Wat hebben Martin Scorsese, Gus Van Sant, Neil Jordan, David Fincher en - vergeet zijn pensioenplannen! - sinds kort ook Steven Soderbergh met elkaar gemeen? Dat het stuk voor stuk grote filmregisseurs zijn, natuurlijk. Maar ook: dat ze de voorbije jaren, ofwel uit noodzaak ofwel uit curiositeit, de overstap hebben gemaakt richting het medium televisie, dat duidelijk een nieuw gouden tijdperk beleeft.
...

Wat hebben Martin Scorsese, Gus Van Sant, Neil Jordan, David Fincher en - vergeet zijn pensioenplannen! - sinds kort ook Steven Soderbergh met elkaar gemeen? Dat het stuk voor stuk grote filmregisseurs zijn, natuurlijk. Maar ook: dat ze de voorbije jaren, ofwel uit noodzaak ofwel uit curiositeit, de overstap hebben gemaakt richting het medium televisie, dat duidelijk een nieuw gouden tijdperk beleeft. Een andere grootheid die recent de stap naar het kleine scherm zette, is Jane Campion, tot nader order en stilaan ook haar eigen ontzetting de enige vrouw die ooit een Gouden Palm heeft gewonnen. 'Film is zo conservatief geworden. Ik was het spuugzat', gooit de Nieuw-Zeelandse een bommetje in de groep. 'Met tv kun je tegenwoordig veel meer kanten op. Zowel inhoudelijk als narratief. Toen de BBC me zei dat ik mijn gang mocht gaan, antwoordde ik meteen: houd jullie maar goed vast, want ik heb zin in een wilde, uitzinnige rit.' Met Top of the Lake - zo heet haar met Sweetie-scenarist en ex-lief Gerard Lee neergepende miniserie - komt Campion haar beloftes wat dat laatste betreft in elk geval ruimschoots na. Het zes uur durende mysteriedrama doet met zijn speurtocht naar een vermist tienermeisje als rode draad, met zijn excentrieke paradijsvogels, landelijke setting, curieuze intriges en bevreemdende sfeertje zelfs wat aan David Lynch' Twin Peaks denken. Maar dan omzwachteld met de feminiene - of is het feministische? - touch en de poëtische voile die je van de maakster van Sweetie (1989), An Angel at My Table (1990), The Piano (1993), The Portrait of a Lady (1996) en de Keatsbiopic Bright Star (2009) nu eenmaal verwacht. JANE CAMPION:(lacht) Om een aantal redenen. Ten eerste zag ik Top of the Lake als een roman, en ik wist dat ik alle verhaallijnen nooit in een twee uur durend format zou kunnen gieten. Daarnaast werd mijn enthousiasme jaren geleden al aangewakkerd door series als Deadwood: zo gedurfd en vrij. Ik wilde die vrijheid ook. Ik wilde deel uitmaken van die revolutie. Bovendien merkte ik dat mijn publiek, dat volwassen en karaktergedreven verhalen wil, alsmaar minder vaak naar de bioscoop gaat. Omdat je er alleen nog spektakelfilms voor kids vindt. Alles moet tegenwoordig ook in een keurslijf gegoten worden met een strikt doelpubliek voor ogen. De grootste verdienste van Top of the Lake vind ik net het patchwork van stijlen en tonen dat erin verweven zit. Het is absurd, grappig, tragisch en afschuwelijk tegelijk. CAMPION: Ik vind het te makkelijk. Ik ben een vrouw, mijn hoofdpersonages zijn vrouwen die een actieve rol spelen binnen de intrige en hun gemeenschap en dus is het automatisch feministisch. Ik ben geïnteresseerd in complexe karakters, of dat nu mannen of vrouwen zijn. Voor mij primeert het verhaal op de ideologie. Er zit ongetwijfeld een vrouwelijke gevoeligheid in, maar dat geldt ook voor het werk van Stieg Larsson, en dat was een vent, een uitgesproken feminist dan nog. Mijn werk wordt vaak als feministisch gezien omdat er nog altijd beschamend weinig vrouwelijke regisseurs en scenaristen zijn. Het is niet zozeer ik die een feministe ben. Het is de film- en tv-industrie die nog altijd seksistisch is. Het is fel verbeterd sinds ik dertig jaar geleden begon, maar primaire, hitsige, seksueel gefrustreerde alfamannetjes vind je er nog altijd in overvloed. (lacht)CAMPION: Ik begrijp ze, maar Top of the Lake is veel uitzinniger dan The Killing en stukken serieuzer dan Twin Peaks. Dat neemt niet weg dat ik een grote David Lynchfan ben. Blue Velvet blijft een van mijn favoriete films en in Top of the Lake zit zelfs een expliciete knipoog naar Twin Peaks. Raad zelf maar dewelke. CAMPION:(knikt) Het is mijn landschap. Veel films zijn eraan ontsproten. Het is de grens van de aarde, met zijn meren, besneeuwde bergen en dichte bossen. Ik heb er tien jaar lang gewoond. Het heeft iets overweldigends, mysterieus en dreigends tegelijk en dat zet zich vast in de ziel van de mensen die er wonen. Velen van hen zijn outsiders. Sociaal én geografisch. Ze runnen graag hun eigen leven en hopen in de vrije wildernis hun eigen paradijs te creëren. Maar als dat niet lukt, is er geen uitweg en is het des te pijnlijker. CAMPION: De gelijkenis was me ontgaan, omdat Holly zo klein en tenger is. Eigenlijk heb ik haar personage op U G Krishnamurti gebaseerd, een goeroe die ik goed kende en een van de vrijste geesten die ik ooit heb ontmoet. Holly's personage is mijn eresaluut aan hem. CAMPION: Tuurlijk wel. Vooral met het tempo had ik het lastig. We moesten elke maand negentig minuten bijeendraaien. Normaal heb ik daarvoor het dubbele nodig. Ik heb geprobeerd om het cinematografisch zo dicht mogelijk bij film te brengen, maar aan dat tempo was dat niet altijd mogelijk. Je werkt met meerdere camera's en ik had ook een coregisseur (Garth Davis, nvdr.) dus moet je leren om de totale controle los te laten. Soms was dat eng en frustrerend, maar als ik het resultaat zie, ben ik ook wat het visuele betreft best tevreden. Het ergste was nog dat ik door het drukke werkschema minder tijd had dan gewoonlijk om bij te kletsen met de crew. Hopelijk vonden ze me geen arrogante bitch. (lacht) TOP OF THE LAKE Nu uit bij Lumière. Zie ook de recensie op pagina 44.DOOR DAVE MESTDACH