Aharon Appelfeld houdt niet van mooischrijverij: zinnen moeten direct en ter zake zijn, zonder tierlantijntjes. 'Alleen mensen met innerlijke conflicten schreven krullerig en vaag, en je had altijd de indruk dat ze iets te verbergen hadden.' Ook in het in 2003 in het Hebreeuws verschenen, pas nu voor het eerst in het Nederlands vertaalde Plotseling, liefde zijn alle overbodige adjectieven en beschrijvingen geschrapt. Wat rest, is een rijke roman over leven, familie, liefde, schrijven en dood.
...

Aharon Appelfeld houdt niet van mooischrijverij: zinnen moeten direct en ter zake zijn, zonder tierlantijntjes. 'Alleen mensen met innerlijke conflicten schreven krullerig en vaag, en je had altijd de indruk dat ze iets te verbergen hadden.' Ook in het in 2003 in het Hebreeuws verschenen, pas nu voor het eerst in het Nederlands vertaalde Plotseling, liefde zijn alle overbodige adjectieven en beschrijvingen geschrapt. Wat rest, is een rijke roman over leven, familie, liefde, schrijven en dood. Prille zeventiger Ernst was in zijn jonge jaren een fanatieke medestander van Jozef Stalin. Hij stak in Oekraïne de winkels van gelovige Joden in brand en verloochende zo zijn eigen afkomst. Hij verloor zijn eerste vrouw en dochter in de Holocaust. Het huwelijk met zijn tweede vrouw liep op de klippen. Tot aan zijn pensioen werkte hij tegen zijn zin bij een verzekeringsmaatschappij in Jeruzalem. 's Nachts schreef hij romans. Zo verzamelde hij doorheen de jaren stapels onuitgegeven manuscripten in zijn appartement. Ernst is er zich goed bewust van dat zijn geschriften niet deugen. Zijn veertig jaar jongere huishoudhulp Irene draagt hij meermaals op na zijn dood al zijn geschriften te verbranden. Hoe hard hij ook op zijn teksten zwoegt, bij het ochtendgloren heeft hij alleen nog zin om ze te verscheuren. Irene voelt diepe genegenheid voor Ernst en probeert hem zo veel mogelijk op te beuren. Ondanks haar goede zorgen belandt hij toch in een zware depressie. Pas nadat hij te horen heeft gekregen dat hij kanker heeft en terminaal is, slaagt hij erin om verhalen te schrijven die tot op het bot gaan. Hij gooit alle ballast overboord en vindt gemoedsrust én liefde bij zijn muze Irene. Bijna als vanzelf krijgt hij toegang tot een 'reservoir vol levend water': zijn eigen kindertijd bij zijn diepgelovige chassidische grootouders in de Karpaten. Ernst schrijft als bezeten, ervan overtuigd dat hij 'de engel des doods' zo op afstand kan houden. Aharon Appelfeld was halverwege de veertig toen hij zijn eigen 'reservoir vol levend water' ontdekte en met zijn roman Badenheim 1939 debuteerde. Sindsdien publiceert hij literaire pareltjes die allemaal hun wortels vinden in zijn eigen leven. Maar echt autobiografisch zijn zijn boeken nooit; zijn eigen ervaringen timmert hij op ingenieuze wijze om tot fictie. Als jongen van negen ontsnapte Appelfeld uit een concentratiekamp in Oekraïne, waarna hij drie jaar lang alleen in een bos ronddoolde. In 1946 trok hij naar Palestina, om er mee te gaan werken aan de oprichting van de nieuwe staat Israël. Van jonge mensen van zijn generatie werd verwacht dat ze radicaal met hun familie braken om in de kibboets geherprogrammeerd te worden tot 'nieuwe Joden'. Maar Appelfeld kon zijn verleden niet wissen en zijn ouders en grootouders niet zomaar vergeten. Niet voor niets blijven in Plotseling, liefde de ouders en grootouders van Ernst en Irene levende wezens, ook al zijn ze al jaren dood. PLOTSELING, LIEFDE ***** Aharon Appelfeld, Ambo/Anthos (oorspronkelijke titel: Pitom ahava), 214 blz., ? 21,99. JAN STEVENSCENTRALE ZIN Ernst werd zeventig en voor zijn verjaardag had Irene een kwarktaart gebakken en die met aardbeien versierd.