In een ander tijdsgewricht zou hij met open armen ontvangen zijn in The Factory, Andy Warhols legendarische laboratorium in New York. Met zijn bijna witte pagecoupe lijkt Connan Hosford alias Connan Mockasin zelfs op de popartpaus, en net als Warhol is de Nieuw-Zeelander een wat enigmatisch figuur, een timide excentriekeling met een wereldvreemd aura. Zijn aanwezigheid gaat in elk geval niet onopgemerkt voorbij wanneer wij hem kunnen spreken in de VRT-gebouwen. Zo blijft een gebiologeerde Kurt Van Eeghem tot tweemaal toe treuzelen aan onze tafel, met grote ogen gexifeerd op Mockasins blonde manen.
...

In een ander tijdsgewricht zou hij met open armen ontvangen zijn in The Factory, Andy Warhols legendarische laboratorium in New York. Met zijn bijna witte pagecoupe lijkt Connan Hosford alias Connan Mockasin zelfs op de popartpaus, en net als Warhol is de Nieuw-Zeelander een wat enigmatisch figuur, een timide excentriekeling met een wereldvreemd aura. Zijn aanwezigheid gaat in elk geval niet onopgemerkt voorbij wanneer wij hem kunnen spreken in de VRT-gebouwen. Zo blijft een gebiologeerde Kurt Van Eeghem tot tweemaal toe treuzelen aan onze tafel, met grote ogen gexifeerd op Mockasins blonde manen. Niet zijn kapsel maar wel zijn voorlaatste album uit 2011 is de reden waarom hij geaard zou hebben in Warhols microkosmos. Forever Dolphin Love is een curieuze parel, een verbeeldingrijk, psychedelisch meesterwerkje waarin Mockasin met een vreemd vibrerend kopstemmetje zingt over verliefde dolfijnen, parallele melkwegstelsels en andere fabels. Een eigentijdse cultplaat die hem behalve enthousiaste recensies ook een mooie schare fans opleverde, tot Grizzly Bear en Radiohead toe. 'En ik was geeneens van plan om ze uit te brengen', vertelt de maker. 'Het was mijn moeder die maar bleef zeuren dat ik die songs op plaat moest zetten. Ik denk dat ze het beu was dat ik thuis niks zat te doen. Ze was zo volhardend dat ik overstag gegaan ben. Ik durfde er zelfs geen platenlabels mee lastig te vallen, het was mijn geheimpje, tot Erol Alkan de plaat te horen kreeg, en zo is de bal aan het rollen gegaan.' CONNAN MOCKASIN: Via Late of the Pier, een Britse groep met enkele releases op Erols label Phantasy Sound. Ik was op tournee met die jongens, en zoals dat gaat op een tourbus wissel je onder elkaar wel eens muzikale nieuwigheden uit. Ik schaamde me een beetje over mijn onnozele liedjes, maar even later vroeg Erol me of ik ze hem wilde laten horen, bij hem thuis. Hij was meteen enthousiast en voor ik het wist, had ik een platencontract vast. MOCKASIN: Er zit nochtans geen concept of groot idee achter. I was just being silly. Ik kan me met moeite nog iets herinneren van de opnames. Hetzelfde met dit nieuwe album, trouwens: ik werk altijd vanuit een soort waas. Ik probeer me te amuseren, en volg gewoon mijn instinct. MOCKASIN: Ik was van Nieuw-Zeeland onderweg naar Europa en besloot een tussenstop te maken in Japan. Ik zat op mijn hotelkamer, en zoals gewoonlijk in Japan voelde ik me een hulpeloze alien. Om een of andere reden bleef ik maar aan het woord 'karamel' denken, dus besloot ik er daar en dan een album rond te breien. Dat leek me een goed idee, spelen met de beperkingen van een hotelkamer, in een land dat me tegelijk opwindt en verwart. MOCKASIN: Euhm, een gladde, zoete substantie? Ik weet het niet, het antwoord zit ergens in de muziek. Mijn songs ontstaan spontaan in mijn hoofd, en ik probeer zo veel mogelijk van het mysterie te bewaren, zonder er te veel bij na te denken of er achteraf aan te schaven. MOCKASIN: Je bent niet de eerste die dat zegt. Wat Prince betreft: ik ben geen kenner. Als kind was ik zoals zovelen gek van Michael Jackson, en toen ik gitaar leerde spelen, was Jimi Hendrix mijn grote held. Dat zijn mijn voornaamste invloeden, denk ik. Veel verder ben ik niet geraakt. (lacht)En dat Caramel een sexy plaat zou zijn, daar moet ik nog verder over nadenken. Normaal gesproken ben ik heel verlegen tegenover het vrouwelijke geslacht. Misschien flirt ik in mijn songs zodat ik het in het echte leven niet moet doen? Na een paar weken interviews zal het misschien duidelijker worden. Soms voel ik me een patiënt op de sofa bij een psychiater, op zoek naar mijn innerlijke Casanova. (lacht)MOCKASIN: Is onze tijd al op? MOCKASIN: Het is simpel: op een dag werd ik gecontacteerd door haar entourage, met de vraag of ik een song wilde schrijven voor haar nieuwe album. In Parijs hebben we elkaar voor het eerst ontmoet en het klikte heel erg goed. Charlotte heeft een geweldig gevoel voor humor, en we gaan in de toekomst nog meer samenwerken. In heel Frankrijk worden mijn muziek en ik trouwens steeds goed ontvangen, net als in België. MOCKASIN: Ik had gezworen geen voorprogramma's meer te spelen, want het is zo'n deprimerende job. Ik had vijf bands in gedachten waar ik nog een uitzondering voor wilde maken, en Radiohead was er een van. We hebben samen zelfs enkele shows in Nieuw-Zeeland gespeeld, dat was fun. MOCKASIN: Dat zeg ik niet, anders lijkt het alsof ik zit te solliciteren! MOCKASIN: Nieuw-Zeeland heeft een obsessie met alles wat internationaal is. Alsof het land beschaamd is over zichzelf, alsof het zelf niets te bieden heeft. Terwijl we net benijd worden vanwege onze prachtige, overweldigende natuur. Heel vreemd. Waarschijnlijk het gevolg van zo afgezonderd te zijn. MOCKASIN: Ik heb een kamertje in Manchester, maar ook daar ben ik haast nooit. Ik fladder van overal naar nergens. Maar het meest mis ik mijn surfplank. Ik ben opgegroeid aan het strand en de zee, ik surf al sinds ik kan lopen. MOCKASIN: Oh, maar mijn haar is bijgekleurd, hoor. CARAMEL Uit op 4/11 via Phantasy Sound / Because.DOOR JONAS BOEL