Pedro Almaodóvar, met Javier Camara, Dario Grandinetti, Rosario Flores, Leonor Watling, Geraldine Chaplin
...

Pedro Almaodóvar, met Javier Camara, Dario Grandinetti, Rosario Flores, Leonor Watling, Geraldine Chaplin 'Het brein van een vrouw is een mysterie', zegt Benigno, een verpleger die een obsessie koestert voor de comateuze Alicia. Terwijl hij haar handen verzorgt, vertelt hij haar alles wat hij heeft gezien en beleefd, in de stille hoop dat zijn devotie haar doet herrijzen. Hij moedigt Javier aan hetzelfde te doen, een eenzame Argentijnse reporter die met de gekwelde stierenvechtster Lydia een korte liefde kent, vooraleer een ongeluk ook haar tot een coma en hem tot stilte doemt. Liefde en noodlot brengen de twee mannen samen; noodlottige liefde zal hen uiteindelijk weer scheiden. De plot van Almodóvars nieuwste po-mo-melodrama lijkt opnieuw uit een soap over seksuele deviatie gelicht, maar vergeleken met Todo sobre mi madre is de toon beduidend triester. Was Hable een musical geweest, zo vertelt de Spaanse Douglas Sirk, dan had Antonio Carlos Jobim de muziek geleverd. Het Latijns treurdicht danst nu op melodieën van huiscomponist Alberto Iglesias over heden en verleden, hoop en wanhoop, strak gekadreerd door Javier Aguiresarobe. Terwijl Todo sobre mi madre het nog had over vrouwen en acteren als levenskunst, staan in Almodóvars nieuwe fotoroman mannen centraal, met hun zucht naar ideale liefde en hun vermogen of onvermogen tot praten. De film is een reflectie over menselijke communicatie en de kracht van woorden, maar toch ook een hypergestileerde oefening in the imitation of life. Todo eindigde met opgetrokken toneeldoek en een verduisterde scène, Hable begint met hetzelfde doek dat opgaat. Zonder de traanblije camp van vorige werken wint de melo weliswaar aan dramatische impact, maar gaat hij ook lijden aan serieuze 'artistiekerigheid.' Twee voorstellingen van dansgodin Pina Bausch die het verhaal inlijsten, het is al te pronkziek. Anderzijds biedt Benigno's hervertellen van een fictieve, stille film - De krimpende minnaar - een van de leukste zeven minuten uit de recente Spaanse cinema. En Almodóvars regie is naar gewoonte foutloos, dankbaar gebruik makend van een meer dan innemende, nieuwe acteursfamilie: Camara, Flores, Grandinetti, Watling. De laatste, ster uit Bigas Luna's Son De Mar, heeft amper een woord tekst, maar haar dauwfrisse verschijning contrasteert met de monumentale Geraldine Chaplin, wier optreden tot slechts een hommage beperkt blijft. Als contrapunt voor Todo is Hable een wonderlijke film en opnieuw een getuigenis van Almodóvars unieke, perfectionistische stijl. Het lijkt echter ook een punt waarop geen terugkeren mogelijk is. Met Hable heeft de flamboyante meester voorlopig wellicht alles gezegd over gerecycleerde melokunst. Jo Smets