In dit morsige maar intrigerende indiedrama gebaseerd op zijn eigen getroebleerde jeugd als kindsterretje trekt Shia LaBoeuf, die ook het scenario pende, het marcelleke en de bandana van zijn white thrash-pa aan. Je krijgt te zien hoe hij als gerateerde rodeoclown wanhopig van de drank tra...

In dit morsige maar intrigerende indiedrama gebaseerd op zijn eigen getroebleerde jeugd als kindsterretje trekt Shia LaBoeuf, die ook het scenario pende, het marcelleke en de bandana van zijn white thrash-pa aan. Je krijgt te zien hoe hij als gerateerde rodeoclown wanhopig van de drank tracht af te blijven, en zijn allang vergeelde droom om het tot Hollywoodacteur te schoppen dan maar projecteert op zijn zoontje Otis, die op het dwangmatige af wordt klaargestoomd voor een showbizzcarrière. LaBeouf groeide zelf op in trailerparken en op tv- en filmsets om het tot in de nok van Hollywood en Transformers te schoppen. Daarna zakte hij diep weg in drank en depressies, waarna hij slechts heel langzaam overeind krabbelde als indieacteur. Regisseuse Alma Har'el laat in dit openhartige en weinig flatteuze dubbelportret over een disfunctionele vader en zoon dan ook twee verhaallijnen door elkaar lopen. Je ziet hoe Otis als volwassen filmster (Lucas Hedges) in rehab belandt, maar het gros van de film toont in uitgesponnen flashbacks hoe hij als twaalfjarige knul (Noah Jupe) door zijn pa wordt gedrild en gemanipuleerd. Grote, bevlogen cinema, laat staan een soort Daddy Dearest levert dat niet op, wel een wrange, eerlijke, goed vertolkte inkijk in de groezelige marges van de Hollywoodfabriek en de Amerikaanse droom.