'Beste Gwenaël, ik ben blij dat die platen zo'n positief effect op jou hebben maar ik ben tegen een film.' Met dat beleefd maar kordaat bericht stuurt Mark Hollis de Brusselse activist en filmmaker Gwenaël Breës...

'Beste Gwenaël, ik ben blij dat die platen zo'n positief effect op jou hebben maar ik ben tegen een film.' Met dat beleefd maar kordaat bericht stuurt Mark Hollis de Brusselse activist en filmmaker Gwenaël Breës wandelen. De in 2020 overleden zanger en componist scoorde begin jaren tachtig met Talk Talk stevige synthpophits zoals Such a Shame en It's My Life. Alleen had Hollis meer interesse in Miles Davis en Claude Debussy dan in Duran Duran of Ultravox. In de tweede helft van de jaren tachtig is dat goed te horen op de albums Spirit of Eden en Laughing Stock. Commercieel zijn die geen succes, maar ze plaveien wel de weg voor de postrock en worden, net als de enige soloplaat van Hollis, mateloos bewonderd door groepen als Radiohead, Grandaddy, Grizzly Bear en Mogwai. Ondanks de latere erkenning van zijn genie, weigerde Hollis na 1998 elk interview. Breës liet zich door de afwijzing niet ontmoedigen. Zonder Hollis' muziek te mogen gebruiken, knutselde hij een docu ineen die u zijn oeuvre doet herontdekken.