde Clift viel op mannen - maar in de beroemdste scène, de omhelzing met de reusachtige close-ups, voel je zo hoe de twee naar elkaar smachten. 'Ik was opgewonden dat ik Rock Hudson als tegenspeler zou krijgen. De schat! Er bestond geen betere man dan hij', schreef Liz Taylor in haar teleurstellende autobiografie uit 1988, die meer over haar diëten dan haar films gaat. Na Clift was Hudson de tweede homo op wie ze verliefd werd en aan wie ze tot zijn dood loyaal bleef. Aangezien dit legendarische petroleumepos over Texaanse oliemiljonairs meerdere generaties omspant, mag Taylor voor het eerst haar bereik als actrice demonstreren: we zien haar evolueren van huwbare tiener tot een op haar zestigste nog altijd pittige zilvergrijze grootmoe. In de beroemdste scène uit deze oververhitte bewerking van Tennessee Williams' stuk klaagt Maggie (Taylor) tegen haar impotente echtgenoot (Paul Newman) dat ze niet meer weet wat gedaan omdat ze zich voelt 'als een kat op een heet zinken dak'. Zijn reactie: 'Well jump Maggie, jump.' Tijdens de opname verongelukte Taylors derde echtgenoot Mike Todd in zijn privévliegtuig. Ze werd bijna gek van verdriet, maar om over de tragedie heen te komen, stortte ze zich na twee weken weer op haar werk. Nog een film naar Tennessee Williams waarin de Southern Gothic op de spits wordt gedreven. Je moet het zien om het te geloven: Katharine Hepburn is de dominante feeks wier zoon, de homoseksuele dichter Sebastian, vermoord en opgepeuzeld werd door de Noord-Afrikaanse jongetjes die hij probeerde te versieren - iets waarvoor hij zijn nichtje (Elizabeth Taylor in uitdagend wit badpak) als lokaas gebruikte. Taylor heeft het kannibalistische trauma nooit kunnen verwerken en Hepburn denkt dat een lobotomie de oplossing biedt. Ze probeert breinchirurg Montgomery Clift (de neurotische acteur ziet er inmiddels zelf als een van zijn patiënten uit) te overhalen om de schokkende herinneringen uit Taylors hersenpan te peuteren, zodat ze het schandelijke verhaal niet kan voortvertellen. Taylors eerste campklassieker - er zouden er nog volgen. Na haar eerste Oscar voor een film waaraan ze zelf een grondige hekel had - BUtterfield 8 - kreeg Taylor de titelrol in Cleopatra, met als tegenspeler de briljante Shakespeareacteur Richard Burton. 'Als klein meisje geloofde ik al in lotsbestemming, en in dat geval was Richard Burton mijn lot', dixit Taylor. De film en hun huwelijk hebben een en ander met elkaar gemeen: beide zijn superproducties die onder een lawine van publiciteit en roddels bedolven raakten en mede daardoor een onterecht kwalijke reputatie kregen. Ondanks de spectaculaire ups and downs van hun twee, jawel twéé, huwelijken en scheidingen bleken Liz en Dick voor elkaar gemaakt. Met de jaren werd ook deze veelgesmade kolossale superproductie in ere hersteld; de integrale versie van vier uur wordt nu door kenners begroet als de meest intelligente spektakelfilm die ooit over het Romeinse Rijk werd gemaakt. Ironisch genoeg blijft de fatale zwakte in deze monumentale film de vertolking van la Taylor, die in haar meeste scènes veeleer als een snerpend viswijf overkomt dan als de koninklijke intrigante die Mankiewicz voor ogen had. Hollywoods grootste glamourkoppel uit de sixties speelt zich de ziel uit het lijf in deze vrij trouwe bewerking van het toneelstuk van Edward Albee. Dick & Liz schitteren als een echtpaar dat elkaar tijdens een helse nacht met haar en huid verscheurt. De prent krijgt een extra voyeuristische attractie door het feit dat we ons vergapen aan het meest besproken showbizzhuwelijk uit die jaren. Moeilijk te zeggen wat het meest over the top is in deze echtelijke Walpurgisnacht: het verbale geweld, de exquis geformuleerde beledigingen, de psychologische wreedheid of de hoeveelheid alcohol die de personages naar binnen gieten. Taylor speelt op haar tweeëndertigste een helleveeg van in de vijftig en hanteert haar schrille en beperkte stem als een dodelijk wapen. Taylor probeerde alles om haar oude vriend Montgomery Clift als tegenspeler te krijgen voor John Hustons verfilming van de korte roman van Carson McCullers. Toen de studio Clift door zijn drank- en pillenverslaving niet langer wilde verzekeren, was ze bereid zelf voor de kosten op te draaien. Wat niet nodig bleek: Clift was net zesenveertig toen hij stierf aan een hartkwaal. Marlon Brando viel dan in voor de rol van de zwaar seksueel gefrustreerde majoor, een verdoken homo, fetisjist en masochist. Hoe meer zijn vrouw (Taylor) met haar weelderige boezem uitpakt, hoe meer hij in de ban geraakt van een simpele soldaat die gaarne stiekem spiernaakt paardrijdt. Na The Sandpiper en Who's Afraid of Virginia Woolf? was deze Shakespearebewerking de derde film waarin de Burtons hun echtelijke ruzies gevolgd door extatische verzoeningen op het doek overdeden. Deze keer werd het een uitbundig spektakel, compleet met elizabethaanse verzen, pruiken, kostuums en de decoratieve overdaad van operaregisseur Franco Zeffirelli. Helaas werd er niet het meest over de vertolking van Taylor gesproken, maar wel over haar intussen royale rondingen. Daarover zei ze zelf: 'Ik denk dat het kwam door het verrukkelijke leventje met Richard, die overigens geen grammetje aankwam, al deed hij er even hard aan mee.' Oprechte saloncommunist Joe Losey liet het miljoenenverslindende jetsetduo Taylor-Burton opdraven in deze uitzinnig gestileerde Tennessee Williamsadaptatie. Taylor is een stervende ster die op haar vulkanische privé-eiland geen pottenkijkers duldt, tót een dolende dichter (Burton) opdaagt die de Engel des Doods blijkt te zijn. Ondanks de kabukikostuums en de Bulgari-juwelen waaronder ze gebukt gaat, raast La Taylor als een hysterische tornado door de film, bevelen uitdelend aan een dwerg, een verpleegster en een nicht. Ze krijgt paniekaanvallen, hoest bloed op, kraamt poëtische onzin uit en ontsteekt in woede als Burton 'de enige man blijkt te zijn die haar slaapkamer verlaat zonder met haar het bed gedeeld te hebben'. De favoriete film van paus van de wansmaak John Waters. Need we say more? Minder extreme camp dan Boom!, maar daarom niet minder vermakelijk. Liz is een Londense prostituee die zopas haar dochter heeft begraven en in de ban geraakt van een jong meisje (Mia Farrow) dat treurt om haar verscheiden moeder. De gekke moeder-dochtertransfer heeft ook lesbische connotaties - de badscène! - maar is toch vooral een folie à deux. Die wordt echter verstoord door de indringer van dienst, een kinderen molesterende stiefvader (Robert Mitchum). Taylor bleef nog drie decennia sporadisch acteren, hoofdzakelijk als een autokarikatuur. Haar meest geloofwaardige rollen in die latere periode waren die van aidsactiviste en Superster voor het leven. PATRICK DUYNSLAEGHER