'Ik zou dat nooit kunnen', zeggen mensen vaak als ze horen dat ik boeken schrijf. Dat zijn dan meestal tandartsen, moeders van drie kinderen of elektriciens. Met andere woorden: mensen die elke dag dingen doen die ik écht niet zou kunnen. Want 'ik zou dat niet kunnen' is natuurlijk een eufemisme voor 'dat is toch geen echte job, onnozele zot', 'nee, ik kan je geen geld lenen, als je dat ging vragen' of 'nog zo een die op kosten van de belastingbetaler wat op café gaat zitten tijdens de kantooruren'. Maar laten we ervan uitgaan dat er effectief mensen bestaan die graag een boek zouden schrijven maar denken daar niet toe in staat te zijn...

'Ik zou dat nooit kunnen', zeggen mensen vaak als ze horen dat ik boeken schrijf. Dat zijn dan meestal tandartsen, moeders van drie kinderen of elektriciens. Met andere woorden: mensen die elke dag dingen doen die ik écht niet zou kunnen. Want 'ik zou dat niet kunnen' is natuurlijk een eufemisme voor 'dat is toch geen echte job, onnozele zot', 'nee, ik kan je geen geld lenen, als je dat ging vragen' of 'nog zo een die op kosten van de belastingbetaler wat op café gaat zitten tijdens de kantooruren'. Maar laten we ervan uitgaan dat er effectief mensen bestaan die graag een boek zouden schrijven maar denken daar niet toe in staat te zijn. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen minstens één boek in zich heeft. Pas op, ik zeg niet dat iedereen een goed boek in zich heeft. Maar ook dan weer: wie ben ik of gelijk wie anders om daarover te oordelen? Er zal altijd iemand zijn die het goed vindt, al is het de moeder of de twee beste vrienden van de schrijver. Who cares? Mijn moeder en mijn twee beste vrienden vinden mijn boeken ook goed. Denk ik. En bewijs dan nog maar eens dat het dat niet is. Iedereen kent minstens één heel erg rijk en gedetailleerd verhaal vol dood, drama en liefde, namelijk zijn of haar eigen leven. En sinds kort kan iedereen op eenvoudige manier ook een boek publiceren via een website waar je maar je manuscript hebt in te voeren om het even later als e-book te kunnen aanbieden. Ik vind dat een heel goede evolutie. Elke kunsttak heeft een ondergronds of onafhankelijk circuit, naast wat dan als een professionele industrie wordt aanzien. Het is niet omdat je niet bij een groot of een hip platenlabel zit, dat je niet het recht hebt om thuis wat nummertjes op te nemen met vrienden en die via de beschikbare kanalen met een deeltje van de wereld te delen. Of kijk naar dans. Wie al eens op een trouwfeest is geweest, of na negen uur in café De Zatte Duif in gelijk welke postcode in Vlaanderen, die zal weten dat niet iedereen die graag en vol overgave danst ooit bij het Ballet Van Vlaanderen heeft gezeten. Toen ik als jonge redacteur voor het boekenprogramma Alles uit de kast werkte, kwamen er elke dag een hoop mensen naar de studio met eigen boekjes, schriftjes, verhalen of noem maar op. Dat was dan al een selectie van de mensen die de redactie contacteerden. Zaten daar onontdekte literaire meesterwerken bij? Ja, toch een zestal. Nee, geen enkel. Maar dat doet er niet toe. Het belangrijke is dat er meer mensen hun avonden en zondagen vullen met ergens aan hun boek te werken. En dat hebben we nodig, een normalisering van het al te elitaire sfeertje dat rond schrijven hangt. Want laten we eerlijk zijn: iedereen leert schrijven als kind, er zijn er maar een paar waanzinnig genoeg om later te gaan beweren dat het ook echt een beroep is. Schrijven slokt je helemaal op, het is eenzaam en intens. Kortom, perfect voor mensen die een excuus nodig hebben om gerust te worden gelaten en hun hart in heel hun lijf willen voelen bonzen zonder daarvoor aan een rekker van een brug te moeten springen. Ik verwacht veel van jullie. P.B. GRONDAIedereen leert schrijven als kind, er zijn er maar een paar waanzinnig genoeg om later te gaan beweren dat het ook echt een beroep is.