Staan na Girls in Hawaii en Ghinzu klaar om de taalgrens over te steken: de Luikenaars van My Little Cheap Dictaphone. Met hun derde album, de heuse popopera The Tragic Tale of a Genius, hebben ze alvast de meest ambitieuze Belgische plaat van het jaar gemaakt, vanaf volgende maand koppelen ze er live een al even ambitieus totaalspektakel aan vast. Wij gingen langs bij frontman RedBoy - Michael Larivière voor de burgerlijke stand - en duwden hem een analoge Olympus S701 onder de neus - een kleine, goedkope dictafoon. Há!
...

Staan na Girls in Hawaii en Ghinzu klaar om de taalgrens over te steken: de Luikenaars van My Little Cheap Dictaphone. Met hun derde album, de heuse popopera The Tragic Tale of a Genius, hebben ze alvast de meest ambitieuze Belgische plaat van het jaar gemaakt, vanaf volgende maand koppelen ze er live een al even ambitieus totaalspektakel aan vast. Wij gingen langs bij frontman RedBoy - Michael Larivière voor de burgerlijke stand - en duwden hem een analoge Olympus S701 onder de neus - een kleine, goedkope dictafoon. Há! RedBoy: Los van het feit dat hij een muzikaal genie is, is hij ook een ronduit fascinerende figuur. Wilson heeft de hoogste hoogtes meegemaakt, maar ook de diepste dalen. Op zijn achttiende had hij miljoenen verdiend en de wereld lag aan zijn voeten. Maar in de jaren 80 heeft hij evengoed drie jaar in bed geleefd met vijftig kilo overgewicht en een serieuze cokeverslaving. Die op- en neergang is zowat de structuur van de plaat. The Tragic Tale of a Genius zou trouwens ook over andere artiesten kunnen gaan. Ik heb altijd graag biografieën gelezen van muzikanten, en het viel me op dat je uiteindelijk elke keer hetzelfde verhaal kreeg. Johnny Cash, Tom Waits, Michael Jackson: allemaal hebben ze een moeilijke, eenzame jeugd gehad. Elk van hen heeft een artistiek talent ontwikkeld, en telkens schemerden hun psychologische problemen - waanzin, paranoia, noem maar op - door in hun latere carrière. Steeds zie je diezelfde evolutie. Met deze plaat wilde ik in hun hoofd duiken. Wat ging er in hen om als kind? Wat dachten ze toen ze hun eerste succes hadden? Waarom verdween hun creativiteit? Wat voelden ze toen ze er onderdoor gingen? RedBoy: Het was zelfs langer - we hebben er uiteindelijk drie jaar bijna non-stop aan gewerkt. Ik stond ermee op en ik ging ermee slapen. Ik was er altijd mee bezig, op het obsessieve af. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik denk dat ik een stuk of drie burn -outs heb gehad. Dan hield ik me een paar weken met iets anders bezig tot ik weer fris was. Dat het zo lang geduurd heeft, had ook veel met het mixen te maken. Voor sommige nummers hadden we meer dan 220 sporen muziek. Piano, orgel, allerhande percussie, bruitages, een heel symfonisch orkest: ik kan je verzekeren, het is een logistieke nachtmerrie om dat allemaal te mixen. We hadden zelfs twee studio's tegelijk nodig om alles in de juiste banen te leiden. RedBoy: (Lacht) Met het verschil dat onze plaat wél van de eerste keer is afgewerkt. Ach, het is allemaal een beetje uit de hand gelopen. We wilden iets meer doen dan drum, bas en gitaar, en plots zaten we met een heel symfonisch orkest in de studio. We wilden live wat decor op het podium, en voor we het goed en wel door hadden zaten we met een scenograaf en een regisseur aan tafel om een compleet totaalspektakel én een uur cinema uit te werken. Ik ben naar Noorwegen getrokken om met een schrijfster de teksten te schrijven, ik heb met een Amerikaan gewerkt om mijn uitspraak juist te krijgen, we hebben zelfs een speciale Elvismicro laten bouwen. Het project bleef maar groeien. RedBoy: (Lacht) Zo ver is het bij ons niet gekomen. Het strafste wat ik kan bedenken, is dat ene weekend in de Ardennen, toen we twee nachten op rij gejamd hebben terwijl we films bekeken. Veel Hitchcock, Lost Highway, Blue Velvet, Breaking The Waves van Lars Von Trier, La Belle et la Bête van Cocteau, dat soort dingen. Uiteindelijk zijn uit die sessies vijf songs van de plaat voortgekomen. Inthe middle of nowhere jammen op David Lynch: ik kan het iedere muzikant aanraden. RedBoy: Ik houd van de sound van groepen als MGMT, Arcade Fire en Beirut. Muziek die meer is dan alleen maar drums, bas en gitaar. In de pianonummers zal wel wat Nick Cave zitten, vermoed ik, en de percussie heeft wel iets van de geknutselde klanken van Tom Waits. En verder is Bernard Herrmann, de vaste filmcomponist van Alfred Hitchcock, een grote invloed geweest - ik ben wild van Vertigo. Aangezien geen van ons een noot muziek kan lezen, laat staan schrijven, hebben we daarvoor een geschikte arrangeur gezocht. Uiteindelijk zijn we in zee gegaan met een gast van 26, Gimmi Pace, een Luikenaar. Hij heeft echt fantastisch werk geleverd in de orkestratie: denk de drum en gitaren weg, en je waant je in een Hitchcockfilm. Dat is nog zo'n aardig neveneffect van dit project: we zijn voor de uitwerking van het geheel op ongelooflijke talenten gebotst. Om maar iets te zeggen; het meisje dat de basis heeft gelegd voor de animatiebeelden die we tijdens de liveshow gebruiken, Félicie Haymoz, heeft ondertussen meegewerkt aan films als Max & Co en Fantastic Mr. Fox. RedBoy: Ik ben ondertussen een dikke tien jaar bezig, en heb mijn portie rock-'n-rollclichés wel gehad - vrouwen, drugs én alcohol. Met alle gevolgen vandien: ik heb me ooit een jaar lang in mijn flat opgesloten. Nu heb ik van kindsbeen af altijd wel een lichte neiging tot depressie gehad, maar zo erg was het nooit eerder geweest. En het hoeft zich ook nooit meer te herhalen. Ik pas wel op! The Tragic Tale of a Genius Nu uit bij Pias.'Jammen op David Lynch: ik kan het iedere muzikant aanraden.'