Toen Memoirs of a Geisha in 1997 uitkwam, was het succes overweldigend. Van het boek werden in het Engels alleen al vier miljoen exemplaren verkocht - er zouden 32 vertalingen volgen - en in de Verenigde Staten stond het werk 58 weken lang in de bestsellerlijst van The New York Times. Niet slecht voor een debutant. Arthur Golden was afgestudeerd aan de faculteit kunstgeschiedenis van Harvard, waar hij zich had toegelegd op Japanse kunst. Na die studies trok hij naar de universiteit van Columbia om een Masters-diploma in Japanse geschiedenis te behalen en tegelijk ook Mandarijns te leren. Niet veel later waagde hij de oversteek naar het Oosten. Golden studeerde een zomer in Beijing en werkte daarna een jaar lang in Tokio, en daar sloeg de vonk over. Hij ontmoette een Japanse zakenman van wie de moeder ooit een geisha was geweest en hoewel de vrouw verder geen uitleg wou geven, bleef het idee hangen. Terug in de States begon Golden als een gek research te verrichten naar die geheimzinnige gezelschapsdames en goot die informatie in zijn debuut Memoirs of a Geisha, het levensverhaal van een jong meisje dat in de jaren 20 door haar ouders verkocht wordt aan een okiya (geishahuis), daar in het oog springt van de madam en de kans krijgt om aan de prestigieuze opleiding te beginnen.
...

Toen Memoirs of a Geisha in 1997 uitkwam, was het succes overweldigend. Van het boek werden in het Engels alleen al vier miljoen exemplaren verkocht - er zouden 32 vertalingen volgen - en in de Verenigde Staten stond het werk 58 weken lang in de bestsellerlijst van The New York Times. Niet slecht voor een debutant. Arthur Golden was afgestudeerd aan de faculteit kunstgeschiedenis van Harvard, waar hij zich had toegelegd op Japanse kunst. Na die studies trok hij naar de universiteit van Columbia om een Masters-diploma in Japanse geschiedenis te behalen en tegelijk ook Mandarijns te leren. Niet veel later waagde hij de oversteek naar het Oosten. Golden studeerde een zomer in Beijing en werkte daarna een jaar lang in Tokio, en daar sloeg de vonk over. Hij ontmoette een Japanse zakenman van wie de moeder ooit een geisha was geweest en hoewel de vrouw verder geen uitleg wou geven, bleef het idee hangen. Terug in de States begon Golden als een gek research te verrichten naar die geheimzinnige gezelschapsdames en goot die informatie in zijn debuut Memoirs of a Geisha, het levensverhaal van een jong meisje dat in de jaren 20 door haar ouders verkocht wordt aan een okiya (geishahuis), daar in het oog springt van de madam en de kans krijgt om aan de prestigieuze opleiding te beginnen. Vlak nadat het boek was uitgekomen, werd Golden voor de rechter gedaagd door een voormalige geisha die de auteur te woord had gestaan. Golden zou haar volledige anonimiteit hebben verzekerd, terwijl hij haar naam vermeldt in zijn dankwoord, en bovendien zou hij haar levensverhaal volledig fout hebben voorgesteld. Zij had naar eigen zeggen nooit haar maagdelijkheid verkocht, terwijl Golden daar net het centrale moment van zijn roman van maakt. De zaak werd uiteindelijk in der minne geregeld, maar Memoirs of a Geisha raakte nooit helemaal van de smet af. 'Onterecht', aldus Golden. 'Het boek gaat immers niet over die ene vrouw. Ik probeerde een portret te schetsen van hoe die wereld er over het algemeen uitzag. Het zou best kunnen dat de maagdelijkheid van een geisha intussen niet meer verkocht wordt aan de meest biedende, maar in het verleden gebeurde zoiets wel degelijk. En dat is prostitutie.' Arthur Golden: Het is complexer dan dat. Bij een echte geisha kun je seks niet zomaar kopen, maar sommige vrouwen die zichzelf geisha's noemen zijn in werkelijkheid fraai opgemaakte prostituees. Aan de andere kant is het ook niet onmogelijk om de lakens te delen met een geisha. Als je er warmpjes inzit en een goede relatie hebt met een theehuis, kun je een overeenkomst sluiten. Geisha's zijn beter te vergelijken met een bijzit. Kijk: in het Westen gaan mannen en vrouwen in het gewone leven vlot met elkaar om, in Japan niet. Daar gaan de mannen uit en blijven de vrouwen thuis. Dat betekent dat bijvoorbeeld in een restaurant alleen maar mannen zitten, en dat de hiërarchie van op kantoor daar blijft bestaan. Als je daar vrouwen aan toevoegt, neem je automatisch de hiërarchie weg, maar omdat de vrouwen allemaal thuis zitten, moet die ingehuurd worden. En daar komen geisha's in het spel. Het zijn vrouwen die tegen betaling de mannen 's avonds gezelschap houden. In Japan leeft ook heel sterk de idee dat elke situatie zijn eigen regels heeft. Als in het Westen je baas je ziet met een hoertje aan de arm, zal hij je voortaan met een scheef oog bekijken. In Japan zal je baas er niets van denken omdat het voorval zich niet op het werk heeft afgespeeld. Wat tussen de muren van een geishahuis gebeurt, blijft daar ook. Als dronken klanten er compromitterende anekdotes verklappen, zal niemand die verder vertellen. Geheimhouding is essentieel in de wereld van de geisha's. Golden: Heel moeilijk. Daarom heb ik trouwens mijn boek volledig moeten herschrijven. Ik had voor de eerste versie een paar boeken gelezen en dacht dat dat wel zou volstaan. Maar toen ik via een Japanse vriend voorgesteld werd aan een paar geisha's die me te woord wilden staan, moest ik alles herzien. Wat die dames me vertelden, dat had ik in geen enkel boek gelezen! Golden: Een beetje van de twee. De situatie is nu veranderd, maar een van de geisha's met wie ik gesproken heb, vertelde me dat ze destijds verkocht is door haar ouders, net zoals het hoofdpersonage in mijn boek. Zij was ongeveer even oud als ik, rond de 50. Het is dus een pijnlijk bestaan. Tegelijk was ze heel trots op haar standing. Geisha worden vergt een extreem doorgedreven training. Ze moeten kunnen dansen, ze hebben alle finesses van het theeritueel onder de knie, ze spelen muziek, ze zijn scherp van geest, noem maar op. Naarmate ze de ladder van de geishahiërarchie beklimmen, worden ze steeds meer op handen gedragen. Ze hebben dus alle reden om trots te zijn. Golden: Zover zou ik het niet drijven. Maar ze staan wel voor een bepaalde vorm van schoonheid, wat trouwens uitgedrukt wordt door de vreemde make-up die ze dragen. En ze zijn zeker iets om mee uit te pakken. Als je een nieuw gebouw opent, getuigt het van stijl om een leerling-geisha het lint te laten doorknippen. Die ceremoniële functie hebben ze dus ook. Golden: Niemand lijkt het te weten. Of ze willen het niet zeggen. Dat geldt voor wel meer gewoontes. In Japan is het bijvoorbeeld bijzonder onbeleefd om je tanden te laten zien. Als je dan aan een Japanner vraagt waarom, zegt hij: 'Omdat de tanden deel uitmaken van het skelet.' In werkelijkheid heeft het echter te maken met de slechte toestand van het modale Japanse gebit. Je zult nergens ter wereld slechtere tandverzorging zien dan op de metro van Tokio. Je denkt dat een meisje er knap uitziet, maar als ze haar mond opent, lopen de rillingen over je rug. Ik weet niet hoe dat komt en natuurlijk geldt het niet voor alle Japanners, maar het is wel waar. En het is historisch. Tijdens de heian-periode, van de negende tot de late twaalfde eeuw, maakten de Japanners hun tanden zwart om dat gebrek te verbergen. Wat die witte make-up betreft, denk ik dat het te maken heeft met het bleke aanschijn dat in zwang was aan het keizerlijke hof, om het onderscheid te maken met de bruingebrande huid van gewone boeren. Golden: Ik wil geen gemakkelijke stellingen poneren, maar ik heb de indruk dat Japan al heel lang worstelt met een minderwaardigheidscomplex. En dat komt doordat het land opgegroeid is in de schaduw van China. In 400 voor Christus was Japan nog primitief terwijl China al een overweldigende cultuur had. Toen Chinese monniken die de boeddhistische leer kwamen uitdragen, die cultuur overbrachten naar Japan, paste iedereen zich daaraan aan. Voor je het wist, droeg iedereen Chinese kleren, werden gebouwen opgetrokken naar Chinese voorbeelden... er kwamen zelfs Chinese woorden in het Japans, omdat ze zelf geen benaming hadden voor al de spullen die ze zo fascinerend vonden! Als reactie daarop hebben de Japanners vrij snel een sterk nationalistisch gevoel ontwikkeld. Ze mochten zich dan wel kleden als Chinezen, diep vanbinnen bleven ze Japans, en er waren dingen die uniek Japans waren en door niemand anders begrepen konden worden. Dat zie je nog steeds. Je vindt er bijvoorbeeld zogenaamde Levende Cultuurschatten, mensen die de traditionele kunsten en vaardigheden belichamen. Japanners vinden hun taal en cultuur uniek, in die mate zelfs dat je Japanner moet zijn om ze te snappen. Wat natuurlijk per definitie onwaar is. Golden: Japan neemt altijd heel snel dingen over uit vreemde culturen, maar wel op een oppervlakkige manier. Ze eten ijs en noemen het spul 'aisu crimu', ze dragen kleren met een westerse snit, enzovoort. Maar de kern wordt netjes afgeschermd. Die manier van denken heeft er ook voor gezorgd dat ze al die tijd hebben kunnen overleven. Wist je dat als je in China de taal gaat studeren, je ook een Chinese naam krijgt? Ofwel kiezen ze Chinese woorden die klinken zoals je echte naam, ofwel geven ze je een naam die zo Chinees is dat op papier niemand kan merken dat je buitenlander bent. In Japan zal je naam altijd geschreven worden in een apart alfabet, zodat ze meteen kunnen zien dat je geen Japanner bent. Dat zegt genoeg. Golden: Djin yao lei. 'Djin' betekent 'goud', wat naar mijn familienaam verwijst. Arthur hebben ze opgesplitst in Ar en Thor. 'Lei' is het Chinese woord voor donder, omdat Thor de god van de donder is. En 'yao' betekent 'glinsterend'. In China heet ik dus Gouden Glinsterende Donder. (lacht) Geef toe: het klinkt beter dan Arthur Golden. MEMOIRS OF A GEISHA VANAF 1/3 IN DE BIOSCOOP Ruben Nollet