Broadway Danny Rose

(Woody Allen, 1984)
...

(Woody Allen, 1984) Pitch: Danny Rose (WoodyAllen) probeert als impresario allerlei derderangsartiesten aan een job te helpen, maar krijgt het vooral druk methartenbreekster Tina Vitale (Mia Farrow), de eega vaneen van zijn cliënten. Barman: Ik heb wel eens eerder zo'n lijstje moeten maken en daarin doken telkens dezelfde titels op. Vandaar dat ik voor de verandering eens de komische toer op wilde. Dan hoort daar zeker iets van Woody Allen bij. In de jaren tachtig heeft die gewoon de ene geweldige komedie na de andere gedraaid, van Manhattan tot Radio Days. Van Broadway Danny Rose herinner ik me eerlijk gezegd niet zoveel. Ik heb die gekozen om de zwart-witfotografie én die hilarische openingsscène, waarin enkele mannen in hun favoriete restaurant in New York herinneringen ophalen aan hun begindagen als stand-upcome-dians. Allen weet altijd perfect een bepaald wereldje neer te zetten - in dit geval dat van variétéartiesten - en zijn oneliners zijn vaak schitterend. Al vallen zijn recente films meestal tegen. They just ain't funny anymore. Maar geen nood: dit is Allen op z'n best: geestig, menselijk en knap om naar te kijken. Harold Ramis, 1993 Pitch: Bill Murray is een chagrijnige weerman die in the middle of nowhere ingesneeuwd raakt en vervolgens tot zijn eigen verbazingtelkens weer dezelfde dag mag herbeleven. Barman: Een prachtig filmpje waarbij je met een goed gevoel de zaal verlaat. De toon is perfect en ook de casting is prima, met de engelachtige Andy McDowell en Bill Murray als de onderkoelde cynicus. Ik heb toch vooral voor recente films gekozen, valt me op. Als kind van de jaren tachtig heb ik me dan ook deels door nostalgie laten leiden, al blijken veel films waarmee ik toen heel hard gelachen heb ondertussen vreselijk gedateerd. Something Wild bijvoorbeeld van Jonathan Demme. Komedies verouderen nu eenmaal sneller dan andere films. Neem nu Some like It Hot van Billy Wilder. Prachtig gespeeld en een vaste waarde in de favorietenlijstjes van critici, maar is dat nog écht grappig? Da's toch nogal naïef, neen? Hetzelfde heb ik zelfs met Chaplin. Geef mij maar zijn latere 'bleitfilms' als Limelight in plaats van zijn slapstickklassiekers. David O'Russell, 1996 Pitch: Vijf maanden nade geboorte van zijn zoon kan Mel (Ben Stiller) zijn kind nog altijd geen naam geven. Daarom start hij een lichtelijk chaotische zoektocht naar zijn eigen biologische ouders. Barman: De komedie waarom ik wellicht het hardst gelachen heb. Ik ben zonder iets over de film te weten de zaal binnengestapt, waarschijnlijk omdat Patricia Arquette meedeed. Man, wat een bom! Maar ook toen ik hem vorig jaar op televisie terugzag, heb ik me ziek gelachen. Naar verluidt is die David O'Russell een echte bullebak die acteurs uitscheldt en vernedert. Dat zou ik zelf niet kunnen. Ik kan wel kritiek geven inde studio of op de set, maar ik wil de mensen toch vooral een warm gevoel geven. Dat grote cinema spanning nodig heeft, vind ik bullshit. Ik ken wel die verhalen over Kubrick die zijn acteurs treiterde om een bepaald effect te bereiken, maar een goeie acteur heeft dat niet nodig. Volgens mij worden die verhalen vaak opgeblazen. Flirting with Disaster gaat wel over mensen die elkaar irriteren en toch met elkaar moeten samenleven. Dát zijn mijn favoriete komedies: films die grappig zijn, maar ook iets over het menselijke beestje blootleggen. Rémy Belvaux, André Bonzel & Benoit Poelvoorde, 1992 Pitch: Een beroepsmoordenaar (Poelvoorde) wordt door een tv-ploeg van nabij gevolgd en keuvelt tijdens zijn opdrachten honderduit over architectuur, klassieke muziek, duiven en andere issues. Barman: Eigenlijk is dit geen komedie, wel een zwaar sarcastische uithaal naar reality-tv. Ik herinner me nog dat ik in de Antwerpse Cinema Cartoon's werkte toen de film uitkwam en de baas me zei dat hij het vreselijk vond dat die film vooral een fout publiek aantrok. Kennelijk zat er nogal wat raar volk in de zaal dat al het geweld gewoon cool vond. Tóch heb ik hem gekozen, omdat hij messcherp blijft en omdat het wellicht de eerste film is in die pseudo-reportagestijl die later tot vervelens toe zou worden gekopieerd. Plus: ik wilde er ook zeker één Belgische film bij. C'est arrivé is ook het typisch Belgische verhaal van iets unieks neerzetten met weinig middelen en het dan vervolgens niet kunnen verkopen. Ik weet wel dat het een van de weinige Belgische titels is die een cultstatus heeft verworven en die je ook in Amerika kunt vinden, maar als je bedenkt hoe origineel en visionair de film is - ook beeldmatig met die zware, opgeblazen 16-millimeterkorrel - dan had hij nog véél meer moeten doen. Het had verdomme allang een internationale klassieker moeten zijn. Aki Kaurismäki, 2002 Pitch: Een man wordt in elkaar geslagenen verliest zijngeheugen. Daarop volgt een droogkomische dooltocht door de marge van Helsinki. Barman: Kaurismäki zei ooit: 'Mijn films zitten vol typisch Finse humor die zelfs door de meeste Finnen niet wordt begrepen. Maar net doordat het zo lokaal is, oogt het authentiek en wordt het weer universeel.' Dat is inderdaad zijn grote kracht. En ook: humor vinden in het understatement, in de kleine gestes en de gênante momenten. Als je de plot leest, zijn zijn films vaak triest en somber. Maar zo warm en menselijk gebracht tovert het bijna vanzelf een glimlach op je gezicht. Neem nu die ene scène waarin het hoofdpersonage dat aan geheugenverlies lijdt bij een pro-Deoadvocaat zit. Die vraagt hem wat er is gebeurd, waarop die plots onhoudbaar begint te vertellen en van geen ophouden weet. Fantastisch gewoon. Zo veel vertellen met zo weinig chichi. Martin Brest, 1988 Pitch: Een premiejager(Robert de Niro) krijgt delucratieve klus aangeboden om een voortvluchtige maffia-boekhouder te klissen, maar wordt ondertussen door de FBI en een concurrent op de hielen gezeten. Barman: Die heb ik héél lang geleden gezien. Ik vond hem toen vooral geestig dankzij Dennis Farina die meestal een bad guy speelt, een geweldige tronie heeft en hier een maffiabaas neerzet die met allerlei losers moet werken. Bovendien zie je hier Robert de Niro in een van zijn weinige geslaagde komische rollen. Verder herinner ik me er weinig van. Het is dus best mogelijk dat de film een tikje tegenvalt, al had mijn maat CJ Bolland hem ook op zijn lijstje staan. Vanwaar ik die films ken? Begin jaren tachtig al hadden we thuis een betamaxspeler én voor mijn 14e verjaardag heb ik van mijn vader een abonnement gekregen op de Video Library in Antwerpen, toen de beste videotheek van België. Daar hadden ze álles. Buñuel, Fassbinder, Cassavetes. Noem maar op. Die videotheek is mijn filmschool geweest. Tom DiCillo, 1995 Pitch: Regisseur Steve Buscemi probeert een ambitieuze lowbudget-film te draaien, maar krijgt af te rekenen met botsende ego's, dronken technici, jaloerse liefjes en nukkige dwergen. Barman: Die moest er absoluut bij, anders had ik het concept helemaal omgegooid. Ook Monty Python and The Holy Grail had er eigenlijk bij gehoord, maar die konden we helaas niet krijgen. Iedereen die ooit op een filmset heeft gestaan, weet dat DiCillo hier op een ironische, maar oh zo juiste manier het independentwereldje neerzet. De regisseur die zich voortdurend opwindt, maar iedereen naar de mond praat om toch maar zijn filmpje te kunnen maken, de dwerg die constant klaagt dat hij steeds dwergen moet spelen, de rondneukende persman, de narcistische hoofdrolspeler,... Heel herkenbaar, maar vooral ook onweerstaanbaar grappig. Een even warme als spottende hommage aan de independentfilmerij. Joel & Ethan Coen, 1998 Pitch: Jeffrey 'The Dude'Lebowski (Jeff Bridges) is een overjaarse hippie die met een multimiljonair wordt verward. Aldus krijgt hij enkele boze gangsters over de vloer die zijn favoriete tapijt onder pissen. Barman: Ik ben zo'n grote Lebowskinerd dat ik zelfs de boeken óver de film heb gelezen. Zeker vijf keer heb ik hem gezien, maar hij blijft goddelijk. Ik vind de Coens sowieso fantastisch, zolang ze onder het kookpunt blijven. Als ze de hysterische toer opgaan, werken ze op mijn zenuwen. Maar hier dus niet. De dialogen zijn schitterend, de cast perfect en de personages onvergetelijk, met John Goodman als Vietnamveteraan, Ben Gazzara als pornokoning en John Turturro als pedofiele bowlingkampioen. Naar verluidt waren alle dialogen tot op de letter uitgeschreven, hoe spontaan ze ook klinken. Ik denk niet dat Bridges één ' hey man' of ' c'mon' heeft geïmproviseerd. We gaan een Dude-party organiseren, met Mauro Pawlowski als opperdude en alleen seventiesmuziek. CCR, Dylan, Captain Beefheart, net als in de film. Agnes Jaoui, 2000 Pitch: Een bedrijfsleiderontmoet een actrice. Zij is bevriend met een dienster, die op haar beurt een bodyguard leert kennen. Een film over mensen uit verschillende milieus, die elkaar normaal niet tegen het lijf zouden lopen. Barman: Een fijn, intelligent feelgoodfilmpje mét zowaar een boodschap. Het gaat namelijk over de pretentie binnen het artistieke wereldje. En dat aan de hand van een fraai liefdesverhaal met enkele héél mooie momenten. Bovendien gaat het ook hier om personages die zich voortdurend opwinden enelkaar tegelijkertijd aantrekken en afstoten. Dat is helemaal mijn soort humor en daar blijken de Fransen nog altijd de grootmeesters in. Stephen Frears, 1993 Pitch: Een jonge, Ierse vrouw woont nog bij haar ouders. Wanneer ze onverwachts zwanger blijkt, maar de identiteit van de vader weigert te onthullen, zet ze het huis op stelten. Barman: Die zit meer in de sociale feelgoodsector. Een heel mooi verhaal, met een knappe vertolking van de boze vader door de geweldige Colm Meaney. Het is misschien de meest geëngageerde film uit het lijstje, al is hij vooral teder en grappig. Zijn er wel geestige politieke films? Bob Roberts van Robert Altman misschien. Of Wag the Dog. Maar verder ken ik er niet veel. Ik ben ook niet zo'n genreman. Alleen de goeie films noirs heb ik bijna allemaal gezien.