Betamax

Het was een hevige strijd. Toen de opneembare videocassette begin jaren zeventig werd gelanceerd, probeerden verschillende producenten hun eigen standaard op te dringen. Sony zette zijn geld in op Betamax, Philips probeerde het even met Philips 2000, andere groten schoven VHS naar voren. Dat er maar één formaat overleefde, geldt tot op heden voor de elektronica-industrie als het bewijs dat de consument eenheid en duidelijkheid wil. Maar waarom was de uitslag wat ze was? Aan de kwaliteit heeft het niet gelegen, menen verstokte Betafielen. Betamax haalde immers een betere beeld- en geluidsweergave dan VHS. Betere technische specificaties leiden echter niet noodzakelijk tot succes. Er wordt in dat verband weleens de vergelijking gemaakt met DAT, de digital audio tape, die een hogere geluidskwaliteit biedt dan de vergelijkbare MiniDisc, maar als product toch lager wordt ingeschat. DAT kan je immers niet afspelen in de auto of op de hifi-installatie in de woonkamer, de technologie wordt enkel gebruikt voor welbepaalde professionele doeleinden. Dan zou je kunnen denken: zorg voor meer consumentenhardware en het probleem is opgelost. Dat dat niét gebeurt, heeft dan weer te maken met overwegingen die de producent maakt over betrouwbaarheid, prijs en gebruiksgemak.
...

Het was een hevige strijd. Toen de opneembare videocassette begin jaren zeventig werd gelanceerd, probeerden verschillende producenten hun eigen standaard op te dringen. Sony zette zijn geld in op Betamax, Philips probeerde het even met Philips 2000, andere groten schoven VHS naar voren. Dat er maar één formaat overleefde, geldt tot op heden voor de elektronica-industrie als het bewijs dat de consument eenheid en duidelijkheid wil. Maar waarom was de uitslag wat ze was? Aan de kwaliteit heeft het niet gelegen, menen verstokte Betafielen. Betamax haalde immers een betere beeld- en geluidsweergave dan VHS. Betere technische specificaties leiden echter niet noodzakelijk tot succes. Er wordt in dat verband weleens de vergelijking gemaakt met DAT, de digital audio tape, die een hogere geluidskwaliteit biedt dan de vergelijkbare MiniDisc, maar als product toch lager wordt ingeschat. DAT kan je immers niet afspelen in de auto of op de hifi-installatie in de woonkamer, de technologie wordt enkel gebruikt voor welbepaalde professionele doeleinden. Dan zou je kunnen denken: zorg voor meer consumentenhardware en het probleem is opgelost. Dat dat niét gebeurt, heeft dan weer te maken met overwegingen die de producent maakt over betrouwbaarheid, prijs en gebruiksgemak. Maar goed, we dwalen af. De vraag luidde immers: waarom VHS en niet Betamax? Omdat een VHS-recorder en de bijhorende cassettes konden worden geproduceerd tegen een lagere kost. Omdat het verschil in beeldkwaliteit tussen de beide systemen met het blote oog niet of nauwelijks zichtbaar was. En omdat Sony een blunder beging bij de ontwikkeling van Betamax-cassettes: de Japanse elektronicagigant koos voor een handig klein formaat, maar moest daardoor de opname- en afspeeltijd beperken tot 60 minuten. Onvoldoende om een langspeelfilm te bewaren. Wat wel mogelijk was op een VHS-cassette. Om ongeveer dezelfde reden heeft VHS niet geleden onder de komst van de technisch superieure SuperVHS-technologie. Die bood een hogere beeldkwaliteit, maar kon niet op tegen de long play-functie bij de 'gewone' VHS, waarbij de opnameduur kon worden verlengd in ruil voor een iets mindere beeldkwaliteit. Boodschap: de consument beslist zelf wat hij wil. 'De LaserDisc is niet dood, ze is gewoon met pensioen.' De fanclub LaserDisc Forever probeert de teloorgang van het digitale filmformaat uit de tweede helft van de jaren negentig alsnog een gouden randje te geven. Charmant, maar ook niet meer dan dat. De LaserDisc slaagde er immers nooit in zijn intrinsieke superioriteit tegenover de VHS ten gelde te maken. En toen de dvd zijn opwachting maakte, stapten de zogenaamde early adopters van de digitale LaserDisc meteen over. Ondanks het feit dat de LaserDisc-catalogus films bevatte die tot op heden niet op dvd-formaat zijn verschenen. Verklaring? Tot voor kort leek de consument niet geïnteresseerd in digitaal beeld en geluid. Het gemiddeld tv-toestel kon die digitale pracht niet eens weergeven en van home theater-systemen was nog geen sprake. Bovendien mat de LaserDisc 12 inch, vergelijkbaar met een vinylplaat, terwijl iedereen zijn grote vinylplaten net wegstopte om plaats te maken voor de veel kleinere cd's. Een belangrijker nadeel: de schijf had maar plaats voor 120 minuten aan bewegende beelden. Tijdens een film van meer dan twee uur moest je dus uit de zetel om een nieuwe schijf in te steken. En dan was er nog de prijs: een film op LaserDisc kostte ruim 35 euro, meer dan de dvd in zijn beginperiode. Voor die prijs kreeg je wel allerlei extra's, zoals digitaal geluid, audiocommentaar van de regisseur en achtergrondinformatie. Ironisch genoeg elementen die mee voor de doorbraak van dvd hebben gezorgd. Dat de beeldresolutie van dvd zo'n vijftien procent hoger ligt dan die van LaserDisc, heeft die doorbraak niet versneld, simpelweg omdat niemand van die verschillen afwist. Het geluid van de LaserDisc was overigens rijker en voller dan dat van de dvd. Voor wie het wil weten. Het Super 8-filmformaat werd in 1965 ontwikkeld door Kodak, ter vervanging van de redelijk onstabiele 'gewone' 8 mm-standaard. De lage prijs zorgde ervoor dat de nieuwe technologie populair werd bij amateurfilmmakers, die hun hobby plots betaalbaar konden maken. Film én camera waren spotgoedkoop, en zo werd de 'home video' geboren. De markt voor de nieuwe technologie bleek echter toch niet zo groot als aanvankelijk verwacht, want al jaren wordt de dood van Super 8 aangekondigd. Nu camcorders met een digitaal geheugen en met opslagkaarten goedkoper worden en de professionele apparatuur een stuk verder staat, lijkt de ondergang onafwendbaar. Kodak houdt niettemin vol dat Super 8 'alive and well' is, dankzij ambitieuze hobbyisten die de goedkope technologie gebruiken om de stiel van het filmmaken te leren. Wat inderdaad klopt. Sterker nog, ook grote Hollywoodregisseurs willen wel eens terug naar de roots gaan met een Super 8-film. En er worden zowaar filmfestivals georganiseerd die enkel zijn voorbehouden aan Super 8-gebruikers. Mogen we van een revival spreken? De distributie van muziek over de telefoonlijn is sinds de komst van het internet en MP3 de normaalste zaak van de wereld, maar in 1912 klonk de aankondiging ongeveer als een bericht over de landing van marsmannetjes op aarde. Van het internet was nog geen sprake, de computer moest nog worden uitgevonden, zelfs de telefoon was een zeldzaam goed en niemand had een stereo-installatie in zijn huis staan. Enkele ingenieurs van de Tel-Musici Company uit het Amerikaanse Delaware hadden echter een systeem opgezet waarbij muzieksignalen via een speciale box, vastgekoppeld aan de telefoon, de kamer werden ingestuurd. Een megafoon deed dienst als luidspreker. Tel-Musici hield in zijn hoofdkwartier een muziekcatalogus bij waaruit abonnees konden kiezen. Gewoon even bellen en de aangevraagde plaat werd opgelegd. Prijs: 3 cent voor één muziekstuk, zeven cent voor een volledige opera. Voorhistorisch? Behoorlijk, maar we spreken wel over een tijd waarin mensen op een lei schreven en van Brussel naar Antwerpen reisden op de rug van een paard. Geo R. Webb en J.J. Comer, de twee bestuurders van Tel-Musici, moesten eens weten welke vorm hun idee intussen heeft aangenomen... High-definition television, kortweg HDTV, is de enige 'verloren' technologie die het alsnog tot nieuwe standaard zou kunnen schoppen. Met de ontwikkeling van interactieve televisie en de opkomst van home cinema, verschijnt ook de digitale tv weer aan de einder. Tien jaar geleden al werd HDTV een gouden toekomst voorspeld en vijf jaar geleden opnieuw, maar die toekomst moet nog altijd werkelijkheid worden. Factoren die de doorbraak kunnen bedreigen: de digitale standaard vereist dat tv-makers en zenders een deel van hun apparatuur vernieuwen (en dus investeren), terwijl toonaangevende onderzoeksbureaus te kennen geven dat de consument niet echt geïnteresseerd is in scherper beeld op zijn tv-toestel: hij wil meer kanalen en meer (via het internet gestuurde) aanvullende diensten. Het vertrouwen in digitale televisie heeft ook een deuk gekregen door het recente faillissement van enkele grote aanbieders, zoals Quiero (Spanje) en ITV Digital (Groot-Brittannië). Tegen 2008 zou niettemin driekwart van de Europese gezinnen digitale televisie in huis hebben, aldus onderzoekers. Gezien de voorgeschiedenis, kunnen we niet anders dan de wenkbrauwen fronsen. En nog dit: HDTV is een van de vormen van digitale televisie, maar de twee begrippen zijn geen synoniemen. Of het je wat schelen kan, is natuurlijk een andere vraag.Door Peter Van Dyck