Eerlijk gezegd begrijp ik weinig van de bankcrisis. Ik kan nauwelijks het verschil uitleggen tussen een aandeel en een obligatie, laat staan dat ik over enig inzicht beschik in de wereld van de hefboomfondsen, futures of subprime-hypotheekleningen. Ik mag er dus niet aan denken dat ik op een mooie dag naar het bankkantoor zou gaan om een paar overschrijvingen te regelen en bij het buitenkomen plotseling geconfronteerd wordt met een journalist en een cameraploeg die willen weten wat ik eigenlijk van dat gedoe met die banken vind. ...

Eerlijk gezegd begrijp ik weinig van de bankcrisis. Ik kan nauwelijks het verschil uitleggen tussen een aandeel en een obligatie, laat staan dat ik over enig inzicht beschik in de wereld van de hefboomfondsen, futures of subprime-hypotheekleningen. Ik mag er dus niet aan denken dat ik op een mooie dag naar het bankkantoor zou gaan om een paar overschrijvingen te regelen en bij het buitenkomen plotseling geconfronteerd wordt met een journalist en een cameraploeg die willen weten wat ik eigenlijk van dat gedoe met die banken vind. Maar dat was wat enkele nietsvermoedende mensen vorige week overkwam toen de storm rond Fortis en Dexia op zijn hoogtepunt was. Voor het zevenuurjournaal had de VRT een reporter op pad gestuurd om in Gent de wacht te houden bij de uitgang van het plaatselijke Fortis-kantoor, de klanten een microfoon onder de neus te houden en hen te vragen of ze denken dat hun spaarcentjes nog wel veilig zijn. In tijden van crisis laten de tv-journaals namelijk graag de mening van de man op de straat horen, ook al is het probleem zo complex dat zelfs de kenners er nauwelijks uit raken. Dat die reacties meestal nauwelijks iets toevoegen aan het debat, maakt dan weinig uit, omdat ze op zijn minst toch tonen hoe het zit met het 'buikgevoel' in Vlaanderen. Bovendien is het wel leuk om eerst enkele experts aan het woord te laten die zeggen dat we ons nergens zorgen over hoeven te maken, en dan te laten zien dat de gewone Vlaming daar anders over denkt. En als vijf mensen aan de deur van een bankkantoor zeggen dat ze zich ongerust maken, dan is dat toch voldoende om te spreken van een 'sfeer van paniek' in het land? Hilde Van den Bulck, professor in de mediacultuur aan de Antwerpse universiteit, sprak enkele weken geleden in Koppen in een reportage over de oorlog tussen Wendy Van Wanten en Dag Allemaal over 'het buren-fenomeen'. Waarmee ze bedoelde dat er steeds vaker bronnen worden opgevoerd die niet echt iets te vertellen hebben over het onderwerp, maar die veeleer per toeval in beeld komen. Zoals de buren van Wendy Van Wanten, die alleen maar naar hun mening worden gevraagd omdat ze een paar huizen van de geviseerde wonen. Het grappigste was echter dat Koppen in de volgende reportage naar Polen trok op zoek naar de roots van Adam G., de jongeman die op dat moment terechtstond in de zaak Joe Van Holsbeeck. En wie waren de eerste mensen die dan aan het woord kwamen? De buren van de familie G., die enkele minuten lang mochten vertellen dat ze eigenlijk nauwelijks contact hadden gehad met het gezin en dus weinig te vertellen hadden. Ik ken misschien niet het verschil tussen een aandeel en een obligatie, maar bij Koppen zouden ze toch dringend nog eens de definitie van het woord 'ironie' moeten opzoeken. Door Stefaan Werbrouck