'Gewonnen Brood' komt uit op 31/1 bij Van Halewyck. Wij geven tien gesigneerde exemplaren weg. Zie Focus trakteert.
...

'Gewonnen Brood' komt uit op 31/1 bij Van Halewyck. Wij geven tien gesigneerde exemplaren weg. Zie Focus trakteert. Tentoonstelling van 1/2 tot 3/3 in De Bijloke, J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent. Woensdag van 14 tot 18.00, donderdag, vrijdag en zaterdag tijdens de concerten. tel. 09 269 92 92, info@debijloke.be.Steve Michiels, opererend onder de sobere schuilnaam STEVE, is niet alleen een van de huiscartoonisten van dit blad, hij publiceert zijn werk ook geregeld in onder meer NRC Handelsblad, Het Parool, De Standaard en De Morgen. In het boek Gewonnen Brood - zijn derde al - toont Michiels een greep uit de cartoons die de laatste twee jaar in tijdschriften en kranten zijn verschenen. Oorlog, vreemde ziektes en feestgeneugten passeren de revue in zijn kleurrijke illustraties, waar zacht sarcasme troef is en geestige antwoorden met een grijns aangereikt worden. Het boek leest als een voorlichtingsgids om heelhuids en gniffelend de realiteit door te komen. De cartoonist heeft echter nog andere ijzers in het vuur liggen. Op zijn website vind je bijvoorbeeld The Crying Game, een leuk experiment met tekenfilm, en ook de illustraties bij het vrij gestoorde kinderboek Baby Pop en Billy Boef van Pascale Platel zijn van zijn hand. Daarnaast schildert Steve met acryl op doek, werkt hij met porselein, glasramen en meubels en maakt hij keramiekbeelden. In de Gentse Bijloke opent deze week een tentoonstelling rond zijn keramiekwerk, waar Steve, ditmaal in een kosmos van klei, opnieuw mensen in hun blootje zet, weerloos, kwetsbaar en ten prooi aan spot. Steve Michiels: (lacht) Gewonnen brood wordt ook 'verloren brood' genoemd hoor. De titel verwijst naar een crisissfeer waarin we het allemaal met ietsje minder moeten doen. Gewonnen brood maken, is gelijk aan het leven aangenaam maken met simpele dingen - het is een oplossing in tijden van tekortkoming. De meeste cartoons in het boek gaan over de een of andere crisissituatie. Ze geven absurde maar creatieve pseudo-antwoorden op vragen van elke dag. Ik probeer in mijn tekeningen het positieve uit de dagelijkse sleur te halen. Ik teken vaak over zaken die vrij negatief zijn. Maar als ik ermee lach, worden ze draaglijk. Cynisme probeer ik te vermijden, het is te gemakkelijk en passé. Michiels: Ik wil daar niet mee te koop lopen. Belangrijker in mijn cartoons is dat er een fond van gezond verstand in zit. Ik heb enkel de overtuiging dat mensen elkaar graag moeten zien en geen oorlog moeten voeren. (lacht) Ik weet niet hoe je dat politiek moet vertalen. Karikaturen van politici liggen me niet, ik lach niet graag met andere mensen. En wie is er nu interessant genoeg om geviseerd te worden en mee te lachen? Geen enkele politieke figuur is het waard dat ik me uitsloof om hem te karikaturiseren. (lacht) Alleen Marc Dutroux teken ik - hij is dan ook de personificatie van het Kwaad! In dit nieuwe boek staan, nog meer dan in het vorige, Verdoken Liefde, actualiteitscartoons. Allemaal overpeinzingen van een manneke dat bij het ontbijt de krant leest en luistert naar het ochtendnieuws op de radio. De dingen gebeuren eigenlijk ver van mijn bed, maar ik word er wel mee om de oren geslagen als ik opsta. Michiels: Ik vind het belangrijk om sterke vrouwen op te voeren - vrouwen worden mijns inziens nog altijd vaak als zwakker voorgesteld. Ik ken alleen maar intelligente vrouwen, vooral mijn vrouw dan (lacht), en ik vaar er altijd goed bij om haar raad op te volgen. Als er stommiteiten worden gedaan, is dat over het algemeen mijn schuld! Ik denk dat de verhouding man-vrouw ook heel herkenbaar is. Relaties interesseren me, ook op maatschappelijk vlak. Als 'hoeksteen van de maatschappij' is de man-vrouwmetafoor voor een groter geheel heel duidelijk en universeel. Michiels: Ik ken Raymond nu een beetje, hij heeft het voorwoord van mijn vorige boek geschreven, en eigenlijk ziet hij 'de gewone Vlaming' graag. Ach, je moet nooit te hoog van de toren blazen: ik geef kritiek op mensen, maar uiteindelijk ben ik zelf een van hen. Ook Raymond voelt zich niet beter dan anderen. Ik heb dat beetje talent zodat ik kan uitbeelden wat er in mijn hoofd omgaat, en dat talent moet je positief gebruiken. Ik ben steeds blij en dankbaar als ik de kans krijg om zo'n boek uit te brengen, zo evident is dat allemaal niet. Michiels: Zelfs de deadlines zijn inspirerend: hoe dringender, hoe gemakkelijker de ideeën komen. Ik sta daar niet alleen in, de meeste cartoonisten worden productiever naarmate de dead- line dichter komt. Het mooie eraan is dat je inspiratie niet kunt forceren; je krijgt het op een bepaald moment terwijl je ernaar toewerkt - het heeft bijna iets spiritueels. (lacht) Michiels: In het begin was ik voornamelijk bezig met heel ingewikkelde kunststrips. Ik miste iets poëtisch en gevoeligs in de nieuwe stripverhalen. Het hoefden niet altijd avonturen te zijn, ik wilde dat er iets van het dagelijks leven inzat. Vroeger experimenteerden Marc Sleen en Willy Vandersteen ook al ongelooflijk; let maar op de grenzeloze fantasie in de oude Suske en Wiskes. Hoe langer hoe meer neigen beeldende kunstenaars ook naar het cartooneske: kijk naar Wim Delvoye, de beste cartoonist van België! (lacht) Dat bewijst dat clowns even ernstige dingen kunnen zeggen als iemand met een uitgestreken gezicht. Michiels: Vorig jaar maakte ik voor de Boerenbond al een interactieve animatiefilm; daarna heb ik ook voor mijn website bewegende figuurtjes getekend. Het geeft een kick om je tekeningen in beweging te zien - het lijkt dan even alsof ze écht leven. Het zou geweldig zijn iets dergelijks te creëren voor televisie. Ik ben blij dat je Addams vernoemt, want weinig mensen kennen zijn werk. Ik heb veel geleerd van zijn tekeningen. Zijn cartoons zijn samengebalde verhalen met een begin, een midden en een eind. Charles Addams heeft een lijn uitgezet waarop anderen de jaren nadien verder konden bouwen: hij is de bedenker van de later vaak herhaalde grap, de skiër wiens sporen ineens onderbroken worden door een boom en daarna verdergaan. Michiels: Ik ken niets van voetbal, maar het is een compliment zeker? Dat werd geschreven naar aanleiding van een debat tussen Nederland en Vlaanderen, over hoe jonge tekenaars aan bod kunnen komen. Ik heb daar eigenlijk niets zinnigs gezegd. (lacht) Michiels: Er studeren ieder jaar een pak getalenteerde illustrators af, maar die komen niet of nauwelijks aan de bak. Toen Marc Sleen stopte met Nero, kwam Peter Vandermeersch (hoofdredacteur De Standaard; gva) op tv om te beweren dat er geen Belgische opvolgers zijn voor Sleen en dat daarom in zijn krant Nero zou worden vervangen door Peanuts. Dat is toch een regelrecht affront! Nix bijvoorbeeld heeft een hele goede krantenstrip getekend, maar zijn project werd afgeblazen omdat het budget te klein was. Dat is een héél andere reden. Er is meer dan genoeg talent in België, maar strips die wereldwijd in 400 kranten verschijnen, kosten tien keer minder dan talent van eigen bodem. Het zou niet slecht zijn om te investeren in Belgisch talent en die strips ook internationaal te verkopen. Door Gunter Van Assche