Roots

Benicio Monserrate Rafael Del Toro Sanchez werd op 19 februari 1967 geboren in Puerto Rico als zoon van de advocaten Gustavo en Fausta Sanchez Del Toro. Toen hij negen was, overleed zijn moeder en vier jaar later verhuisde het gezin naar Pennsylvania, waar ' skinny Benny' - zoals hij spottend werd genoemd - een passie ontwikkelde voor basketbal én voor acteren. Geen wonder dat Benicio zijn studies aan de universiteit van Californië nooit zou afmaken en liever in LA stiekem acteerles volgde bij de legendarische Stella Adler, tot ongenoegen van zijn vader.
...

Benicio Monserrate Rafael Del Toro Sanchez werd op 19 februari 1967 geboren in Puerto Rico als zoon van de advocaten Gustavo en Fausta Sanchez Del Toro. Toen hij negen was, overleed zijn moeder en vier jaar later verhuisde het gezin naar Pennsylvania, waar ' skinny Benny' - zoals hij spottend werd genoemd - een passie ontwikkelde voor basketbal én voor acteren. Geen wonder dat Benicio zijn studies aan de universiteit van Californië nooit zou afmaken en liever in LA stiekem acteerles volgde bij de legendarische Stella Adler, tot ongenoegen van zijn vader. Met zijn machokop, slaperige ogen en latinolook wordt Del Toro aanvankelijk vooral voor bijrolletjes als dealer, junk of gangster gevraagd, zoals in Miami Vice (1987), Drug Wars (1990) én zowaar in de James Bondfilm Licence to Kill (1989) als de jongste Bondschurk ooit. Meer vlezige rollen in The Indian Runner (1991), Christopher Columbus (1992) en Fearless (1993) volgen, al komt de doorbraak er pas écht met The Usual Suspects (1994) waarin hij het onvergetelijke personage Fred Fenster neerzet, de vuilbekkende en kettingrokende gelkop van het criminele gezelschap. Del Toro kiest liever voor minder commerciële films als de kunstenaarsbiopic Basquiat (1996), waarin hij de buddy van de jong gestorven schilder speelt. Verder is hij te zien in Fear and Loathing in Las Vegas (1998) als Hunter S. Thompsons benevelde advocaat Dr. Gonzo. En: in Steven Soderberghs Traffic (2000), een mozaïekvertelling over de drugshandel in en naar de VS, met Del Toro in de Oscarwinnende rol van Mexicaanse flik. Een tweede nominatie volgt drie jaar later met het noodlotsdrama 21 Grams (2003) van Alejandro González Iñárritu. Zijn laatste wapenfeit voor Che: een aardig bijrolletje als Jackie Boy in de donkere stripverfilming Sin City (2005). De jongste jaren duikt Del Toro vaak op in de lijstjes van meest begeerde vrijgezellen, al deden fraaie actrices als Chiara Mastroianni, Valeria Golino, Claire Forlani, Heather Graham en Alicia Silverstone nog zo hun best om Benny van straat te helpen. Een veelbesproken stoeipartij in de lift met Scarlett Johansson wordt door Del Toro steevast ontkend. 'Che was een bizarre combinatie van een intellectueel en een actieheld, alsof Gregory Peck en Steve McQueen tot één persoon waren versmolten.' Zo omschreef Del Toro de controversiële protagonist van de biopic waar hij - als coproducent en hoofdrolspeler - dik acht jaar aan werkte. 'Oorspronkelijk wist ik weinig over hem, de sixties of Latijns-Amerika, waar toch mijn roots liggen. Hoe meer ik over hem las, hoe duidelijker het werd dat hij geen bloeddorstige cowboy was, maar een gedreven idealist die met zijn ideeën over gelijkheid, solidariteit en verandering nog altijd erg relevant is voor de wereld van vandaag. Ik geef toe dat hij geweld gebruikte en voor de doodstraf was, maar ik heb getracht een genuanceerd en feitelijk beeld van hem te schetsen, los van wat ik zelf van hem vind.' In de States kreeg Del Toro alvast flink veel kritiek voor zijn verdediging van Guevara en werd hij vanuit rechtse hoek zelfs een 'persoonlijke handlanger van Castro' genoemd.