Tot de laatste minuut van Split (2016) had niemand door dat M. Night Shyamalan die prima horrorfilm met James McAvoy als schizofrene kidnapper zag als een verlengstuk van het zestien jaar oudere Unbreakable, een cultfilm met Bruce Will...

Tot de laatste minuut van Split (2016) had niemand door dat M. Night Shyamalan die prima horrorfilm met James McAvoy als schizofrene kidnapper zag als een verlengstuk van het zestien jaar oudere Unbreakable, een cultfilm met Bruce Willis als een onbreekbare die misdadige driften aanvoelt en Samuel L. Jackson als superslimme stripfanaat met broze beenderen. Met Glass maakt de wisselvallige suspensemeester daar nu half leep, half opportunistisch een trilogie van. De drie voornoemde personages worden gevangengezet door een psychiater (Sarah Paulson) die denkt dat ze aan grootheidswaanzin lijden. Lezen ze te veel comics of bestaan superhelden echt? Shyamalan zou Shyamalan niet zijn als hij het mysterie niet ten top dreef en in de finale de omkeringen opstapelt. Of zijn puzzel klopt, moet nog worden uitgeplozen, maar in afwachting stellen we vast dat opwindende en minder doordachte ideeën elkaar afwisselen. Het groezelige, grillige en ietwat smerige karakter van Glass steekt echter schril af tegen de duurdere, gladgepolijste superheldenfilms uit de Marvelfabriek. Morsig maar sympathiek.