Als ik niet fataal gegrepen word door een vleesetende ziekte, een plotse opkomst van suïcidale tendencies of een spijtige samenloop van verkeerskundige omstandigheden, haal ik misschien wel de zomer van 2011, wat op zich goed nieuws is, omdat ik dan nog eens naar mijn favoriete hotel in de Italiaanse kustgemeente Laigueglia kan trekken om daar tussen de versbereide maaltijden door na te denken over de toekomst van mijn eigen leven en het verdere verloop van de literatuur, maar wat ook betekent dat ik dan vijf jaar getrouwd zal zijn.
...

Als ik niet fataal gegrepen word door een vleesetende ziekte, een plotse opkomst van suïcidale tendencies of een spijtige samenloop van verkeerskundige omstandigheden, haal ik misschien wel de zomer van 2011, wat op zich goed nieuws is, omdat ik dan nog eens naar mijn favoriete hotel in de Italiaanse kustgemeente Laigueglia kan trekken om daar tussen de versbereide maaltijden door na te denken over de toekomst van mijn eigen leven en het verdere verloop van de literatuur, maar wat ook betekent dat ik dan vijf jaar getrouwd zal zijn. Vijf jaar! Toen ik drieënhalf was, Pritt snoof en te veel naar Bukka White luisterde, rekende ik er niet eens op om vijf jaar oud te worden, tout court. Vijf jaar getrouwd zijn, is dus een succes. Ik ken de statistieken niet, maar ik durf te wedden dat dat al langer is dan minstens een derde van de huwelijken. En anders zeker beter dan een kwart. En daar teken ik voor. Bij de top-75 procent behoren is trouwens altijd mijn dappere doelstelling geweest. In alles. Terwijl het eigenlijk maar een vreemd idee is, het succes van een huwelijk deels laten bepalen door de duur ervan. Want is het huwelijk dan een soort relationele afvalrace, waarbij het de bedoeling is om het zo lang mogelijk vol te houden, zoveel mogelijk rondjes af te draven voor in de fik te vliegen, een wiel te verliezen of overkop te gaan? Gaat het, alle postfeministische, knusse betutteling ten spijt, uiteindelijk toch over de lengte? Persoonlijk geloof ik meer in dikte dan in lengte. Ik bedoel daarmee: beter tien vette jaren dan dertig magere. Beter een goed glas chianti dan een karton van 5 liter zure moezelwijn. Een kort huwelijk hoeft daarom geen slecht huwelijk te zijn, en omgekeerd. Bill Henrickson, hoofdpersonage in de HBO-reeks Big Love, denkt op zijn beurt: een goede vrouw hoeft daarom niet je enige vrouw te zijn. Precies wat alle mannen die jonger zijn dan vijfendertig denken dus, maar met dat verschil dat hij ook volgens dat principe leeft. En dat soort principe wordt in bepaalde delen van de wereld met een hoofdletter gespeld. Het Principe van de in Utah vaker dan in pakweg Oost-Vlaanderen voorkomende polygamistische families komt erop neer dat je zoveel vrouwen in huis mag nemen als je wilt, zolang je ze maar kan onderhouden en een soort go-ahead krijgt van God - een goed gevoel ervaart, in essentie. Bill Henrickson is gelukkig een erg gelovig man. Mocht hij niet stiekem drie vrouwen hebben, dan zou hij zeker een praktiserend lid van de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, kortweg LDS of de mormonen, zijn. In Utah is iedereen immers mormoon. En als je heel bruut met de data omspringt, zou je kunnen zeggen dat het mormonisme ongeveer tweehonderd jaar bestaat en dat polygamie de eerste helft daarvan gewoon deel uitmaakte van het geloof, het rond het einde van de 19e eeuw werd verboden en vervolgens de hobby werd van hardcoremormonen zoals de jolige Texaan Warren Jeffs. Ook dat soort fundamentalisten zitten in Big Love. Bij hen wil je liever niet op de koffie. Bij Bill Henrickson en zijn familie daarentegen wel. En al zeker als Margene thuis is. Eigenlijk zijn ze een heel normaal gezin, maar dan met drie mama's. Papa Bill slaapt alternerend met zijn drie vrouwen, die elk een huis hebben, maar wel de tuin met elkaar delen én overigens ook alledrie met elkaar getrouwd zijn. Iedereen is met iedereen getrouwd, eigenlijk. En de kinderen moeten ook tegen elke mama mama zeggen. Raar, zegt u? De ironie wil natuurlijk dat in vele monogame gezinnen na scheidingen, affaires, tweede of derde huwelijken en noem maar op ook een enorm gezin ontstaat, met halve of hele vreemden die plots een soort zus worden of zich afvragen wat de kinderen van die andere vrouw graag zouden eten als ze vrijdagavond aankomen voor het weekend. Zo bekeken zijn de Henricksons tenminste eerlijk en goed georganiseerd. En niemand blijft eenzaam achter. En ze hebben een zwembad! Ach, de klassieke seriële monogamie heeft zeker haar voordelen, maar laten we ons er niet op blindstaren. Hmm. Heb ik dat echt net geschreven? Goede serie.'Bij het gezin van Bill Henrickson uit 'Big Love' wil ik wel eens op de koffie.'