Film: **Extra's: *** (Miramax)
...

Film: **Extra's: *** (Miramax) Film. 'SUPERMAN KILLS HIMSELF!' kopten de kranten toen George Reeves, die in een immens populaire tv-serie de Man of Steel vertolkte, op 16 juni 1959 de hand sloeg aan zichzelf en daarmee de Amerikaanse jeugd van toen danig traumatiseerde. Het tieneridool joeg zich met een 9 mm Luger een kogel door de kop en werd in zijn bescheiden woonst in Benedict Canyon naakt aangetroffen op zijn bed. Van meet af aan rezen vraagtekens bij de officiële doodsoorzaak. Zijn verloofde, de New Yorkse societydame Lenore Lemmon, had nog even tevoren bezoekers gewaarschuwd dat Reeves zich van kant ging maken. Twee maanden voor zijn dood ging Reeves bij de officier van justitie van L.A. een klacht indienen omdat hij geplaagd werd door anonieme telefoontjes, volgens hem afkomstig van Mrs. Toni Mannix (in de film gespeeld door Diane Lane), de vrouw van Eddie Mannix (Bob Hoskins), vicepresident van de oppermachtige bioscoopketen Loew's Inc (de moedermaatschappij van MGM). Wat toch maar niet belette dat Mrs. Mannix met het leeu-wendeel van zijn nalatenschap aan de haal ging. De makers van Hollywoodland (onuitgegeven in de Belgische bioscoop) proberen het mysterie minder te ontrafelen dan nodeloos te compliceren: uiteindelijk geven ze drie mogelijke verklaringen voor Reeves' dood. Bijster overtuigend of meeslepend zijn deze hypotheses niet. Allen Coulter mag dan vele opmerkelijke episodes geregisseerd hebben van The Sopranos en Sex and the City, zijn bioscoopdebuut mikt inzake mise-en-scène niet veel hoger dan een verbeterde weekendfilm. En zijn reconstructie van mid-century Los Angeles is hooguit decoratief en atmosferisch. Maar vooral gaat er in het scenario van de debuterende Paul Bernhaum te veel aandacht naar de raamvertelling waarin een berooide detective (Adrien Brody) een onderzoek voert naar de raadselachtige omstandigheden waarin de ster van Adventures of Superman om het leven kwam, wat ten koste gaat van de flashbacks waarin diverse getuigen hun versie geven van de zaak. Wat Hollywoodland dan toch een beetje overeind houdt, is het melancholische portret dat Coulter schetst van een acteur met een beperkt talent, die in de plunje van Superman dan toch even zijn moment van glorie kent (tenminste voor een publiek van kleine kinderen), maar dermate met die rol vereenzelvigd wordt dat hij geen enkele andere job meer aangeboden krijgt. En de clevere typecasting van Ben Affleck, zelf een hardwerkende acteur die zich vergeefs uitslooft om serieus te worden genomen, maakt dit relaas van een kwetsbare acteur die professioneel in een doodlopend straatje is aanbeland en zichzelf gaat minachten, er alleen maar authentieker op. Extra's. Alan Coulter licht op de commentaartrack zijn intenties toe en zijn obsessie voor accurate historische details; er zijn drie korte maar gevatte docu's (over de research om de periode te vatten; over de echte zaak en hoe de fictieve speurder daarin verweven werd; over het oude Hollywoodsysteem dat toen op zijn laatste benen liep) en drie geschrapte scènes die zeker het verschil niet uitmaken. Patrick Duynslaegher