In Israël is Ari Folman dankzij zijn veelbekroonde documentaires, langspeelfilms en tv-series al jarenlang een bekende naam. Met Waltz with Bashir lijkt zijn doorbraak in de rest van de wereld onvermijdelijk. De internationale filmpers reageerde op het jongste Filmfestival van Cannes alvast laaiend enthousiast en krabde zich duchtig achter de oren toen bleek dat de geanimeerde documentaire niet in de prijzen was gevallen.
...

In Israël is Ari Folman dankzij zijn veelbekroonde documentaires, langspeelfilms en tv-series al jarenlang een bekende naam. Met Waltz with Bashir lijkt zijn doorbraak in de rest van de wereld onvermijdelijk. De internationale filmpers reageerde op het jongste Filmfestival van Cannes alvast laaiend enthousiast en krabde zich duchtig achter de oren toen bleek dat de geanimeerde documentaire niet in de prijzen was gevallen. Vertrekpunt van deze meeslepende visuele trip is Folmans gesprek met een voormalige legermakker. Die vertelde de cineast over een weerkerende droom waarin hij door zesentwintig razende honden achtervolgd wordt, een nachtmerrie die door het duo aan zijn deelname aan de Eerste Libanese Oorlog in 1982 werd gelinkt. Vreemd genoeg kon Folman zich amper iets van deze waanzinnige periode herinneren. Net daarom besloot hij zijn vroegere kameraden op te zoeken voor een interview. Folman zette zijn op zich al ongewone zoektocht kracht bij door deze in kleurrijke Flashanimatie om te zetten. Deze grafische software - die normaal dient om websites op te smukken - geeft een buitenwerelds cachet aan de mix van verhelderende vraaggesprekken, surrealistische droombeelden en vreselijke herinneringen. Folman: Dit is mijn vierde langspeler, ik weet dus uit ervaring dat de openingsscène enorm belangrijk is. Als je het publiek niet vanaf de eerste seconde in het verhaal sleurt, zal het moeilijker investeren in wat het te zien krijgt. En dat is nog meer het geval als je met een nieuwe filmtaal op de proppen komt. Ik wilde dat de animators het procedé helemaal onder de knie hadden vóór we de achtervolgingsscène inblikten. Die hebben we dan ook voor het einde van de productie gehouden. Vergelijk het met enkele wielerkampioenen die een eindsprint inzetten: de energie moest écht van het scherm knallen! Folman: Simpel: er was geen andere optie. Dingen als oorlog, het geheugen, het onderbewustzijn, dromen, nachtmerries en verloren liefde kan je niet zomaar in een liveactiondocumentaire verwerken. Zulke onderwerpen smeken om een veel vrijere stijl, anders tast je hun puurheid aan. Bovendien was ik het typische docuformat kotsbeu. Alweer een aaneenschakeling van talking heads: ik mocht er niet aan denken. Folman: Inderdaad. De laatste jaren had ik het steeds moeilijker met het documentaire genre. Die zogenaamd objectieve non-fictiefilms met hun ' fly on the wall'-aanpak konden me gestolen worden. Zet je camera op één punt en de zaken worden helemaal anders weergegeven dan door een camera op een ander punt. Ik wilde me niet langer met zulke academische vraagstukken bezighouden. Daarom heb ik alle regeltjes overboord gesmeten om mijn eigen aanpak uit te dokteren. Folman: Dat beschouw ik als het ultieme compliment.. Samen met David Polonsky, mijn artdirector, die verantwoordelijk is voor 80 procent van wat je op het scherm ziet, bedacht ik een drieledige werkmethode. Op de voorgrond staan de personages. Die beelden we zo natuurgetrouw mogelijk af zodat het publiek zich emotioneel met hen kan binden. Op een tweede niveau komen de hallucinaties en de nachtmerries, die in een meer experimentele visuele stijl worden weergegeven. En tijdens de laatste twintig minuten ontvouwt zich een derde laag, een die ik zelf als ' hardcore documentary' omschrijf: donker, deprimerend en bijna monochroom. Folman: Scorecomponist Max Richter en ik hebben dagenlang gediscus-sieerd over de juiste muzikale aanpak van zo'n ingewikkeld onderwerp. Zelfs mensen die rechtstreeks bij de verschrikkelijke gebeurtenissen betrokken waren, weten nog altijd niet hoe de vork juist in de steel zat. Er waren zoveel verschillende kanten: de Is-raëlische soldaten, de christelijke falangisten én de Palestijnse vluchtelingen. Daarom kozen we om met muzikale thema's te werken, herkennings-deuntjes als het ware. En dan hebben we de soundtrack volgestouwd met dreigende geluidseffecten en popsongs die in de eighties op de radio te horen waren. Folman: Dat is dan ook een van de beste songs aller tijden, die bovendien zowel thematisch als ritmisch perfect past bij wat er zich op het witte doek afspeelt. Kijk, de laatste tijd worden er zoveel onuitdagende snertfilms in de bioscoop gedropt. Geen wonder dat er steeds minder mensen naar de cinema gaan: ze vervelen zich er te pletter! Daarom vond ik het belangrijk om mijn prent met fantastische muziek en bezwerende visuals te vullen. Folman: Israël blijft een democratisch land, waar de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel staat. Ondanks de heikele onderwerpen werd mijn film grotendeels met staatssubsidies gefinancierd. Er zijn zelfs verschillende politici speciaal naar Cannes gevlogen om de première bij te wonen. Natuurlijk zijn er rechtse rakkers die niet akkoord gaan met mijn boodschap, maar s o fucking what? Folman: Maar daarom nog niet hét onderwerp van mijn prent. Ik zou het enorm spijtig vinden als je enkel dat hebt onthouden. Eigenlijk is mijn boodschap even universeel als banaal. Bob Dylan bezong hetzelfde thema veel poëtischer in zijn nummer Masters of War. Maar goed. Ik wil vooral aantonen dat oorlog iets ontzettend onzinnigs is. Jonge mannen en vrouwen die door cynische staatsleiders de dood worden ingestuurd, wat is daar nu glorieus aan? Door Steven Tuffin