Op een strand filmen bleek sowieso een slecht idee. 'Zand is totaal onwerkbaar', zucht de 44-jarige Deen. 'Er zijn overal voetsporen die je voor elke nieuwe opname opnieuw moet zien uit te wissen. En door de wind kun je elkaar nauwelijks verstaan.' En dan waren er dus nog de landmijnen. De mijn die de crew zelf vond, was gelukkig onschadelijk. Wat niet gezegd kan worden van de exemplaren waar de personages van Zandvliets recentste film mee geconfronteerd worden. De regisseur, die al enkele jaren bewijst dat Dogma95-alumni als Thomas Vinterberg en Lars von Trier niet de enigen zijn met talent voor Deens drama, brengt - na zijn langspeeldebuut Applause (2009) en de biopic A Funny Man (2011) - met Land of Mine het verhaal van een groep piepjonge Duitse krijgsgevangenen die vlak na de Tweede Wereldoorlog gedwongen worden mijnen op te ruimen aan de Deense kust. Voor die levensgevaarlijke klus worden de tienersoldaten ondergebracht bij een haatdragende Deense sergeant, die de jongens niettemin belooft dat ze naar huis mogen wanneer ze...

Op een strand filmen bleek sowieso een slecht idee. 'Zand is totaal onwerkbaar', zucht de 44-jarige Deen. 'Er zijn overal voetsporen die je voor elke nieuwe opname opnieuw moet zien uit te wissen. En door de wind kun je elkaar nauwelijks verstaan.' En dan waren er dus nog de landmijnen. De mijn die de crew zelf vond, was gelukkig onschadelijk. Wat niet gezegd kan worden van de exemplaren waar de personages van Zandvliets recentste film mee geconfronteerd worden. De regisseur, die al enkele jaren bewijst dat Dogma95-alumni als Thomas Vinterberg en Lars von Trier niet de enigen zijn met talent voor Deens drama, brengt - na zijn langspeeldebuut Applause (2009) en de biopic A Funny Man (2011) - met Land of Mine het verhaal van een groep piepjonge Duitse krijgsgevangenen die vlak na de Tweede Wereldoorlog gedwongen worden mijnen op te ruimen aan de Deense kust. Voor die levensgevaarlijke klus worden de tienersoldaten ondergebracht bij een haatdragende Deense sergeant, die de jongens niettemin belooft dat ze naar huis mogen wanneer ze hun stukje strand helemaal mijnenvrij hebben gemaakt. De aanvankelijk hondsbrutale en agressieve militair leert gaandeweg dat zijn kleine nazi's ook maar gewoon misleide jongeren zijn die liever een potje voetbal dan een potje Mijnenveger spelen. MARTIN ZANDVLIET: Ja, maar die jongens zijn kinderen die moesten vechten in een oorlog van volwassenen. Zij werden compleet gehersenspoeld. Ik vraag me trouwens al lang af waarom we onszelf altijd zo graag als helden opvoeren, als de goeden. Terwijl we weten dat er ook veel andere verhalen bestaan. Dit is er één van. Door krijgsgevangen Duitse soldaten in te zetten om stranden te ontmijnen, overtrad de Deense regering de Conventie van Genève, waarin staat dat je krijgsgevangenen niet mag dwingen militair, gevaarlijk, ongezond of vernederend werk te doen. ZANDVLIET: Ja, op een bepaald moment heeft in een bar iemand die hoorde dat ze Duits waren achter hun rug de Hitlergroet gebracht. Dat is toch bizar? Waarom doen mensen dat nog, zoveel generaties later? Die oorlog blijft de Duitsers achtervolgen. Dat is natuurlijk niet de enige reden waarom ik een WO II-film wilde maken, maar het deed me wel nadenken over de situatie van mijn personages. Want als de haat zo veel jaren later nog aanwezig is, dan is het niet zo moeilijk je voor te stellen hoe het vlak na de oorlog was. ZANDVLIET: Mensen reageren instinctief met haat. Ook nu nog. De eerste reactie is altijd 'it's payback time', tijd voor wraak. We begrijpen en aanvaarden dat, maar we hoeven dat niet te doen. We kunnen ook proberen na te denken. Ik geloof echt dat we snel zouden inzien dat we allemaal dezelfde noden en gebreken hebben als we gewoon meer tijd met elkaar doorbrengen. Het is beangstigend dat de wereld geregeerd wordt door angst. Als de hele film ergens over gaat, dan is het net dat de oog-om-oogmentaliteit niet werkt. Dat niemand er wat aan heeft en dat ze alleen maar tot meer haat leidt. Dat is trouwens wat er vandaag in de wereld aan de hand is. ZANDVLIET: Ik heb vier jaar aan deze film geschreven en die zin stond er van in het begin in. Maar de vluchtelingencrisis is dan ook al iets langer bezig dan de meeste mensen denken. Weet je wat de belangrijkste link is tussen mijn film en de crisis? Land of Mine gaat over een paar donkere bladzijden uit onze geschiedenis en als we niet opletten met de manier waarop we nu met vluchtelingen omgaan, dan wordt dit het volgende zwarte hoofdstuk. Ik zou liever trots zijn op mijn land dan beschaamd vanwege de dingen die het doet. ZANDVLIET: Ik denk dat Denemarken, net als Nederland, België, Zweden of eender welk ander land, verdeeld is. Je hebt een regering die rechts is en een cultuursector die links is. Er zijn ook Denen die naar de grens trekken om mensen erover te helpen, hoor, maar de meningen zijn dus verdeeld. Het positieve daaraan is dat erover gepraat wordt. Dat we ons afvragen hoe we de crisis gaan oplossen. We mogen alleen niet vergeten om mensen goed te behandelen terwijl we naar die oplossing zoeken. Dat zou toch al een goed begin zijn, niet? Het probleem is dat mensen steeds handelen uit angst. Dat is jammer want de wereld is één plek waar we allemaal samen wonen. Ik ben tegelijkertijd bang voor en nieuwsgierig naar hoe die wereld er binnen twintig jaar uit zal zien. ZANDVLIET: Ik denk het wel. Een filmmaker moet belangrijke onderwerpen kiezen maar hij moet de toeschouwers ook het gevoel geven dat ze niet weer eens twee uur en 10 euro verspild hebben. Ik kijk graag naar films waar ik daadwerkelijk iets uit leer over mezelf en over de mens. Die moraal hoeft er niet met alle geweld in geklopt te worden, maar naast entertainen mag een film ook gerust iets vertellen over de maatschappij waar we in leven. Ik denk niet per se dat mijn film specifiek iets zal veranderen. Maar tien films zoals deze, of honderd, kunnen dat misschien wel. De wereld van de kunsten - film, muziek, literatuur... - is de enige plek waar ik me nooit bedrogen voel. LAND OF MINE Vanaf 23/3 in de bioscoop. DOOR SAM DE WILDE'IK VRAAG ME AL LANG AF WAAROM WE ONSZELF ZO GRAAG ALS HELDEN OPVOEREN, ALS DE GOEDEN. TERWIJL WE WETEN DAT ER VEEL ANDERE VERHALEN BESTAAN. DIT IS ER ÉÉN VAN.'