We zijn duidelijk niet de eersten die Bart Schols erop wijzen dat vijftien kwartier televisie per week echt wel verdomd veel is voor één presentator. 'Lieven Van Gils heeft me al zot verklaard', zegt hij. 'Hij heeft het een tijdlang vier avonden per week gedaan, en ik doe daar nog een uitzending bovenop. Bovendien in een langer blok, van eind augustus tot eind juni. Ik denk niet dat iemand op de VRT dat soort kans ooit al gekregen heeft, dus moet je die uiteraard met je twee pollen grijpen. Maar het is een zwaar engagement, ja. Topsport. Dus moet ik vanaf eind augustus leven als een topsporter, want ik zou het mezelf niet vergeven, mocht ik deze kans niet voor honderd procent benutten.'
...

We zijn duidelijk niet de eersten die Bart Schols erop wijzen dat vijftien kwartier televisie per week echt wel verdomd veel is voor één presentator. 'Lieven Van Gils heeft me al zot verklaard', zegt hij. 'Hij heeft het een tijdlang vier avonden per week gedaan, en ik doe daar nog een uitzending bovenop. Bovendien in een langer blok, van eind augustus tot eind juni. Ik denk niet dat iemand op de VRT dat soort kans ooit al gekregen heeft, dus moet je die uiteraard met je twee pollen grijpen. Maar het is een zwaar engagement, ja. Topsport. Dus moet ik vanaf eind augustus leven als een topsporter, want ik zou het mezelf niet vergeven, mocht ik deze kans niet voor honderd procent benutten.' Interviewen kán Schols alvast, zo bewees hij in het prima De wereld vandaag op Radio 1. En dat hij op televisie pakt, is ook al een tijdje duidelijk. Nu nog een paar interessante gasten vinden, en dan is het halve werk gedaan, denken wij dan, als argeloze zappers. BART SCHOLS: Siegfried Bracke zei onlangs dat hij hoopte dat ik niemand te gast zou hebben die hij later op de avond bij Lieven Van Gils zou terugzien, en in Terzake laat nog eens. Daar heeft hij wel een punt. De kracht van Terzake was dat het voortborduurde op het nieuws van de dag. Het is niet zo makkelijk om de actualiteit af en toe eens los te laten, want dat zit nu eenmaal in het DNA van de nieuwsdienst. Maar ik mag De afspraak wél vanuit mijn eigen interesses laten vertrekken: als een gast die buiten de actualiteit staat interessant genoeg is en het onderwerp boeit mij, dan moet dat ook kunnen. Nog zoiets: vorige week zei iemand me dat Canvas humor mist. Ik moet in De afspraak vooral niet de jolige gaan uithangen, maar er mag gerust wel eens iets grappigs voorbijkomen. Het zal organisch moeten groeien, maar die mix van onderwerpen zal heel belangrijk worden: we hebben de kans om veel breder te gaan dan Terzake. Daar moeten we dus van profiteren. SCHOLS: Nu even niet, maar ik heb het wel gedaan, ja. Zo vond ik Karl Vannieuwkerke deze zomer heel straf in Vive le vélo. In één aflevering was ik zelf te gast: hij ging gewoon zitten en begon aan het gesprek, heel rustig en zonder autocue. Dat programma is natuurlijk enorm op de koers gericht en is qua onderwerpen niet te vergelijken met wat wij gaan doen, maar de manier waarop hij alles aanpakte en zijn onderwerpen neerzette, was echt chic. In Nederland ben ik bij Jeroen Pauw gaan kijken. Dat was een imponerende ervaring. Alles klopte: een toffe setting, vriendelijke mensen en een uitstekende mix van onderwerpen. Ze hadden een actueel item over motorbendes, er zat een auteur aan tafel én Paul de Leeuw was te gast. Informatie, cultuur, humor, het zat er allemaal in. Pauw zelf vond ik fantastisch: twintig seconden voor de uitzending zette hij zijn smartphone af en begon hij te presenteren zonder één keer naar zijn kaartjes te kijken: gewoon luisteren en vragen stellen. Oké, hij heeft natuurlijk gedurende vele jaren metier opgebouwd, maar ik was toch zwaar onder de indruk van hoe hij het allemaal deed. Achteraf heb ik nog een uur met hem samengezeten en hem de pieren uit de neus gevraagd: hoe deel je je dag in? Lees je nog kranten? Laat je je redactie de onderwerpen voeden? Maar vergelijk me nu vooral niet met Pauw of Matthijs van Nieuwkerk. Iedereen blijft maar bezig over Pauw en De wereld draait door, maar die programma's zijn inhoudelijk, productioneel, redactioneel en qua middelen niet te vergelijken met De afspraak. Bovendien heeft zowel Pauw als Van Nieuwkerk tonnen ervaring. Zij zijn in de Lage Landen de twee absolute toppers: ik zal nog veel boterhammekes moeten eten om dat niveau te bereiken. Dat besef ik maar al te goed. SCHOLS: Geen idee, eigenlijk. (denkt na) Ik zou het echt niet weten. Vind jíj 41 jong of oud? SCHOLS: In mijn kop ben ik alleszins nog altijd heel jong. (lacht) En ik vind helemaal niet dat Lieven Verstraete of Annelies Beck een oud profiel hadden. Lieven Van Gils is tien jaar ouder dan ik: hij is toch helemaal geen oude mens? 41 is natuurlijk niet piep meer, maar zo'n interviewprogramma is niet zo evident voor een twintiger. En een carrière ontwikkelt zich soms op een rare manier: ik ben als losse medewerker begonnen, heb nadien een vast contract gekregen, had het geluk dat Robin Janssens naar VTM vertrok waardoor ik in dat gat kon duiken, ben van de sport naar de radio gegaan en heb daardoor dan weer Het journaal gekregen. En nu komt De afspraak eraan. Dat soort dingen kun je echt niet vooraf plannen. SCHOLS: Ik was net zeventien toen mijn middelbaar erop zat, en had totaal geen idee wat ik wilde doen, want ik had een paar turbulente en zeer ingrijpende jaren achter de rug. (Schols' moeder pleegde zelfmoord toen hij dertien was, nvdr) Ik wist het toen allemaal niet zo goed. Mijn pleegouders waren heel bezorgd, en omdat ik toch íéts in handen zou hebben, stelde mijn pleegmoeder me voor om aan een overheidsexamen mee te doen. In Flanders Expo, met 5000 man. Ik raakte door die proeven en opeens was ik een vastbenoemde ambtenaar bij de belastingen. Maar eens ik daar zat, merkte ik natuurlijk meteen: 'Neen, dit is het toch niet.' Dan ben ik maar gaan reizen: Australië, Nieuw-Zeeland... Op mijn eentje. Ik weet niet hoe ik ertoe kwam op mijn eentje te gaan reizen, maar die periode heeft me wel gevormd. Na vier jaar ben ik aan de unief begonnen. Er waren niet veel mensen die dachten dat alles wel in orde zou komen. Integendeel, de meest gehoorde reactie was: 'Amai, dat zal niet gemakkelijk worden.' Terwijl ik nooit tweede zit heb gehad. En o ja: tussen mijn vijftiende en mijn negentiende heb ik ook nog aan motorcross gedaan, in competitie dan nog. Tja, dat is inderdaad een heel vreemd parcours. Soms denk ik dat iemand hierboven mij helpt om op de juiste momenten de juiste dingen te doen. SCHOLS: Dat viel wel mee, ik heb toen vooral veel op de bank gezeten. SCHOLS: Tja, wat is dat, competitief zijn op televisie? SCHOLS: Nog nooit gedaan, maar het zou kunnen dat ik dat nu wél eens zal doen. Maar toch: ook op dat vlak ben ik echt niet competitief, denk ik. Ik wil alles doen om mijn vak zo goed mogelijk onder de knie te krijgen en om een zo goed mogelijke interviewer te worden, maar ik heb geen controle over wat daar dan de gevolgen van zijn. Uiteraard moeten we relevant blijven en is het niet de bedoeling dat we een programma voor 30.000 kijkers maken - we werken tenslotte met overheidsmiddelen. Maar als de groep waarvoor we werken groot genoeg is, en als die groep tevreden is, interesseert het kijkcijfer op zich me niet echt. Ik heb ook al gehoord dat De afspraak Canvas moet redden. Daar zullen de mensen van de verdieping hierboven wel mee bezig zijn, denk ik dan. Wij moeten gewoon een zo goed mogelijk programma maken. Als de kijkers me binnen een paar jaar een goede interviewer vinden, dan heb ik mijn job gedaan en zal ik heel gelukkig zijn. De rest heb ik niet in de hand. SCHOLS: Niet, want daar ben ik ondertussen al twee jaar mee gestopt. Ik probeer alleen nog wat te sporten en mij voor de rest compleet op deze job te focussen. Ik wil dat ook allemaal niet meer, want vroeger had ik nogal de neiging om te veel hooi op de vork te nemen. SCHOLS: Het eerste wat de directeur me vroeg, was iemand te zoeken die me structureel wat in de gaten kan houden en begeleiden. In Paul Van Den Bosch, de coach van Sven Nys, heb ik daarvoor de perfecte man gevonden. SCHOLS: Je moet dat niet overdrijven, maar ik bel regelmatig met Paul, en dan is hij een luisterend oor. Hij houdt me ook een beetje in de gaten: mijn dagindeling, hoeveel aandacht ik aan wat besteed, wanneer ik ga sporten. Allemaal dingen die heel belangrijk zijn om vol te houden, want ik ben niet de meest gestructureerde mens. Bovendien was ik zoals ongeveer iedereen tegenwoordig totaal overprikkeld: de smartphone die de hele dag aanstond, nieuwsbrieven in mijn mailbox, de hele stroom van feiten en feitjes die ik de hele dag over me heen kreeg, Twitter, Facebook. Schluss, allemaal weg daarmee. Of toch grotendeels. (lacht) Ik ga me uit al die nieuwsbrieven uitschrijven, Twitter alleen nog gericht gebruiken en mijn telefoon regelmatig eens uitzetten. Mijn Facebook zal ik door iemand van de redactie laten beheren. En het kan heel onnozel klinken, maar ik heb gebouwd, en wil absoluut dat mijn huis eind augustus helemaal af is, zodat ik daar niet meer hoef aan te denken wanneer het programma loopt. Ik heb mijn vrienden al gewaarschuwd dat ze me tijdens de week niet veel meer zullen zien. Alleen de barbecue die ik had beloofd aan mijn schoonzussen komt er nog. SCHOLS: Ja, eindredacteur Thomas Van den Bossche en Dirk Abrams, die mijn presentatie coacht en feedback geeft over de inhoud. Ik ken Dirk nog van mijn tijd bij de sportredactie. Hij was toen de baas van Sporza en heeft me in die periode al een aantal kansen gegeven. Die twee sparen hun kritiek niet, hoor: wanneer ik na een proefuitzending met Dirk Abrams samenzit, word ik twee uur lang gefileerd. SCHOLS: Ja hoor. Ik heb dat zelfs gráág, want ik begin hier nog maar pas mee. Je moet die kritiek vooral niet persoonlijk nemen: het is niet fileren om te fileren, het is een kritische kijk die het programma beter moet maken. Ook de redacteurs weten wat hen te doen staat: wanneer ze vinden dat iets niet goed is, moeten ze dat onmiddellijk zeggen. En dat dóén ze ook. Die directe feedbackcultuur heerst hier nog veel te weinig. Ik heb alleszins liever dat ze rechtuit zijn dan dat ze tegen mij zwijgen, maar vervolgens achter mijn rug kritiek spuien. Als het goed is, mogen ze het natuurlijk ook altijd zeggen. Want laten we eerlijk zijn: dat doet deugd. De feedback die ik op mijn radiowerk gehad heb, was uniek: ik kreeg heel veel positieve reacties, van binnen het huis, van buiten het huis en vanuit onverwachte hoek. Dat was me voordien nooit overkomen. Zo raak ik ook sneller overtuigd van mijn kwaliteiten als interviewer. SCHOLS: Ten eerste vind ik het zelf moeilijker om mezelf te onderscheiden als nieuwsanker - wat toch meer afgelijnd werk is - dan als interviewer. En ten tweede bén ik misschien beter als interviewer dan als journaalanker. Ik vind het heel moeilijk om dat soort dingen zelf te beoordelen. Ik heb al een paar keer teruggedacht aan de tijd toen ik mijn eerste reportages voor Sporza maakte. Als ik die nu terugzie, blijken die niet zo goed als ik toen zelf dacht. Ik herinner me dat ik bij de tiende wereldtitel van Stefan Everts verslag moest uitbrengen vanaf de citadel van Namen. Ik vond dat ik dat heel goed had gedaan, maar toen ik onlangs die beelden terugzag op Memo tv kon ik alleen maar denken: man, man, róép toch niet zo! (lacht)SCHOLS: Die ambitie mag er zijn, en ik zou er meteen voor tekenen. Maar ik weet niet of het mij zal lukken, omdat ik besef hoe broos het allemaal is. Mocht ik er toch niet in slagen: ik ben niet verhangen aan het scherm, ik interview echt waar even graag op de radio als op televisie. Want hoewel dit een kans is die ik niet kon laten liggen, heb ik toch een dubbel gevoel, omdat ik hiervoor met mijn radio-interviews moest stoppen en dat zo geweldig graag deed. Toen ik dit aanbod kreeg, heb ik aan Griet De Craen, de hoofdredactrice van de radio, meteen gevraagd of ik nog mag terugkeren. SCHOLS: Het mag. DE AFSPRAAK Vanaf 24/8 van maandag tot vrijdag om 20 u. 30 op Canvas. DOOR GEERT OP DE BEECK - FOTO'S JEF BOESBart Schols 'SOMS DENK IK DAT IEMAND HIERBOVEN MIJ HELPT OM OP DE JUISTE MOMENTEN DE JUISTE DINGEN TE DOEN.' Bart Schols 'IK HEB GEHOORD DAT DE AFSPRAAK CANVAS MOET REDDEN. MAAR EIGENLIJK MOETEN WE GEWOON EEN ZO GOED MOGELIJK PROGRAMMA MAKEN. DE REST HEBBEN WE NIET IN DE HAND.'