Mumford & Sons zouden we er niet bij betrekken, maar van andere popbeoefenaars zijn zelfs de miskleunen nog het uitgraven waard. In 1982 vereeuwigde de 35-jarige Iggy een van zi...

Mumford & Sons zouden we er niet bij betrekken, maar van andere popbeoefenaars zijn zelfs de miskleunen nog het uitgraven waard. In 1982 vereeuwigde de 35-jarige Iggy een van zijn kierewietste platen voor het label van Blondie-gitarist Chris Stein. Zonder de hand van David Bowie boven zijn hoofd zwalpte onze held, in pogingen om zijn iconische status van punkpeetvader in de mainstream te verzilveren, van de ene geweldige farce ( Soldier, 1980) in de andere ( Party, 1981). Op Zombie Birdhouse raaskalt hij doorheen pseudorockabilly, lompe new wave, getikte avant-garde, naargeestige electropop en valse afrobeat. In Pain & Suffering, waarvan een onuitgebrachte versie als extraatje op de cd staat, krijst een aap en balkt een ezel. O, en Debbie Harry zingt een beetje mee. Heel (on)beluisterbare onzin.