AMERICAN IDiot
...

AMERICAN IDiot (Reprise) Het conceptalbum, waar jaren een cordon sanitaire om zat, beleeft een heropleving. Aimee Mann kondigt voor maart King Of The Jailhouse aan, een relaas dat begin jaren zeventig bij de Vietnamoorlog start. Camper Van Beethoven, prominent aanwezig in Michael Moore's Bowling For Columbine, komt volgende maand met New Roman Times, over een Texaanse tiener die naar het front trekt. Toeval of niet: ook over American Idiot van Green Day hangt de schaduw van wapengekletter. Het is natuurlijk ironisch: Green Day grijpt naar de rockopera terug, terwijl de punk geboren werd uit een reactie op de megalomanie. Net dit trio, dat precies tien jaar geleden met de drieakkoordenhit Basket Case de voorzet gaf voor de pretpunk en aangezien werd voor een pluimgewicht, waagt zich aan deze epische onderneming. Een moedige, niet onbedachtzame zet - ze hebben er vier jaar aan geschaafd. Het politiek geïnspireerde titelnummer verwijst al meteen naar de spanningen waarin de VS-regering de wereld onderdompelt: 'I'm not part of a redreck agenda/now everybody do the propaganda/and sing along to the age of paranoia'. Green Day heeft gelukkig géén pamflet geschreven, maar plaatst de focus op de vervreemding en ontgoocheling die vele Amerikaanse burgers voelen. Songsmid Billie Joe Armstrong schetst een portret van een sociaal en emotioneel braakland en projecteert de afbrokkeling van de American dream in de rebelse figuur Jesus of Suburbia. Enkel de verteltrant duidt op een link met de rockopera zoals we die tot dusver kenden. Muzikaal zijn eerder Hüsker Dü, Sex Pistols en The Clash dan de pompeuze Styx en Yes referenties. Holiday, Extraordinary Girl, Whatername en Give Me Novacaine zijn gebalde songs met melodieën die je meteen inpalmen. Door de combinatie van branie en intelligentie overstijgen ze moeiteloos de banaliteit. Rots in de branding is drummer Tré Cool, die soms als een Keith Moon tekeergaat, maar in Are We The Waiting en Wake Me Up When September Ends de fond legt van een wijds landschap dat je eerder bij Peter Gabriel zou verwachten. De cd bevat twee minisymfonieen. Jesus Of Suburbia is een vijfdelige suite, die gezwind en behendig van de ene stijl op de andere springt. Beach Boysiaanse surfharmonieën, een lieflijk onderonsje van akoestische gitaar en xylofoon, een eenzame piano én gitaargeweld: samen vormen ze één verbluffend hekeldicht. Het Spectoriaanse Homecoming is het enige bravourestukje op het album dat onder de overdaad gebukt gaat. Green Day is erin geslaagd het format naar de punknormen om te buigen. Ze breken uit hun keurslijf en blijven tegelijk zichzelf. Eindelijk volwassen, klinken ze dynamischer en sprankelender dan ooit. Een tour de force waar Good Charlotte, Blink 182 en de rest veel van kunnen leren. Peter Van Dyck Peter Van Dyck