Omdat we zogezegd studenten waren en afgezien van heel traag met een geleende fiets rijden en hesp of Huggies gaan kopen in de ALDI niets wezenlijks te doen hadden, kwamen een vriend, een vriendin en ik rond de recentste eeuwwisseling weleens samen om 's avonds in een lage doch gezellige IKEA-zetel naar de realityserie Het leven zoals het is te kijken.
...

Omdat we zogezegd studenten waren en afgezien van heel traag met een geleende fiets rijden en hesp of Huggies gaan kopen in de ALDI niets wezenlijks te doen hadden, kwamen een vriend, een vriendin en ik rond de recentste eeuwwisseling weleens samen om 's avonds in een lage doch gezellige IKEA-zetel naar de realityserie Het leven zoals het is te kijken. We keken de ene aflevering na de andere en dat was plezant. Zeker met de reeks over de Antwerpse politie ('Niemand zieda gère!') en het seizoen over de luchthaven in Zaventem dat toen toevallig ook over het faillissement van Sabena ging. Je had ook nog iets over het leven op een camping en dan iets over het OCMW, maar daar keken we niet naar, omdat dat toch wat te plat was, of alleszins leek. Een camera op een groep mensen richten die bijna per definitie zwakker in het leven staan... tja, je moet al heel erg goed zijn om dat op een manier te doen dat het geen mensencircus wordt. Wat zeker niet wil zeggen dat het onmogelijk is. We zijn nu dik tien jaar later en wat is er gebeurd? Ten eerste is het genre 'reality' sinds de avonden in de IKEA-zetel compleet ontploft. Het was het genre dat zijn eigen medium opslokte, en nu is alles een beetje reality, zelfs veel fictie. Reality heeft tv misschien minder afstandelijk gemaakt, op zich al een verdienste. Wat vroeger nogal nuffig 'reality' werd genoemd, is nu afgesplitst als een lage vorm van die reality en heet 'uitlachtelevisie'. Als je op het Ned Flanders-achtige af optimistisch bent, dan zeg je: best eerlijk, die naam. Als je daarentegen een normale mens bent, zie je dat we allemaal volledig zot zijn geworden. Mensen op een eiland, in een huis, in een eetkamer, op een podium of in Griekenland droppen en er met vele uren beeldmateriaal een al dan niet plezant verhaal van monteren. Tja. Ik heb het stilaan gezien, maar de zelfoverschatting en zichtbare honger van veel van de ten tonele gevoerde snullen nijpen enige vorm van mede-lijden al snel dood. Maar wat voor een dampende hoop dorpspsychopaten en afgedankte kermistroela's programma's zoals Exotische Liefde en Superfans bedenkt, verkoopt, plant, opneemt, monteert en op de buis brengt, is me een raadsel. Ik hoop voor hun kinde-ren dat ze geen kin-deren hebben. De programmamaker die denkt dat 'op de grens spelen' in 2011 nog een uitdaging is, mag nu toch wakker worden. Alles kan allang, het komt er enkel op aan om met die vrijheid te kunnen omgaan. En bespaar me het tenenkrullende excuus dat 'het dit is wat de mensen willen zien'. De mensen, die om te beginnen al niet bestaan, willen tv kijken. Ze zijn moe, hebben weinig tegen elkaar te vertellen en willen wat warmte van de lichtgevende doos. Weinig mensen die opstaan en zeggen: hopelijk vallen er vandaag weer wat hulpeloze kansarmen uit te lachen. Ze bestaan, maar het is een heel kleine minderheid. De enige waarheid over het bijtende maagzuur van het televisionele lichaam, is zoals heel veel waarheden ontnuchterend eenvoudig, namelijk dat de combinatie van een afzichtelijk gebrek aan talent en een omgekeerd evenredige drang naar aandacht nu eenmaal het allerslechtste in de mens naar boven brengt. PB GRONDA'BESPAAR ME HET EXCUUS DAT MENSEN PROGRAMMA'S ALS 'SUPERFANS' WILLEN ZIEN.'