In de 35 jaar dat Hou Hsiao-Hsien - HHH voor de vrienden - films maakt, is de eigenzinnige Taiwanees uitgegroeid tot een icoon van de wereldcinema. Niet alleen heeft hij een vrachtlading filmprijzen op drie continenten gewonnen, er is ook zijn oeuvre zelf, dat perfect voor zich kan spreken. HHH staat bekend voor zijn vormelijk minimalisme (lange, vaak statische takes) en elliptische verhaalstructuren, waarin de kijker aan het werk wordt gezet om lacunes in plot en karaktertekening zelf in te vullen. Dat heeft zinderende cinema opgeleverd, zoals A City of Sadness (1989), The Puppetmaster (1993) en ...

In de 35 jaar dat Hou Hsiao-Hsien - HHH voor de vrienden - films maakt, is de eigenzinnige Taiwanees uitgegroeid tot een icoon van de wereldcinema. Niet alleen heeft hij een vrachtlading filmprijzen op drie continenten gewonnen, er is ook zijn oeuvre zelf, dat perfect voor zich kan spreken. HHH staat bekend voor zijn vormelijk minimalisme (lange, vaak statische takes) en elliptische verhaalstructuren, waarin de kijker aan het werk wordt gezet om lacunes in plot en karaktertekening zelf in te vullen. Dat heeft zinderende cinema opgeleverd, zoals A City of Sadness (1989), The Puppetmaster (1993) en The Assassin, dat vanaf deze week in de zalen draait. Tot nu toe was het verrassend moeilijk om Hous vroegste films te pakken te krijgen. Cinematek brengt daar verandering in met een set van drie titels uit zijn beginperiode: zijn debuut Cute Girl (1980), The Green, Green Grass of Home (1982) en The Boys from Fengkuei (1983). Die uitgave is vooral interessant om HHH's ontwikkeling als regisseur te traceren: zijn evoluerende stijl en zijn groeiende vrijheid. Hoewel hij Cute Girl niet alleen regisseerde maar ook schreef, was het nog een door en door conventionele opdrachtfilm: een vederlichte, resoluut commerciële romantische komedie, bedoeld als vehikel voor de cantopopzanger Kenny Bee. Veel heeft de film niet te betekenen, maar wie hem nu bekijkt, kan toch al het nauwkeurige gevoel voor framing en de aandacht voor de details van het alledaagse zien dat zo kenmerkend is voor Hous latere werk. HHH werkte opnieuw samen met Kenny Bee voor The Green, Green Grass of Home, een pittoreske tragikomedie over een leraar die de grote stad verlaat om les te geven in een dorpsschooltje. Het verhaaltje is fragmentarisch en niet alle segmenten kunnen overtuigen, maar de film heeft wel een onschuldige, charmante sfeer en visueel staat HHH al een stuk steviger in zijn schoenen dan twee jaar voordien. De ommekeer kwam er met The Boys from Fengkuei, die de regisseur zelf beschouwt als zijn eerste 'echte' film. Het verhaal is in zekere zin het omgekeerde van dat van The Green, Green Grass of Home: drie jonge kerels verlaten het vissersdorp waar ze zijn geboren en trekken naar de grote stad, waar ze een pijnlijke coming of agedoormaken. Hou zocht zijn inspiratie bij het Italiaanse neorealisme - Fellini's I vitelloni (1953) is thematisch niet veraf en de jongens gaan zelfs kijken naar Visconti's Rocco e i suoi fratelli (1960). Daarmee werd The Boys from Fengkuei een van de eerste films van de Taiwanese nouvelle vague,een stroming die de sociale problemen en de bewogen recente geschiedenis van het land aankaartte in naturalistische drama's. Ook al zijn de films op zich nog niet te vergelijken met zijn latere meesterwerken, de dvd-box van Cinematek is essentiële kost voor iedere fan van HHH. En wie nog geen fan is, moet daar dringend eens werk van maken. CUTE GIRL / THE GREEN, GREEN GRASS OF HOME / THE BOYS FROM FENGKUEI *** Hou Hsiao-Hsien Taiwan, 1980-1982-1983 Cinematek / dvd DENNIS VAN DESSEL