Geen enkele auteur nestelde zich afgelopen jaar zo diep in de Vlaamse lezersharten als de Noor Karl OveKnausgård. Zijn genadeloos en lijvig zelfportret verleende hem in Scandinavië al een ware rocksterstatus, maar nu is ook Vlaanderen overstag gegaan. Of hoe een hyperindividueel boek universeel bewondering uitlokt.
...

Geen enkele auteur nestelde zich afgelopen jaar zo diep in de Vlaamse lezersharten als de Noor Karl OveKnausgård. Zijn genadeloos en lijvig zelfportret verleende hem in Scandinavië al een ware rocksterstatus, maar nu is ook Vlaanderen overstag gegaan. Of hoe een hyperindividueel boek universeel bewondering uitlokt. Ook de opmars van het korte verhaal was opmerkelijk, en dat was in onze contreien vooral te danken aan Annelies Verbeke, die samen met Sanneke van Hassel een indrukwekkende bundel wereldliteratuur verzamelde en zo het genre van zijn stiefmoeder bevrijdde, daarbij trans-Atlantisch een bijltje toegestoken door Lydia Davis, jonge geweldenaar Adam Levin en bovenal oude rot Don DeLillo. Wil je van 2012 maar één literaire hoogtepunt naproeven, savoureer dan DeLillo's korte verhalen, en begin bij Middernacht in Dostojevski. Hoogdagen ook voor de erfgenamen van het postmodernisme: Peter Terrin vermomde zichzelf briljant in verschillende laagjes schrijverschap en ook Italiaan Baricco toonde hoe het toeven is in een auteursbrein. Dat Cees Nooteboom zich uit als fan van Zambra mag niet verbazen: de Chileen zweemt op wonderlijke wijze tussen melancholie en de rauwe restanten van een postdictatoriaal landschap. En ondanks alle doem- en pensioeneringsberichten is de Great American Novel nog steeds springlevend: Wolfe stuntte nog eens en Chad Harbach debuteerde indrukwekkend met een roman over, jawel, honkbal. Andere Amerikaanse titanen die net buiten het lijstje vielen: Richard Ford, die met Canada een grimmig coming-of-age-verhaal afleverde, en John Irving, die de puriteinen een klinkende klets op de billen verkocht met zijn seksuele zedenkomedie In een mens. Stonden nog te drummen aan de nauwe poorten van de heilige tien: Hilary Mantel - won voor de tweede keer de Booker, voor Het boek Henry - en Geert Mak, die opnieuw bewees dat geschiedenis een hip vak blijft; zijn Reizen zonder John staat je toe Amerika te verkennen zonder green card. Een bijzondere vermelding ook voor existentiële dwaalgeest Teju Cole. Zijn debuut Open Stad bracht de lezer naar verschillende wereldsteden, waaronder het racistische Brussel, en Cole verblufte vooral door de roman te verlossen van de plotdwang. Mogen we Frank Deboosere-gewijs al eens reikhalzend uitkijken naar het literaire 2013? Zitten er aan te komen: een nieuwe roman van Europa's meest relevante schrijfster Juli Zeh, en ook David Pefko, winnaar van de Gouden Boekenuil, brengt nieuw werk uit. Maar vooral de vertaling van The Pale King van David Foster Wallace levert ons nu al een nekverrekking op. En dan moeten we de indigestie van Vijftig tinten grijs nog verwerken. RODERIK SIX