'OLD BOY'
...

'OLD BOY'VANAF 13/10 IN DE BIOSCOOP Het gaat bijzonder goed met de Zuid-Koreaanse filmindustrie, en dan hebben we het niet alleen over de dominantie van producties van eigen bodem. Het Zuid-Koreaanse succesverhaal gaat verder dan puur economische prestaties. Steeds meer Zuid-Koreaanse cineasten krijgen naam en faam in het buitenland. Eeuwige klassieker Im Kwon-taek en de donkere prins Kim Ki-duk zijn de internationale vaandeldragers, maar achter hen paraderen een hoop interessante filmmakers mee. Daar hoort Park Chan-wook zeker bij. Vier jaar geleden scoorde de man een gigantische hit met de actiethriller JSA: Joint Security Area, over een moordzaak in de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea. Nadien trok hij resoluut de andere kant op met Sympathy for Mr. Vengeance. Dit donkere verhaal, over een werkloze man die tot alles in staat is om een nier te vinden voor zijn zieke zus, was een moedige zet van de regisseur maar het grote publiek weigerde te volgen. Park bleef echter niet bij de pakken zitten en bewijst nu zijn gelijk met Old Boy, de verfilming van een Japanse mangastrip over een man die zonder aanwijsbare reden vijftien jaar wordt gevangengezet. Wanneer hij al even onverklaarbaar weer vrijkomt, heeft hij dan ook maar één gedachte meer in het hoofd: de schuldige opsporen en wraak nemen. Net als Sympathy for Mr. Vengeance spaart Old Boy de kijker niet, maar deze keer kreeg Park toch weer het publiek achter zich. Rare jongens, die Zuid-Koreanen? Park Chan-wook: De gemiddelde Koreaanse kijker kan het niets schelen of een film uniek of artistiek is. Het verhaal moet emotioneel zijn; hij moet kunnen meeleven met de personages. Dat is de voornaamste reden waarom Old Boy het veel beter gedaan heeft. Sympathy for Mr. Vengeance was behoorlijk koud en droog, met kale beelden en een strakke regie. Daar hadden veel Koreanen het moeilijk mee. Misschien schokte die film de Koreaanse kijker ook omdat de hoofdrol vertolkt werd door de beroemdste komische acteur van het land. De meeste kijkers konden niet aanvaarden dat hij een man vol wraakgevoelens speelde. Choi Min-sik, de hoofdacteur uit Old Boy, is ook heel beroemd in Korea, maar hem kent het publiek als iemand die altijd heel menselijke en warmhartige figuren speelt. De stap om hem te geloven als het emotioneel explosieve hoofdpersonage uit Old Boy was dus veel kleiner. Park: Sympathy for Mr. Vengeance heeft me in elk geval geleerd dat je beter niet compleet tegen iemands imago in kunt gaan. Die wijze les heb ik in Old Boy vooral toegepast op Yoo Ji-tae, de tegenspeler van Choi Min-sik. Hij is een acteur die vaak pure en propere rollen vertolkt, vaak jonge, beleefde en welgemanierde jongens. In Old Boy speelt hij weliswaar een boosaardige en kille man, maar tegelijk zie je ook die welgemanierdheid terug. Zo voelden zijn fans zich toch niet compleet vervreemd. Park: Het schilderij dat je ziet hangen in de cel waar Choi Min-siks personage vijftien jaar van zijn leven doorbrengt. Er staat een gezicht op waarvan je niet goed weet of de man nu huilt of lacht. Ik vond het de perfecte afbeelding van de mengeling van emoties die ik voor de hele film voor ogen had. In het script had ik oorspronkelijk geschreven dat er een schilderij hing waarop het gezicht van een clown te zien was. De productiedesigner bracht me daarop een foto van een werk van James Ensor, De intrede van Christus in Brussel. Daarin herkende ik meteen wat ik in gedachten had, dat gezicht met huilende ogen en een lachende mond. Daarop hebben we ons gebaseerd. We hebben een klein beetje van Ensor gepikt en er ons eigen ding mee gedaan. Park: O ja, het land loopt vol geobsedeerde mangafans. Ik reken mezelf niet bij hen, maar ik sta er wel voor open. Als iemand me een uitstekende manga aanraadt, lees ik hem. Bij Old Boy is het net zo gegaan. De producent van de film zei me dat ik die strip absoluut moest lezen. Het was inderdaad een fascinerend en uniek verhaal. Maar als ik Old Boy gemaakt heb, heeft dat dus alles met de inhoud te maken, niet omdat het om een Japanse manga gaat. Als marsmannetjes me een goed verhaal aanbieden, zal het me ook interesseren (lacht). Park: Vooral dat de misdadiger zich niet verstopt. Het hoofdpersonage weet wie die man is maar niet waarom hij al die jaren opgesloten heeft gezeten. Dat is heel ongewoon voor een thriller. De slechterik trekt het hoofdpersonage naar zich toe en speelt met hem, zoals een kat met een muis. Park: Ik had de scène heel rudimentair uitgetekend en hem het grootste deel van de dialogen gegeven. Dat zijn personage begint te smeken en te huilen en alles probeert om zijn tegenstander te overhalen, stond allemaal in het script. Maar we hadden op voorhand afgesproken dat alles veranderd mocht worden. Als je je zó emotioneel en ontredderd voelt, ben je tot alles in staat en begin je spontaan te overreageren. Ik had Choi Min-sik dus gevraagd om zich helemaal te laten gaan en te zien waar het toe leidde. Hij mocht vrij expressie geven aan zijn gevoelens. We hebben die scène ook nooit gerepeteerd. De eerste take is ook wat je in de film te zien krijgt. Mijn eerste reactie was dat hij over the top was gegaan. Het leek me te overdreven. Maar hoe vaker ik die scène zag, hoe meer ik onder de indruk raakte van de emoties die eruit spreken. Het was zoveel sterker dan wat ik had verwacht. Park: Heel simpel. Choi Min-sik heeft gewoon een echte levende octopus opgegeten (lacht). Maar hij heeft hem niet ingeslikt, gewoon helemaal in zijn mond genomen. Het dier heeft het overleefd, hoor. Park: Mijn favoriete David is eigenlijk David Cronenberg (lachje). Ik hou best van Lynch, vooral de surreële kant van zijn werk. Zo'n sfeer streef ik ook na in mijn films. Alleen ben ik lang niet zo ziekelijk als David Lynch (lacht). Mijn ethische normen zijn veel strikter dan de zijne. Park: Het einde van het militaire regime heeft er veel mee te maken. Al de creatieve geesten die zo lang onderdrukt zijn geweest, kunnen nu volledig tot bloei komen. Alles wat we al die jaren voor onszelf hebben moeten houden, gutst er nu uit. Daarom zit er zoveel creativiteit en verbeelding in de Koreaanse cinema. Bovendien hanteren we een systeem waar de bioscopen een bepaald aantal schermen vrij moeten houden voor Koreaanse films. Daardoor krijgen genoeg filmmakers de kans om gezien te worden. Park: O nee. Het militaire regime mag dan voorbij zijn, op mentaal vlak is de onderdrukking nog lang niet verdwenen. De herinnering aan die tijd spookt nog door onze hoofden. Daarom zie je nog maar weinig Koreaanse films die een speelse komedie vertellen of echt een persoonlijk verhaal vertellen. Meestal gaat het over de problemen van de relatie tussen individu en maatschappij. Wij gebruiken het medium om dat verleden te verwerken en het is ook om die reden dat het grote publiek volgt. Door Ruben Nollet