Maandag 4/7, 21.15 - Acht
...

Maandag 4/7, 21.15 - Acht 'Wetten zijn als worsten, je weet beter niet hoe ze gemaakt worden.' In tegenstelling tot Otto von Bismarck wil de jonge documentairemaker Jonas D'Hollander net wel achterhalen hoe de richtlijnen van de Europese ministerraden tot stand komen. Daarvoor filmde hij maandenlang achter de schermen, met een uniek resultaat. 'De wereld van de Europese diplomatie en het werk van de Europese ministerraden blijven de grootste ver-van-mijn-bedshow', legt hij uit. 'Dat is niet verwonderlijk, want vroeger gebeurde dat overleg achter gesloten deuren en werd nadien enkel een persconferentie gegeven. Sinds het Verdrag van Lissabon zijn die raden openbaar en kun je als wakkere burger de tapes opvragen. Dat heb ik gedaan, plus: ik heb de Belgische delegatie gevolgd tijdens haar Europese voorzitterschap vorig jaar.' Jonas D'Hollander: Dat heeft toch wel moeite gekost. Nu zijn diplomaten mensen die van nature uit in alle discretie werken, om zo de zaken bij elkaar af te toetsen en tot een compromis te komen - één tussen 27 lidstaten in het geval van Europa. Met veel geduld en dankzij de juiste contacten heb ik de diplomaten toch kunnen overtuigen van het belang van mijn documentaire. Ik wil namelijk laten zien hoe soms ingrijpende richtlijnen tot stand komen. D'Hollander: In de documentaire volg ik drie concrete dossiers waarvan de Belgische diplomaten tijdens het voorzitterschap een prioriteit hebben gemaakt: het Eurovignet, het intellectuele eigendom en de rechten van buspassagiers. Dat laatste omdat het iets heel concreets is, zeker voor Oost-Europese lidstaten, waar internationale busreizen een belangrijk reismiddel zijn. Buspassagiers hadden voorheen géén rechten als trein- en vliegtuigpassagiers. Het Eurovignet, dat vrachtwagens extra belast tijdens de spitsuren, is dan weer een materie die op de lange termijn wil werken - een zaak die zwaar onder druk stond van de sterke transportlobby trouwens. D'Hollander: Zeer zeker, men is al lang op zoek naar een eengemaakt Europees patent, wat veel geld zou besparen. In de documentaire reconstrueer ik hoe ingrijpend nationale belangen in deze kwestie zijn. Landen als Spanje en Italië zien wel het voordeel van een Europees patent, maar hun taal opofferen voor een juridisch waterdicht, maar Engelstalig patent wilden ze niet. Ze beschouwden dat als prestigeverlies en menen dat dit hun industrie zou benadelen. D'Hollander: Diplomaten zijn op het eerste gezicht zeer eenvoudige mensen zoals jij en ik. Ze werken wel keihard en zijn vaak zeer persoonlijk betrokken bij wat ze doen. Het cliché van de vurige Italiaan? Ja, dat klopt voor hun diplomaten, die heel scherp uit de hoek kunnen komen om hun nationale belangen te verdedigen - anderen ook trouwens. Mijn documentaire geeft wat dat betreft een ontnuchterend beeld: in het eindresultaat halen nationale belangen het toch nog vaak van de eenmakende Europese gedachte. (H.V.G.)