Some Like It Hot, Pink Flamingos, The Adventures of Priscilla, Queen of the Desert: dragqueens zijn er in de bioscoop al in alle maten en gewichten en met alle pluimen en pruiken geweest. Zelden waren ze afkomstig uit Fidel Castro's communistische Cuba, of wat daar, na dik zestig jaar revolutie, het (opheffen van het) Amerikaanse embargo en de doortocht van de Rolling Stones nog van overschiet.
...

Some Like It Hot, Pink Flamingos, The Adventures of Priscilla, Queen of the Desert: dragqueens zijn er in de bioscoop al in alle maten en gewichten en met alle pluimen en pruiken geweest. Zelden waren ze afkomstig uit Fidel Castro's communistische Cuba, of wat daar, na dik zestig jaar revolutie, het (opheffen van het) Amerikaanse embargo en de doortocht van de Rolling Stones nog van overschiet. Dat ze ginds niet alleen mojito's, Montecristo-sigaren, versleten Cadillacs en gratis gezondheidszorg hebben, maar, zoals blijkt uit Paddy Breathnachs Viva, ook venten die zich in vrouwenkleren hullen, zorgt alvast voor een deugddoend vleugje exotisme binnen het subgenre van de travestietenfilm. Alleen is het verhaal dat in deze met Iers geld geproduceerde melange van sociaalrealisme en feelgoodsentiment wordt verteld zo melig als de Latijns-Amerikaanse smartlappen die de personages vol overgave en met nog meer mascara ten tonele brengen. Dat verhaal speelt zich af in hartje Havana, waar het leven armoedig is en iedereen droomt van een enkele reis naar de VS. Behalve Jesús (Héctor Medina), een jonge kapper die bijklust als callboy en hoopt op een carrière als dragqueen in een lokaal cabaret. Zijn moeder is al enige tijd overleden en zijn pa ging er kort na zijn geboorte vandoor. Plots verschijnt zijn vader, een ex-bokskampioen die in de cel heeft gezeten en aan de drank is. De twee tegenpolen vliegen mekaar niet meteen in de armen, niet alleen omdat Jesús' machopa (Jorge Perugorría) niets van dat verwijfde gedoe van zijn zoon moet weten, maar ook omdat ze hun gemeenschappelijke verleden, of eerder het gebrek daaraan, niet zomaar kunnen vergeten. Net als de gemiddelde travestie-act blijkt Breathnach, zeker naar het einde toe, niet vies van een scheut soapsentiment en voor het grijsgewassen verhaal over een vader-zoonrelatie tegen wil en dank hoef je ook al niet je beste glitterjurk boven te halen. Toch gaat van Viva ontegensprekelijk charme en levendigheid uit - vooral met dank aan de twee geëngageerde hoofdrolspelers - en neemt de losse, vloeiende camerastijl je mee langs broeierige buurten en milieus van Havana die tot hiertoe, zeker in de officiële Cubaanse cinema, onderbelicht bleven. Hoewel je voortdurend voelt hoe je in een keurslijf van clichés wordt gesnoerd, en de goedkope glycerinetranen nooit veraf zijn, laat Viva zich alsnog drinken als een verfrissende mojito. Maar dan wel een die minder rietsuiker en meer rum had kunnen gebruiken. Salud! VIVA *** Paddy Breathnach met Héctor Medina, Jorge Perugorría DAVE MESTDACH