Verdwaald zijnde in de zotte eerste helft van de jaren 90 had ik er niets anders op gevonden dan me samen met mijn goede kameraad Simon in jazz te verdiepen, de obligatoire ongestreken witte hemden te gaan dragen en elk weekend onder leiding van een straffe muzikant van wie ik me de naam niet meer herinner een paar standards uit onze saxofonen - Simon speelde alt, ik tenor - te rammen in een lokaal van de Wezemaalse muziekschool, waar de verwarming zomer en winter op elf stond, hierbij aangemoedigd en op de piano begeleid door de straffe muzikant van wie ik me de naam dus niet meer herinner.
...

Verdwaald zijnde in de zotte eerste helft van de jaren 90 had ik er niets anders op gevonden dan me samen met mijn goede kameraad Simon in jazz te verdiepen, de obligatoire ongestreken witte hemden te gaan dragen en elk weekend onder leiding van een straffe muzikant van wie ik me de naam niet meer herinner een paar standards uit onze saxofonen - Simon speelde alt, ik tenor - te rammen in een lokaal van de Wezemaalse muziekschool, waar de verwarming zomer en winter op elf stond, hierbij aangemoedigd en op de piano begeleid door de straffe muzikant van wie ik me de naam dus niet meer herinner. Dat waren erg goede tijden. Van een onschuld die je in de waanzin van de 21e eeuw enkel nog terugvindt in bibliotheken waar onder de T van Twain, Mark onder meer Adventures of Huckleberry Finn staat. In 1996 bracht Danny Boyle zijn verfilming van Trainspotting uit, en toen was het gedaan met de dorpse romantiek. Hoewel ik later nog jaren in verschillende stadionrockbands terechtkwam, was de Wezemaalse periode waarschijnlijk de enige waarin de muziek letterlijk tot aan mijn lippen kwam. Als zanger van een rockgroep komt het er in de eerste instantie toch op aan van een groot bakkes te hebben en sjieke truuks te kunnen uitvoeren met een microfoonstandaard. Met het mondstuk van een sax in je bek en je twee handen op de kleppen is het niet evident om de Tarzan uit te hangen. En zo hoort het ook. Jazz is - de waanzinnige hoeveelheden drugs, drank en scheefpoeperij even daargelaten - een genre dat het mooist is als het ver van circus wegblijft. Goede jazz is mystiek en sensueel zonder ooit goor te worden. En toegegeven, je hebt subgenres waarbij vooral de bekende woorden van John Lennon komen bovendrijven: 'Avant-garde is French for bullshit. ' Daar had hij beter ook even aan gedacht voor hij Unfinished Music No. 1: Two Virgins op de markt gooide. Maar dat is weer een ander verhaal. In het voordeel van all things jazz spreekt dan weer dat de veel te vroeg gestorven beboptrompettist Lee Morgan in het verder compleet nutteloze jaar 1963 bij Blue Note Records The Sidewinder uitbracht. The Sidewinder is, hoewel redelijk duidelijk een jazzplaat, vooral een kunstwerk van zeldzame puurheid. Net zoals mensen die niet naar klassieke muziek luisteren toch een goede uitvoering van het Stabat Mater van Pergolesi in huis zouden moeten hebben, is The Sidewinder een genreoverstijgende opname die ook de haters zullen verwelkomen en in hun hart sluiten. En dat is wetenschappelijk bewezen. Zet de plaat op, schenk je favoriete drankje uit, hoor hoe in het openingsnummer en tevens de titeltrack door drum, bas en piano opgebouwd wordt voor de trompet van Lee Morgan en voor tenorsaxofonist Joe Henderson, en weet dat het goed zit. Het zou, om een of andere unieke reden, uitzonderlijk toch kunnen dat je dan zegt: wat een rommel, weg hiermee. Maar zo zijn de laatste verkiezingen in ons land ook tot stand gekomen, en we weten allemaal tot hoeveel goeds die geleid hebben. Vijf nummers en - op de latere cd-versie - een alternatieve take van een van die vijf nummers. Titels zoals Boy, what a night en Hocus-Pocus. Subliem. Fantastisch. En: het is eens wat anders dan de zeer geslaagde doch op conviviale buurtfeesten voorgoed naar de kloten gedraaide Buena Vista Social Club-reeks om zomerse tuinen en nachtelijke escapades onder hogeropgeleiden die weleens De Morgen lezen van een soundtrack te voorzien. Waarmee ik allerminst wil zeggen dat Morgan achtergrondmuziek maakte. Op feesten waar zijn muziek klinkt, zou er godverdomme gezwegen moeten worden. Pak gezelliger, ook, meteen. Noem het hard bop, noem het soul jazz, noem het trompetmuziek, noem het voor mijn part boogie fuckin' woogie of nu metal, maar een ding is zeker: Lee Morgan maakte muziek zoals hij stierf. Keihard, zonder ooit om te kijken en gedreven door waanzinnige liefde. Morgan werd op zijn drieëndertigste tijdens een optreden in de East Village in New York neergeknald. Door zijn eigen vrouw. Een kogel recht door zijn hart. You can't win 'em all.'The Sidewinder is - behalve een jazzplaat - een kunstwerk van zeldzame puurheid.'