Twee vragen houden de mensheid nu al enkele lichtjaren bezig. De eerste heeft iets te maken met kippen en eieren (of andersom) en de tweede luidt: wat is een cultfilm? De discussie daarover wordt niet enkel gevoerd aan cafétogen of op internetfora - op beide plekken eindigt die overigens doorgaans met scheldpartijen - maar ook in de aula's van 's werelds beste universiteiten. Van Harvard tot Princeton, elke hogere onderwijsinstelling met een beetje naam en zelfrespect heeft wel ergens in een vochtige kelder een onderzoeker zitten die zich over de cultfilmcanon buigt. Aan de universiteit van Brighton is dat professor Xavier Mendik, tevens directeur van The Cult Film Archive. Hij bedacht een formule voor cultfilmstatus: 'Buitensporige context x verlengde release + extatische fans = cultfilm.' Toegegeven, heeft niet bepaald dezelfde eeuwigheidswaarde als E = mc2, en een Nobelprijs zal Mendik er allicht niet voor krijgen, maar de formule verklaart wel een beetje waarom diep ondergrondse films als Nekromantik (1987) en Café Flesh (1982) vrolijk naast meer mainstreamfilms als The Sound of Music (1965) en Star Wars (1977) prijken in cultlijstjes allerhande.
...

Twee vragen houden de mensheid nu al enkele lichtjaren bezig. De eerste heeft iets te maken met kippen en eieren (of andersom) en de tweede luidt: wat is een cultfilm? De discussie daarover wordt niet enkel gevoerd aan cafétogen of op internetfora - op beide plekken eindigt die overigens doorgaans met scheldpartijen - maar ook in de aula's van 's werelds beste universiteiten. Van Harvard tot Princeton, elke hogere onderwijsinstelling met een beetje naam en zelfrespect heeft wel ergens in een vochtige kelder een onderzoeker zitten die zich over de cultfilmcanon buigt. Aan de universiteit van Brighton is dat professor Xavier Mendik, tevens directeur van The Cult Film Archive. Hij bedacht een formule voor cultfilmstatus: 'Buitensporige context x verlengde release + extatische fans = cultfilm.' Toegegeven, heeft niet bepaald dezelfde eeuwigheidswaarde als E = mc2, en een Nobelprijs zal Mendik er allicht niet voor krijgen, maar de formule verklaart wel een beetje waarom diep ondergrondse films als Nekromantik (1987) en Café Flesh (1982) vrolijk naast meer mainstreamfilms als The Sound of Music (1965) en Star Wars (1977) prijken in cultlijstjes allerhande. Maar hoort Ridley Scotts film over een regenachtige toekomst waarin agenten, de 'blade runners', op losgeslagen androïden jagen nu ook thuis in die lijstjes? Professor Dan Bentley-Baker van de Florida International University ging nog een stap verder dan Mendik en bedacht een cultfilmchecklist. Wij deden de test voor het moederschip onder de Philip K. Dick-verfilmingen, Blade Runner. De inhoud van een cultfilm valt buiten de heersende maatschappelijke normen. Daarom komen de meest vreemde soorten trash ook vaak in aanmerking. Maak je een film over necrofilie, acrotomofilie, agalmatofilie, eproctofilie of andere onuitspreekbare seksuele voorkeuren die eindigen op -filie, dan ga je rechtstreeks naar cultheiligheid. In Blade Runner valt het met de vreemde seksuele voorkeuren nogal mee. Hoofdfiguur Rick Deckard (Harrison Ford) wordt wel verliefd op een 'replicant' - een androïde die ontworpen is om vuile klusjes op te knappen, including you know what - maar dat heeft net meer met haar 'menselijkheid' dan met haar kunstmatigheid te maken. Geen idee wat het onuitspreekbare woord eindigend op -filie is dat een seksuele voorkeur voor androïden beschrijft, maar dat is in elk geval bepaald niet het belangrijkste thema in de film. Een tweede 'cult-ivator' is 'onderdrukking'. Een film die om welke reden dan ook (censuur, een juridisch dispuut...) niet getoond mag worden, zal veel makkelijker cultstatus bereiken. Zo werden in 1990 zo veel mogelijk kopieën van Todd Haynes' Superstar: The Karen Carpenter Story (1987) vernietigd vanwege een geschil over de muziekrechten. De film kreeg later, via bootlegs, wel een onofficieel tweede leven op YouTube. In deze categorie scoort Blade Runner het 'slechtst'. De film werd immers nooit 'onderdrukt' of gecensureerd. Dat er een originele bioscoopversie, een director's cut en nu dus een final cut bestaan, wijst er wel op dat de studiobonzen zich aanvankelijk iets te vrijelijk met het eindresultaat bemoeid hadden, maar dat is veeleer standaard-Hollywoodpraktijk dan censuur. De geijkte economische levenswandel van een cultfilm is: floppen bij de release, maar door de jaren heen uiteindelijk toch nog geld opbrengen. Lapdancemusical Showgirls (1995) is het typevoorbeeld daarvan. Paul Verhoevens softcore erotica raakte bij de bioscooprelease niet uit de kosten, maar werd jaren later dankzij videoverhuur en dvd-verkoop een van de winstgevendste films ooit. Blade Runner legde een gelijkaardig parcours af. De videohuurders die later het cultstatusexcuus zouden gebruiken om Elizabeth Berkleys stijve tepels in Showgirls te zien, maakten ook voor Scotts toekomstvisie de tegenvallende bioscoopopbrengsten goed. Scott kan bij elke heruitgave van zijn intussen als meesterwerk erkende dystopische neonoir wel beweren dat de laatste nieuwe cut zo dicht mogelijk bij zijn oorspronkelijke artistieke visie staat, en dat het hem enkel daarom te doen is, maar elke nieuwe release brengt natuurlijk ook gewoon weer keiharde dollars op. Een cultfilm die naam waardig moet met zijn inhoud sociale, morele en wettelijke normen overschrijden. Het tonen van subversief pervers geweld, pornografie, dood, verderf en de reeds vermelde vreemde seksuele voorkeuren zijn de redenen waarom de meeste cultfilmoverzichten voor zowat de helft uit horrorfilms bestaan. Zet de woorden 'cannibal' of 'creature' in je titel en het cultgehalte stijgt sneller dan je 'They're eating her! And then they're going to eat me too!' kunt roepen. De eerste testpublieken mogen Blade Runner destijds dan wel iets te aanschouwelijk gevonden hebben (omdat Rutger Hauer schedels plet met zijn blote handen en omdat hij de vingers van Harrison Ford net iets verder plooit dan diens botstructuur verdragen kan), maar vergeleken met standaardcultvertier als TheEvil Dead (1981) of Zombi 2 (1979) - waar al eens iemand door een boosaardig bos verkracht wordt, of een oogbol op een uit de kluiten gewassen houtsplinter geprikt wordt - is dat nauwelijks transgressief te noemen. Blade Runner stelt wel sociale, morele en wettelijke normen in vraag. De hele filosofische kern van de film draait om wat ons mens maakt. Om gevoelens en empathie en de vraag of androïden die ook kunnen hebben - de roman van Philip K. Dick waarop de film gebaseerd is, heet niet voor niets Do Androids Dream of Electric Sheep? (1968). En de vragen over genetische manipulatie zijn meer dan dertig jaar later relevanter dan ooit. Iet of wat cultfilm genereert een extreem toegewijde groep volgers. Blade Runner heeft er twee. Enerzijds zijn er de 'gewone' fans, die de zakken van Warner Brothers vullen door massaal de 5 Disc Ultimate Collector's Edition-boxsets te kopen. Ze zijn te herkennen aan de vervelende gewoonte u op café lastig te vallen met hun theorieën over het al dan niet 'replicant'-zijn van Rick Deckard. Anderzijds zijn er de academici die boeken volschrijven over de filosofische implicaties van een toekomst waarin androïden met een beperkte levensduur worden ingeschakeld als moderne slaven. Zij zijn te herkennen aan de vervelende gewoonte u op café lastig te vallen met hun theorieën over het al dan niet 'replicant'-zijn van Rick Deckard. Beide groepen zijn inmiddels zo groot geworden dat voor de cultpuristen Blade Runner al lang geen aanspraak meer kan maken op het cultetiket. Alles hangt maar af van hoe fanatiek de fans zijn. Star Wars en The Big Lebowski (1998) zijn ook niet bepaald kleine obscure werkjes, maar ze ontlenen hun cultpotentieel aan de gemeenschapsvorming van hun fans. Zo is er het 501st Legion, een internationaal vertakte organisatie van liefhebbers die zich amuseren met het maken en dragen van imperial stormtrooper-kostuums, en het jaarlijkse Lebowskifest, waar de volgelingen van The Dude samenkomen om een potje te bowlen. Nu heeft Blade Runner geen Runnies, Deckies of Bladies, zoals Star Trek Trekkies heeft, maar googel 'blade runner cosplay' of 'blade runner tattoo' en u zult begrijpen dat de hardcore fans van Blade Runner net dat ene stapje verder gaan dan 'prima filmpje hoor, die Blade dinges'. U kunt de cultisten overigens ook herkennen aan de lappen dialoog uit hun favoriete films die ze lukraak, en liefst luidkeels, debiteren. Geen cultus zonder quotes en hier speelt Blade Runner in eerste klasse. Het motto van de Tyrell Corporation, die in de film verantwoordelijk is voor de productie van de androïden, is 'more human than human'. Die leuze siert intussen koffietassen, T-shirts, petten en schopte het zelfs tot titel van een van Alex Agnews zaalshows! Uw vermoeden dat Agnew zich slechts als mens voordoet, is bij deze bevestigd. Maar de monoloog waar Blade Runner filmgeschiedenis mee schreef, is natuurlijk Rutger Hauers 'tears in rain'-speech. Als een stukje tekst van amper drie à vier regels een eigen Wikipedia-pagina heeft in negen verschillende talen, dan kunnen we voorzichtig stellen dat die monoloog cultureel erfgoed geworden is. Nog los van het feit dat de scène zonder zakdoek niet te bekijken is. Het is ook die 'tears in rain'-scène, met een bloedende Rutger Hauer en zijn witte duif in de gutsende regen, die op eenieders netvlies gebrand staat. Cultfilms moeten culticonen creëren en Blade Runner deed dat niet alleen met Hauers personage Roy Batty, maar ook met de acteur. Iedereen die Rutger Hauer nog castte na deze legendarische vertolking scoorde automatisch enkele cultpunten. Maar het meest invloedrijk was Blade Runner in zijn visuele stijl en tech-noirdesign. Neofuturistisch conceptontwikkelaar Syd Mead (die ook Aliens (1986) en Tron (1982) vormgaf) lanceerde eigenhandig het cyberpunkgenre met de donkere, regenachtige en retrofuturistische look die hij voor de film creëerde. U vindt Blade Runner hier en daar een beetje lijken op The Matrix (1999)? En op Minority Report (2002)? En ja, eigenlijk ook een beetje op Ghost in the Shell (1995), Twelve Monkeys (1995), The Fifth Element (1997) en zelfs Batman Begins (2005)? Dat komt omdat al die films niet gewoon de mosterd maar zowat hun hele sauzenassortiment bij Blade Runner hebben gehaald. Schrijver Philip K. Dick had het voorspeld: In 1981 schreef hij, nog voordat de film uitkwam, in een brief aan producent Jeff Walker dat de impact van de verfilming van zijn boek op het grote publiek en op de creatieve industrie overweldigend zou zijn. Hoezeer hij daarin gelijk zou krijgen, heeft de schrijver zelf niet meer mogen meemaken. Vier maanden na zijn historische brief overleed hij aan een beroerte. It's too bad he didn't live. But then again, who does?STERREN KOMEN, STERREN GAAN... Enfin, u kent het liedje. Blade Runner blijft bestaan en doet het zo slecht nog niet in de cultfilmchecklist. Laat ons daar als ultiem slotpleidooi enkel nog aan toevoegen dat Vangelis verantwoordelijk was voor de spacy soundtrack, die overigens een eigen cultleven ging leiden in de platenkast van onder andere Massive Attack. 'Nuff said. Hoog tijd om op café iemand lastig te gaan vallen met een paar theorieën over het al dan niet 'replicant'-zijn van Rick Deckard.BLADE RUNNER - THE FINAL CUT Vanaf 3/6 in de bioscoop.DOOR SAM DE WILDE