In een straat waar ik wel eens verblijf wanneer ik in België ben, staat een klein flatgebouw met drie verdiepingen. Op de bovenste woont iemand die vermoedelijk nooit helemaal herstelde van een traumatische ervaring en nu met te veel angsten te kampen heeft om de stilte van eenzaamheid te kunnen verdragen. Heel de dag lang speelt er relatief luide classic rock en wanneer het donker wordt, zie je door de gordijnen dat het licht brandt en dat tv-beelden tegen de muren en het plafond flikkeren. Heel de nacht, elke nacht.
...

In een straat waar ik wel eens verblijf wanneer ik in België ben, staat een klein flatgebouw met drie verdiepingen. Op de bovenste woont iemand die vermoedelijk nooit helemaal herstelde van een traumatische ervaring en nu met te veel angsten te kampen heeft om de stilte van eenzaamheid te kunnen verdragen. Heel de dag lang speelt er relatief luide classic rock en wanneer het donker wordt, zie je door de gordijnen dat het licht brandt en dat tv-beelden tegen de muren en het plafond flikkeren. Heel de nacht, elke nacht. Bijna tien jaar geleden woonde ik in een kleine studio aan de Bondgenotenlaan en daar deelde ik het tweede met iemand die het leven enkel aankon als het verstopt zat achter heel wat - heel wat - alcohol en decibels. Ooit bezocht ik zijn flat om zijn nieuwe bank of salontafel te bewonderen. Ik dronk er een glas en als dankbaarheid stond er de volgende ochtend een houten kastje voor mijn deur. Soms zie ik hem nog wel eens door de straten van Leuven dwalen en telkens verbaas ik me erover dat hij nog leeft. Ook weet ik dan nooit of dat goed of slecht nieuws is. We zouden kunnen zeggen: we hebben de kennis of de middelen niet om zulke mensen te helpen, maar natuurlijk hebben we die wel. Helaas zijn menselijke warmte en luisterende oren moeilijk in een begroting op te nemen of met een kleine maandelijkse donatie uit te besteden. Toen ik van mijn dolende buurman dat kastje cadeau kreeg, raakte me dat erg. Enige tijd en een zoveelste verhuizing later gooide ik het bij mijn pa in de kelder, vanwaar het waarschijnlijk ooit in een container is beland. Leren loslaten is goed, naar het schijnt. Tijdens de vakantiemaanden reisde ik door Europa en zag ik de nationaliteiten naast elkaar bewegen. De Belgen moeten het minst onder de indruk zijnde volk ter wereld zijn. Dat zie je aan hun blikken en hoor je in hun gesprekken. Een doorsnee-Hollander is misschien luider in de omgang, hij gelooft wel dat het paradijs op aarde begint ter hoogte van Antwerpen. Niet zo voor de Belg. Zet een Belg op een heuvel aan de Cinque Terre en hij vindt dat het toch wel erg waait. Alsof toegeven aan genot verliezen is. Onze gezellige kleinheid is een arrogante kleingeestigheid geworden, en dat op grotere schaal dan ik vermoedde. Vermoed ik. Op het eind van de reis belandde ik in Leuven en daar trok ik nog eens een krant open en liep ik door de tv-kanalen en de nieuwssites. De dosis debiliteit die een Vlaming op zich af krijgt, is werkelijk niet te overzien. Zoals in een dorp dat elke dag helemaal behekst wordt door iets wat de bakker of de bastaarddochter van de pastoor gezegd zou hebben. Een reactie kan zijn om daarmee te lachen en gewoon verder te doen, omdat een mens niet minder onderhevig is aan inertie dan een kei. Niet te veel nadenken en gewoon doen, een tactiek die, zo bewijst onze geschiedenis, al heel veel goeds heeft gebracht. De echte reden waarom we niet eens gaan aanbellen bij de voorbij hun breekpunt levende sukkelaars verderop in de gang of de straat, is omdat de confrontatie te groot is. De verstopte zot achter de deur, c'est nous. P.B. GRONDAZET EEN BELG OP EEN HEUVEL AAN DE CINQUE TERRE EN HIJ VINDT DAT HET TOCH WEL ERG WAAIT. ALSOF TOEGEVEN AAN GENOT VERLIEZEN IS.