Door Bart Cornand
...

Door Bart Cornand'An Ordinary Day in an Unusual Place' (Universal)Focus Knack geeft vijf T-shirts weg van Us3. Bel vóór dinsdagmiddag 4 december naar O900-20 888, keuzenummer 02.Acht jaar na het wereldwijde succes van zijn debuutplaat, Hand on the Torch, en drie jaar na de flop Broadway & 52nd, keert hij terug uit de vergetelheid. Even was hij de redder van het legendarische jazzlabel Blue Note, tot St. Germain met die titel ging lopen. Met de nieuwe cd, An Ordinary Day in an Unusual Place, gaat Us3 breder dan ooit tevoren. De breuk met zijn oude platenmaatschappij levert een rijkere mix op dan op de voorgangers, maar de wonden lijken nog niet helemaal geheeld. Geoff Wilkinson: Het slaat niet zozeer op muziek, maar op het leven. Als je een enorme hit scoort met de eerste single die je uitbrengt, kijk je meteen tegen een muur van verwachtingen aan _ niet zozeer van jezelf, maar van de mensen om je heen. Wist ik veel hoe je een hit schreef. Als ik dat wist, had ik het nog wel een keer gedaan. Wilkinson: Toen ik voor het eerst op hun kantoor in Los Angeles werd ontboden, was ik heel zenuwachtig. Ze hadden gehoord dat ik op een undergroundsingle een sample van gitarist Grant Green had gebruikt, en ik dacht dat er een rechtszaak van zou komen. Maar toen ik er binnenstapte, zaten de heren breed te lachen, en gaven ze me de sleutel van de integrale Blue Note-archieven. Alleen stapte mijn contactpersoon in Londen na het eerste album op, en moest alles via de hoge pieten in L.A. gebeuren. Dat werkte niet, van de promotie van de tweede plaat kwam niets in huis, en eigenlijk moet ik toegeven dat ik toch nooit acht boeiende platen met Blue Note-samples had kunnen maken. Artistiek was het dus een opluchting. Bij Universal, waar ik nu zit, ben ik niet gebonden aan de Verve- of Impulse-catalogi; ik kan gewoon mijn zin doen. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik minder samples gebruik. Bovendien heb ik mijn liveband mee kunnen nemen in de studio, wat het werk een stuk vlotter maakte. Wilkinson: Ik ben heel benieuwd naar wat Herbie Hancock met zijn Future 2 Future-project zal doen. Ik heb de plaat nog niet gehoord, maar het is toch weird dat wij bekend zijn geworden met een cover van hem, en hij nu onze richting uitgaat. Daarnaast koop ik nog veel ouwe jazz, maar ook Japanse bebop, die vreemd genoeg zoals Herbie in de jaren '70 klinkt. En Underworld en Afronaut vind ik erg goed. Daarnaast zijn veel van de broken beats die uitkomen geweldig. Ons nieuwe album is veel representatiever voor mijn muzikale smaak dan de vorige twee. Er zit drum 'n' bass in, soul, Indische muziek, Latin. Zeker die Cubaanse son ligt me enorm. Vroeger kon dat niet, want Blue Note had die dingen nooit uitgebracht. Wilkinson: Ach, het is ze gegund. Truffaz vind ik heel goed, vooral dan Bending New Corners. Dat is het beste voorbeeld van live drum 'n' bass dat ik ken. St. Germain heb ik nooit zien optreden, maar er stonden goeie dingen op zijn plaat. Wilkinson: Ik kreeg nogal wat kritiek, vooral uit Amerikaanse hoek, dat de muziek te clever was voor de teksten. Het deed me nadenken over de rol van de rappers. Vroeger was ik een politiek beest. Ik werkte fulltime voor de anti-apartheidsbeweging en de organisatie tegen kernenergie. Ik ben daar nu minder actief in, maar mijn overtuigingen zijn dezelfde gebleven. Dat heb ik doorgepraat met de tekstschrijvers, en die zijn daar elk op hun manier mee omgegaan. De ene vanuit persoonlijke ervaringen, de andere veel thematischer, wat elkaar mooi aanvult. Wilkinson: Je kunt dat alleen maar hopen. Uiteindelijk probeer ik _ heel voorzichtig _ een edutainer te zijn, een kruising van een educator en een entertainer. Het is een moeilijke oefening, want voor je 't weet, word je prekerig en zelfingenomen. Wilkinson. Absoluut. John Lee Hooker was een verteller, daar gáát blues nu precies om. Net zoals Miles Davis verhalen vertelde met zijn trompet. Als je dat in stukjes gaat hakken, zoals St. Germain op Tourist deed, mis je eigenlijk waar het om draait. En ook wij maakten ons daar op onze eerste plaat schuldig aan. Je belandt in reductionisme. De reden waarom ik de band Us3 heb genoemd, is omdat ik er drie elementen in wou: Blue Note-samples, hiphop, en Britse jazzsolisten daaroverheen. De uiteindelijke bedoeling was toch om het muzikale verleden de erkenning te geven die het verdient, de rappers hun verhaal te laten vertellen, en het genre een toekomst te geven door met jong jazztalent te werken. Het hing samen met mijn linkse overtuiging: je moet het verleden kennen om de toekomst te kunnen maken. Maar de kritiek op de slogancultuur is terecht. Vandaar de nieuwe richting die ik met deze plaat uit wou. Wilkinson: Het was goed voor me, als producer, om met een zangeres samen te werken. Het deed me over songstructuren nadenken. Met een rapper is het makkelijk: ik maak een drumbreak en hij gaat zijn gang. Ik wil voor elke plaat een andere vocalist. Dat houdt het spannend voor mezelf en voor het publiek. Deze keer wou ik een vrouw, om breder te gaan dan de jazz en hiphop die we normaal brengen. Het duurde eeuwen voor ik iemand had gevonden. Ik hield een auditie in een studio in New York, en kreeg van die R&B-typetjes over de vloer, terwijl ik iemand nodig had met een jazzmentaliteit die nog kon schrijven ook. Kortom: ik zocht een kruising tussen de jonge DD Bridgewater en de jonge Dianne Reeves. Na twee weken keerde ik gedeprimeerd naar Londen terug. Daar speelde een vriend me de cd van King Britt Silk 130 door, met daarop Alison. Ik denk dat ik al aan de telefoon hing voor het eerste nummer afgelopen was. Wilkinson: Engeland heeft er een handje van weg om groepen te dumpen eens ze succes krijgen. Het is wellicht een van mijn worst territories, omdat het zo modegevoelig is. Als je met je eerste single een grote crossover-hit hebt, is dat zo goed als een kiss of death. Met dit album zullen we ze weer over de streep moeten sleuren, maar ik denk wel dat het lukt. Wilkinson: Bij deze tournee is het anders dan bij de vorige. Vroeger deden we alles live, ook de drums. Toen stond ik niet eens op het podium, maar een mens wil ook wel eens wat glorie voor zichzelf ( lacht). Alleen staan er op deze nieuwe plaat zoveel verschillende ritmes, dat het moeilijk was om een drummer te vinden die ze allemaal kon spelen. Ik vind het best zo: het klinkt allemaal wat harder. Soms jeukt het om bas of keyboards te spelen, maar als je tussen die professionele jazzmuzikanten staat, stop je je spullen snel weg. Ik word er nerveus van. Hoe leuk ik concerten ook vind, laat mij nu maar lekker in mijn studio zitten knutselen met een sample, een drumloop, een trompetlijn. Ik ben gelukkig op de achtergrond.