PHILIPPE CLAUDEL
...

PHILIPPE CLAUDEL De Bezige Bij, 237 blz., a 17,90 Claudel won eerder al de Prix Goncourt en werd voor Grijze Zielen onderscheiden met de Prix Renaudot. Le Nouvel Observateur, L'Express en Le Monde komen superlatieven tekort. Wij vragen ons nog steeds af waarom. Grijze Zielen speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op een ijzige dag in 1917 wordt het gewurgde lichaam van de mooie tienjarige Belle de Jour gevonden. Jaren later blikt een politieagent terug en breit in een soort The Hours-stijl een connectie tussen het meisje en nog twee andere vrouwen - drie incarnaties van eenzelfde ziel. Op minder dan 15 mijl snijden mensen tegelijkertijd met blanke wapens elkaar de keel over, en ze sterven dagelijks met duizenden. Je hoopt dan op een Franse Donkere Kamer van Damocles, maar die hoop moet je halverwege echt wel laten varen. Akkoord, Claudel bouwt zijn verhaal stijlvol en waardig op. Ja, de personages zijn nauwgezet geportretteerd. Meer nog, met de manier waarop Claudel het grijze schemergebied tussen goed en kwaad schetst, geven we hem zelfs wat tijdloosheid na. Maar Grijze Zielen is toch vooral een oninteressante geschiedenis die al lang die van het hoofdpersonage niet meer is, laat staan de onze. 'Ophouden, dat zou ik echt moeten doen. Wat hebben al mijn schrijfsels voor nut... deze woorden die ik aan elkaar naai zonder er iets in te zien?', merkt het hoofdpersonage na 69 pagina's terecht op, en laat zichzelf ruimte voor een bijna eervolle exit. Helaas, het duurt 150 bladzijden vol kleinburgerlijkheid van een verre eeuw en wereldvreemde dorpsmentaliteit voor hij de daad bij het woord voert. Het is uit vrees om onrespectvol te zijn tegenover een stervende dat we hard op zoek gingen naar iets wat ons kon boeien in dit testament, maar enkel een volmondig 'hiermee heb ik geen uitstaans' is op zijn plaats. Enkele (of vele) escapisten zullen Grijze Zielen een zeer goed boek vinden, maar gezien de donkergrijze wolk die heden over de wereld hangt, lokt Claudels jongste telg bij ons enkel een Komrijaanse geeuw uit. Dit is het soort fictie waarvan wij opmerken: 'Soms is het zo vermoeiend te geloven in wat een ander verzonnen heeft.' Als iemand mij kan overtuigen van het tegendeel, graag. Intussen vragen wij het deze week aan Claudel zelf. Hans Comijn