De kleine Astrid IJskoud woont in een kasteel boven op een wolkenkrabber, met alleen een butler en een kokkin. In haar wereld komt een muis je melktanden tegen een muntje ruilen, geen tandenfee. Maar de bijzonder pientere...

De kleine Astrid IJskoud woont in een kasteel boven op een wolkenkrabber, met alleen een butler en een kokkin. In haar wereld komt een muis je melktanden tegen een muntje ruilen, geen tandenfee. Maar de bijzonder pientere Astrid gelooft niet in het bestaan van de tandenmuis. Wanneer ze een melktand verliest, gaat ze op onderzoek uit. Het is een typisch begin van een kinderstrip, hoe sfeervol en dynamisch ook getekend, maar net zoals in Parmes eerdere reeks Koning Snotneus (op scenario van Lewis Trondheim) ontspoort het verhaal vervolgens compleet. Astrid vindt niet één muis, maar een massa ontsnapte laboratoriummuizen, die ook nog eens kunnen praten. De volstrekt ongeloofwaardige ontknoping - iets met een speciale tandpasta - ontkracht het verhaal niet, maar maakt er prettig gestoorde nonsens van. Parme vertrekt van een situatie die veel jonge lezers aantrekkelijk vinden om ze dan van de ene verrassing naar de andere te lokken. Geschift vakwerk, verzorgd en toch erg goedkoop uitgegeven.