Van Training Day (1995), zijn fouteflikkenthriller waarvoor Denzel Washington een Oscar won, over King Arthur (2004), zijn door testosteron gedreven ridderepos tot Southpaw (2015), zijn boksdrama waarin Jake Gyllenhaal zich beurs liet beuken: regisseur Antoine Fuqua heeft ondertussen meer bloed, blutsen en builen gezien dan de gemiddelde ambulancier. In zijn nieuwste film - een update van de westernklassieker The Magnificent Seven (1960) - voegt de Afro-Amerikaanse machochroniqueur daar nog het nodige stof, zweet en kruitdamp aan toe.
...

Van Training Day (1995), zijn fouteflikkenthriller waarvoor Denzel Washington een Oscar won, over King Arthur (2004), zijn door testosteron gedreven ridderepos tot Southpaw (2015), zijn boksdrama waarin Jake Gyllenhaal zich beurs liet beuken: regisseur Antoine Fuqua heeft ondertussen meer bloed, blutsen en builen gezien dan de gemiddelde ambulancier. In zijn nieuwste film - een update van de westernklassieker The Magnificent Seven (1960) - voegt de Afro-Amerikaanse machochroniqueur daar nog het nodige stof, zweet en kruitdamp aan toe. Net als de sixtiesversie van John Sturges, op zich al een remake van Akira Kurosawa's zo mogelijk nog iconischere Seven Samurai (1954), speelt het verhaal in een dorpje dat dreigt ingepalmd te worden door een meedogenloze badguy en zijn handlangers. Of toch tot de locals de hulp inroepen van een stoere premiejager. Die stelt een zevenkoppig team van huurlingen samen dat de snoodaards in onversneden Wilde Westen-stijl op andere gedachten moet brengen. Toch zijn er in Fuqua's visie enkele opvallende verschillen met Sturges' klassieker. Zo speelt de door archetypes bevolkte goed versus kwaad-actie zich af in een mijnstadje, waar inhalige industriëlen de bewoners genadeloos uitbuiten. Bovendien is de teamleider dit keer geen blanke kaalkop - een rol voor Yul Brynner in de sixtiesversie - maar wel een Afro-Amerikaan: Denzel Washington. Die mag de multiculturele bende van benevolente wrekers aanvoeren, met een native American, een Aziaat én Chris Pratt als de 21e-eeuwse Steve McQueen. Het mag duidelijk zijn dat Fuqua, die zijn carrière begon met videoclips voor Coolio, Stevie Wonder en Prince, daarmee iets wil zeggen over het Amerika van vandaag, een land dat zelfs onder president Obama af te rekenen kreeg met roofbouwkapitalisme, én nog altijd een verdeelde en raciaal gespannen smeltkroes blijkt. Maar geen paniek: ook deze remake is vooral deugddoend ouderwetse fun waarbij mannen zich op de prairie met elkaar meten, met een colt in de ene en een fles whiskey in de andere hand. ANTOINE FUQUA: Mijn film deelt hetzelfde DNA. Kurosawa is de sensei, de Shakespeare van de cinema. Het woord 'samoerai' betekent 'ten dienste zijn', het idee dat je jezelf gedienstig opstelt ten opzichte van anderen. Dat doen de zeven outlaws in de film. Maar dat doe ik zelf ook door maximaal respect te tonen voor Kurosawa en Sturges, die twee leermeesters voor me zijn. Niet door hen slaafs te kopiëren, maar door er een eigen smaak, een eigen toets aan toe te voegen. Mijn versie staat op eigen benen. FUQUA: Seven Samurai zag ik als tiener. Die film blies me omver. Ik kom uit een zwart middenklassemilieu en plots werd ik meegevoerd naar het oude Japan. Maar hoe ver dat ook van me af lag, Seven Samurai leerde me dat er, net zoals in mijn omgeving, ook in het Japan van die periode bendes en bullebakken waren. In die zin werd ik rechtstreeks door Kurosawa aangesproken. Sturges' versie zag ik daarvoor nog, samen met mijn grootmoeder. Ik was twaalf of dertien. We keken vaak 's avonds laat naar westerns op tv, ook al had ik op dat uur allang in bed moeten liggen. Met die film heb ik een emotionele band, niet alleen vanwege mijn oma, of omdat ik Steve McQueen en Yul Brunner de coolste kerels ter wereld vond. Wat me ongelofelijk aangreep, was dat hun personages zich ontfermden over een native American, en hem op een respectvolle manier wilden begraven, omdat ze dat nu eenmaal fatsoenlijk vonden. Dat was niet evident voor een grote Hollywoodfilm uit die tijd, waarin alles vaak blank kleurde. Als kleine, zwarte jongen die ook wel eens met vooroordelen te maken kreeg, raakte me dat diep en sindsdien heb ik er altijd van gedroomd om een lid van de Magnificent Seven te zijn. Kurosawa opende me de ogen als filmmaker, hij toonde me hoe je werelden moet creëren, hoe je een camera moet hanteren. Sturges maakte de verhalenverteller in me wakker, en leerde me dat je belangrijke thema's kunt verpakken in cool entertainment. FUQUA: Je bent als filmmaker een product van je milieu en je tijd, maar je bent daarom nog geen politicus. Van boodschapfilms heb ik nooit gehouden. Het publiek wil, zeker bij een grote actiefilm als deze, in de eerste plaats spanning en ontspanning, en als je iets maatschappelijk relevants wilt overbrengen, moet je dat niet doen met de voorhamer. FUQUA: Ik zocht in de eerste plaats een goede acteur die voldoende cool en autoriteit uitstraalde, die er goed uitzag op een paard en met een cowboyhoed op. Ik dacht dus meteen aan Denzel, met wie ik al twee keer had gewerkt, voor Training Day en The Equalizer. Natuurlijk zeg je daarmee dat Afro-Amerikanen net zo goed hun plek hebben in de westerncataloog, en dat zij evengoed een team kunnen leiden. We leven tenslotte in het Obama-tijdperk. Maar dat zijn bedenkingen die je pas achteraf maakt. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat je vooroordelen het best countert door die issues niet in de spotlights te zetten, maar door ze deel te laten uitmaken van een breder verhaal. Het publiek wil in de eerste plaats een geloofwaardige held, zijn huidskleur is bijkomstig. Als je wilt dat anderen daar even normaal over doen, moet je er vooral voor zorgen dat ze in die held kunnen geloven en vertrouwen. Ik wil dat mensen zeggen: 'Dat is een coole cowboy.' En niet: 'Dat is een coole zwarte cowboy.' FUQUA: Er is veel zwart talent. Gebruik het. Just do it. Ik heb altijd een diverse cast gebruikt, in al mijn films. Zwart naast blank. Dat was vaak niet evident, en je voelt dat studio's soms nog altijd in raciale termen en doelgroepen denken. Maar het kan. Je moet er in de eerste plaats voor zorgen dat je film succesvol genoeg is, zodat producenten het nog eens willen overdoen en zich niet langer afvragen: kun je wel scoren met een zwarte held? For a few dollars more gaat Hollywood wel overstag. (lacht) Je moet het probleem normaliseren. Denzel is badass in de film, maar Chris Pratt en Ethan Hawke zijn dat ook. Laat het publiek maar over hen oordelen. Dat publiek wordt diverser, dus Hollywood zal wel volgen. Diversiteit reflecteert de wereld van nu en je wilt toch dat je film relevant is - of dat nu een western, een komedie of een thriller is. Het is een evolutie die tijd en moeite kost, maar ze is onafwendbaar. FUQUA: Quentin is een vriend, en hij heeft me The Hateful Eight vooraf getoond. Ik heb hem toen in alle eerlijkheid gezegd dat ik het dubieus vond wat hij deed. Ja, hij is een goede regisseur en een goede kerel. En ja: ik vind dat je het woord nigger moet kunnen zeggen, zeker als het de bedoeling is om de term te recupereren, of als die in een bepaalde context realistisch is. Maar honderd keer in vijf minuten? Daar heb ik problemen mee. Ik denk niet dat je dat zou doen, mocht je familieleden hebben die aan een boom opgeknoopt werden, gewoon omdat ze naar een blanke vrouw hadden gekeken. Ik waardeer Tarantino's intentie, maar het is onverstandig en zelfs gevaarlijk om dergelijke dingen te doen voor de fun. Om cool te zijn. Racisme is niet om mee te lachen. FUQUA: (knikt) Omdat westerns de essentie van cinema belichamen. Weidse landschappen, close-ups van bezwete gezichten, krakende saloondeuren. Die heb je alleen in film, niet in theater of in literatuur. En de verhalen zijn simpele allegorieën over goed versus kwaad. Ze weerspiegelen de ontstaansgeschiedenis van Amerika. Hoe het Wilde Westen veroverd werd, hoe verschillende groepen zich tot elkaar verhouden, welke krachten er in de maatschappij spelen, door alles te versimpelen tot één dorp, één held, één schurk. FUQUA: Dat is de hoofdreden waarom het genre nooit verslijt. De verhalen zijn eenvoudig, de personages complex. John Ford maakte in de jaren veertig en vijftig de oerwesterns, met John Wayne als moreel kompas van het conservatieve Amerika van toen. Na de oorlog kwam John Sturges. In de sixties had je Vietnam en het ontstaan van de tegencultuur, wat The Wild Bunch van Sam Peckinpah opleverde. Plus: de geboorte van de antiheld - Clint Eastwood in de westerns van Sergio Leone. Mijn film reflecteert de gediversifieerde tijd van nu, met respect voor die traditie. Ik hoop dat jongelui mijn film zien, meer willen en naar die klassiekers teruggrijpen. FUQUA: Westerns zijn eigenlijk superheldenfilms. Ze gaan over goede mensen die tegen slechteriken strijden in een specifiek landschap. Alleen is de enige superkracht waar westernhelden over beschikken hun talent om sneller een pistool te kunnen trekken dan de andere. THE MAGNIFICENT SEVEN Vanaf 28/9 in de bioscoop.door Dave Mestdach'Honderd keer nigger in vijf minuten, zoals Tarantino? Dat zou hij niet gedaan hebben, mocht iemand van zijn familie zijn opgeknoopt omdat hij naar een blanke vrouw had gekeken.' Antoine Fuqua 'Westerns zijn superheldenfilms. Alleen is de enige superkracht waar die helden over beschikken hun talent om sneller een pistool te kunnen trekken dan de andere.' Antoine Fuqua